Van Rotterdamse puinhopen tot polderkracht

Windmolens Rotterdamse Hoek Noordoostpolder De Canicula

Van puinhopen tot polderkracht: Hoe het Rotterdamse oorlogspuin de Noordoostpolder versterkte

Het IJsselmeer ligt vlakbij onze thuishaven Sloten en in theorie kunnen we in twee-en-half uur aan de overkant zijn. Jammer genoeg waait het er vaak te hard voor ons lichte bootje en zijn we veroordeeld tot de omweg door de polder. Maar inmiddels is, dankzij een windstille dag, het korte stukje vaarwater tussen voormalig visserseiland Urk en watersportdorp Lemmer toch ook bijgeschreven in ons logboek. Het is best een rare gewaarwording als we bedenken dat hier eens het zoute water van de Zuiderzee deinde op de golven van het getij. Nu waaien er de wieken van de windmolens, die wortelen in zoet water. We varen langs de windmolens, die keurig in het gelid, parallel aan de dijk staan en het duurt voor ons gevoel eeuwen voordat we bij de volgende zijn.

In deze video varen we vanuit de Loosdrechtse Plassen via Urk en de Rotterdamse Hoek naar Sloten

Urk De Canicula

“Wie eind negentiende eeuw langs de kusten van de Zuiderzee voer, zag onstuimig water, weidse velden en af en toe een vissersdorp of boerderij. Tegenwoordig is het er een drukte van belang, met bebouwing, industrie, windmolens en pleziervaart. Geen ander Nederlands landschap veranderde zó drastisch als het IJsselmeergebied” – Wereldzee in de polder – Ronald Nijboer

Lees ook: Aanleggen op Urk

Lichtbaak Rotterdamse Hoek De Canicula
Op de lichtbaak staat ‘de lentelucht werd vuur, het middaguur werd nacht, het stadspuin temt de zee, dag oude stad rust zacht’.
Bakstenen baken

De dijken, die zorgen dat de bewoners van de Noordoostpolder droge voeten houden, lijken aangelegd langs een meetlat met stompe hoeken. Ongeveer halverwege Lemmer buigt de Westermeerdijk 45 graden in noordoostelijke richting en heet-ie Noordermeerdijk. Precies op dat punt ontwaren we een klein gebouwtje. Het blijkt een voormalig baken voor de scheepvaart en bij het zien van het bakstenen torentje gaat ook bij mij het licht op en roep ik tegen Pieter: “dit is de Rotterdamse Hoek!”. De schipper vergelijkt mijn hoofd wel eens met een ladenkast, waar precies op het juiste moment het goede laatje openspringt. Overigens is dat niet altijd zo, maar in dit geval wel. Want ik heb ooit een verhaal gelezen over de oorsprong van deze bijzondere naam.

Fortuna van Urk

Dat verhaal begint bij de vondst van een stenen vrouwenhoofd op een braakliggend terrein in de buurt van Urk, ergens in de jaren vijftig. De Noordoostpolder bestaat dan nog maar een paar jaar en er wordt van alles gevonden op de drooggepompte zeebodem; vooral scheepswrakken, maar ook resten van verdronken nederzettingen, bakstenen, botten en aardewerk. Maar de kalkstenen kop wijkt af van de andere vondsten, want ze wordt herkend als Romeins, sterker nog als het hoofd van de Romeinse godin Fortuna. Zouden die Romeinen dan toch de Rijn zijn overgestoken? Helemaal tot Urk? Helaas kan de kop geen antwoord geven op deze prangende vragen en zo staat ze als de Fortuna van Urk jarenlang te pronken op een sokkel op het voormalige Zuiderzee-eiland Schokland. Totdat ze wordt ontmaskerd.

De Stedenmaagd van Rotterdam De Canicula
De Stedenmaagd van Rotterdam. Foto: Screenshot video Omroep Flevoland
Gebombardeerde binnenstad

Want een oplettende archeoloog ontdekt dat Fortuna qua steensoort helemaal niet Romeins kan zijn. En dan meldt zich ook nog een man, die begin jaren veertig zijn speelterrein heeft in de haven van Urk. In die haven meren de schepen af met bouwmateriaal voor de aanleg van de dijken rond de polder. En in die vroege jaren veertig nemen ze ook de restanten van de platgebombardeerde binnenstad van Rotterdam mee, die nog gebruikt kunnen worden voor wegverharding, of dijkverzwaring. De man, uiteraard op dat moment nog een jongen, vindt de kop tussen de puinresten in de haven en wil haar meenemen naar huis, maar het ding is amper te tillen en hij laat het halverwege vallen in een akker, waar ze jaren later wordt gevonden.

   
Stedenmaagd

Fortuna is dus helemaal geen godin en komt niet uit het Romeinse Rijk, maar ‘gewoon’ uit Rotterdam. Ze heeft een zogenaamde muurkroon op haar hoofd en omdat dit in vroeger tijden hét symbool is voor stedelijke macht, wordt geconcludeerd dat ze als Rotterdamse stedenmaagd de gevel van het oude stadhuis aan de Kaasmarkt moet hebben gesierd.

Stadhuis Kaasmarkt Rotterdam De Canicula
Het oude stadhuis van Rotterdam aan de Kaasmarkt. Schilderij van Franciscus Lodewijk van Gulik
Rotterdamse Hoek

De sprong van het hoofd van de stedenmaagd naar de dijken van de Noordoostpolder is snel gemaakt. Overigens zijn die al wat eerder klaar. Maar omdat het leegpompen van de polder veel langer duurt dan was gepland, moet op sommige plekken ook de binnenkant van de dijken worden versterkt. Dat gebeurt onder meer bij de stompe hoek, waar de Westermeerdijk overgaat in de Noordermeerdijk. En het verhaal wil dat de polderwerkers die het puin verwerken daarom de oorspronkelijke naam Friesche Vuur vervangen door een naam die ze passender vinden, namelijk ‘Rotterdamse Hoek’.

Rotterdamse Hoek kaart De Canicula
Aangelegd langs een meetlat met stompe hoeken…
Miljoenen kubieke meters puin

Na het bombardement op de binnenstad zitten de Rotterdammers met maar liefst vijf miljoen kubieke meter puin. Het wordt niet alleen gebruikt voor het dempen van singels in de stad zelf, maar de brokstukken gaan heel Nederland door. In Leeuwarden bijvoorbeeld, wordt er het vliegveld mee aangelegd. In Dordrecht, Hoek van Holland en bij Overschie worden er hele flatwijken op gebouwd. De Harreweg tussen Delft en Schiedam wordt met het puin aangelegd en het wordt gebruikt als verharding van een bosweg in Steenwijk. En dus als versterking van het dijkvak onder het lichtbaken op de Rotterdamse Hoek. Maar Urk krijgt niks.

Verstopt achter een bos

Want hoewel het Rotterdamse puin binnenkomt in hun haven, gaat het Urk net zo hard weer uit. De Urkers moeten vooral geen voordeel hebben van hun nieuwe achterland is de heersende gedachte; sterker nog, ze worden er angstvallig geweerd. Dat heeft alles te maken met de modelsamenleving die de polder moet worden. Er is alleen plaats voor streng geselecteerde bewoners en de eilandbewoners passen niet in dat plaatje, hebben wetenschappers vastgesteld. De keileembult Urk wordt aan de noordkant verstopt achter een bos en er komen zelfs geen wegen naar het nieuwe land; alleen over een slecht begaanbaar fietspad kun je de dijk naar Kampen bereiken.

Lees ook: Geen plek voor Urk in de polder

De winter van 1946/47

En dan breekt de strenge winter van 1946/1947 aan. De burgemeester van Urk luidt in de Leeuwarder Courant van februari 1947 de noodklok. Volgens hem dreigt hongersnood: “de winkels van de kruideniers zijn practisch leeg. Alle noodvoorraden havermout, erwten, boonen e.d. zijn thans gebruikt. De bevolking kan slechts nog leven van een hoeveelheid meel, die hopelijk voldoende zal zijn voor twee weken”. Zijn oproep krijgt gehoor; het fietspad wordt eindelijk versterkt en breder gemaakt met Rotterdams puin, zodat Urk bereikbaar wordt voor een hulpkonvooi vrachtwagens met brandstof en levensmiddelen. Urk heeft uiteindelijk acht jaar op een weg moeten wachten.

De aanleg van de dijk bij Urk De Canicula
Dijk bij Urk in Wording: Zuiderzeecollectie/Johan Hendrik van Mastenbroek BY-SA
Bermuda-driehoek

Wij varen nog steeds langs de dijk, een stuk vaarwater dat hier ook wel de Bermuda-driehoek van het IJsselmeer wordt genoemd. Want het water ter hoogte van de Rotterdamse Hoek is berucht vanwege z’n rare zeegang. Vooral bij zuidwestenwind is het oppassen geblazen voor de schepen die tussen Urk en Lemmer varen. De wind blaast het water in een soort trechter, waardoor de waterstromen onvoorspelbaar worden. Gelukkig komen wij ongedeerd aan in Lemmer. Wij varen immers alleen bij windstil weer over het IJsselmeer…

Lees ook: Aanleggen in Lemmer

Schipbreuk Rotterdamse Hoek De Canicula
Dit Duitse schip is lang niet het enige dat in de problemen komt bij de Rotterdamse Hoek
   

Bronnen:

Marieke, Assen juni 2024

Tien redenen om door Belgie te varen

De Canicula Pieter Marieke Citadel Namen

Waarom tien redenen om door België te varen? Veel mensen denken net als wij het eerst aan de lange Belgische kanalen. Aan snelstromend getijdewater en aan heel veel sluizen. En dat voelt niet als een relaxte vaartocht. We twijfelen dan ook. Maar hoe meer we er over nadenken, discussiëren en lezen, hoe meer het land ons aantrekt. Want inderdaad, kanalen met fabrieken op de oevers, getijdewater en heel veel sluizen. Maar ook de heuvels van de Ardennen, rivieren met aansprekende namen als de Rupel, de Schelde, de Samber en de Maas. En kastelen, abdijen, ruïnes, kortom een land dat heel anders is dan ons gebruikelijke vaargebied in Noord-Nederland. De beslissing valt: we gaan met de boot naar België!

In deze video kun je het eerste deel van onze reis bekijken, tussen ’s Hertogenbosch en het Zilvermeer

De Canicula met de boot naar Belgie

Tien redenen om door België te varen

Ook uit reacties van mede-motorbootvaarders blijkt dat lang niet iedereen gecharmeerd is van een vaartocht door het land van onze zuiderburen. Wij zijn heelhuids en super-enthousiast teruggekomen van ons rondje België. Daarom geven we jou hier tien redenen om door België te varen.

‘Ons’ rondje België. De vaarroute vind je hier

De Canicula Rondje Belgie

1. Het Belgische landschap

Het afwisselende landschap van België staat bovenaan ons tien-redenen-om-door-België-te-varen-lijstje. Het land heeft heel veel te bieden, van groene weilanden tot glooiende heuvels en majestueuze rotspartijen. Tijdens onze tocht komen we over brede snelstromende rivieren als de Schelde en de Maas, maar ook over de smalle romantische Samber en Dender. Het landschap is op veel plekken adembenemend mooi, met uitzicht op schilderachtige middeleeuwse kastelen en abdijen, rustige dorpjes en af en toe een fabriekscomplex. Alleen langs de Samber bij Charleroi zie je heel veel industrie, net zoals langs de Maas in de buurt van Luik. 

De Canicula Rondje Belgie Thuin
Hoog boven de Samber torent het belfort van Thuin
Steile kliffen

Het absolute toppunt qua landschappelijk schoon is wat ons betreft de Maas tussen Namen en Dinant. De rotsen in de Maasvallei zijn geliefd bij bergbeklimmers, die je vanaf je boot naar boven kunt zien klauteren. Bovenop de steile kliffen ontwaar je ruïnes, langs het water mooie huizen, trotse kerkjes en een enkel kasteel.

De Canicula De kastelen en ruines langs het water zijn een van de tien redenen om door Belgie te varen
Kasteel de Dave langs de Maas tussen Namen en Dinant

2. De scheepsliften

Een beetje eng vinden we het idee om de scheepsliften te nemen. Maar het blijkt een ervaring om nooit te vergeten! Soepeltjes worden we omhoog en omlaag gehesen en we hebben nauwelijks last van onze – doorgaans best ernstige – hoogtevrees. Waarom werden die scheepsliften eigenlijk gebouwd? Dat kwam vooral door de kolenmijnen en de daaruit voortkomende staalindustrie. Het efficiëntste transportsysteem voor het vervoer van al die goederen was over het water. Maar er moesten heel wat heuvels worden genomen. Belgische ingenieurs keken de kunst af van hun Engelse collega’s en begonnen met het ontwerpen en bouwen van scheepsliften. 

De Canicula De scheepsliften zijn een van de tien redenen om door Belgie te varen
Scheepslift 4 brengt je omhoog naar het Historisch Centrumkanaal bij Thieu
72 meter de lucht in

De bekendste scheepslift van België is de scheepslift van Strépy-Thieu in de provincie Henegouwen. De lift in het Centrumkanaal overbrugt een hoogteverschil van maar liefst 72 meter. Het was lange tijd de grootste scheepslift ter wereld, maar werd in 2016 gepasseerd door de scheepslift in de Chinese Drieklovendam van 113 meter. Vlakbij Strépy-Thieu zijn nog vier historische liften, op het oude tracé van het Centrumkanaal. En in het kanaal Charleroi-Brussel vind je nog het hellend vlak van Ronquières, waarbij schepen in waterbakken over rails omhoog en omlaag glijden.

In deze video kun je zien hoe we ons door de scheepslift van Strépy-Thieu laten ophijsen

Rondje Belgie 72 meter de lucht in YT

3. De Citadel van Namen

In de Maasvallei vind je veel kastelen, ruïnes, forten en vestingen. De allermooiste en indrukwekkendste is wat ons betreft de Citadel van Namen. Het fort ligt op een ultiem strategische plek aan de samenvloeiing van de Maas en de Samber en controleerde niet alleen belangrijke handelsroutes, maar ook toegangswegen tot andere delen van Europa. Al in 937 werd het oorspronkelijke fort gebouwd en het heeft sindsdien talloze belegeringen meegemaakt. De (be)heersers van de citadel hebben bovendien veel invloed gehad op politieke en militaire ontwikkelingen in de Europese geschiedenis. 

Toeristische attractie

Tegenwoordig trekt de Citadel van Namen jaarlijks duizenden toeristen. Het fort biedt niet alleen een spectaculair uitzicht over de stad en het omliggende landschap, maar is ook rijk aan historische bezienswaardigheden zoals het Terra Nova Visitor Centre en het Museum van Genietroepen. Je kunt ervoor kiezen om de 408 traptreden naar boven te klimmen ofwel de comfortabele kabellift te nemen.

De Canicula
De kabelbaan naar de Citadel van Namen gaat over de Samber

4. Varen over getijdewater: ‘een unieke belevenis’

België heeft een uitgebreid netwerk van waterwegen, waaronder ook getijdewater. Dat betekent dat je rekening moet houden met stroming, die sterk kan zijn. Sommige delen van de waterwegen zijn beperkt toegankelijk tijdens bepaalde getijden. Je moet je vaartocht dan afstemmen op de getijdenkalender. Maar hoe mooi is het om het dynamische karakter van de getijden mee te maken, met z’n constant veranderende landschap. Het maakt van elke vaartocht een unieke belevenis. 

De Canicula Het getijdewater is een van de tien redenen om door Belgie te varen
De Rupel met op de linkeroever kasteel Den Bocht
Waterkaarten app

Pieter houdt voor en tijdens elke trip de Waterkaarten App in de gaten, die aangeeft waar je vooral moet opletten. Ook heeft hij het boek Belgische Binnenwateren van Frank Koorneef uit zijn hoofd geleerd. Daarin heeft hij gelezen dat hij op de driesprong Nete, Rupel en Dijle goed de buitenbocht moet aanhouden. Het schip voor ons loopt daar aan de grond.

De Canicula
Het lukt ons niet het schip vlot te trekken, maar al heel snel vaart het weer

5. Sporen van Vincent van Gogh

Als we in de buurt zijn van Bergen komen we onverwachts sporen tegen van Vincent van Gogh. Van Gogh wordt gezien als een van de grootste schilders van de 19e eeuw. Minder bekend is dat hij verschillende baantjes heeft die hem vormen als kunstenaar. Zo is hij op zijn 25e lekenpriester in België. Hij woont dan in Petit Wasmes bij een mijnwerkersfamilie en doet daar pastoraal werk als het bezoeken van zieken en stervenden.

Rauwe emoties

In deze mijnstreek, ook wel bekend als de borinage, ziet Vincent van Gogh met eigen ogen het harde leven van de arbeiders. Hij ervaart de armoede, het lijden en de sociale onrechtvaardigheid waarmee deze mensen dagelijks geconfronteerd worden. In zijn kunstwerken verwerkt hij deze rauwe emoties. 

De Canicula: tien redenen om naar Belgie te varen
Deel van het schilderij ‘Vrouwen dragen zakken met steenkool in de sneeuw’ – Vincent Van Gogh

6. De magnetische aantrekkingskracht op wielrenners

Toegegeven, niet iedereen heeft een racefiets mee op de boot. Maar misschien moet je dat toch maar eens overwegen. Want België blijkt een waar paradijs te zijn voor wielrenners, die we dan ook in groten getale voorbij zien komen. Het is vooral het gevarieerde terrein waar België bekend om staat, van de iconische kasseienstroken tot de steile heuvels van de Ardennen. Dat maakt het land ideaal voor wielrenners die zich willen voorbereiden op zware klassiekers en heuvelachtige etappes.

De Muur van Geraardsbergen

Als we over de Dender varende in Geraardsbergen aankomen moeten we natuurlijk ook de beroemde Muur bekijken. Ik weet helemaal niks van wielrennen, dus waarom het een ‘muur’  heet is me nog steeds een raadsel. Maar indrukwekkend is-ie wel met z’n stijgingspercentage van twintig procent en de horizontale kasseien die aanvoelen als een trap. De Muur van Geraardsbergen wordt vaak opgenomen in de Ronde van Vlaanderen. Ik vind vooral het kapelletje op de top van de berg een juweeltje, maar ik betwijfel of de wielrenners er aandacht voor hebben.

De Canicula
De kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Oudenberg staat bovenaan de Muur van Geraardsbergen

7. De sluizen en hun wachters

Heel veel sluizen komen we tegen tijdens onze tocht door België, van de sluisjes op spitsenformaat in de Dender en het Kanaal Blaton-Aat, tot de goed geoutilleerde sluizen op de Beneden-Samber en de Maas tussen Namen en Maastricht. Elke keer is het weer een heel avontuur waar je kunt vastmaken, hoe ver de bolders uit elkaar liggen en of je er ook bij kunt. Ook de aanpak van de sluiswachters verschilt per sluis. Op twee plaatsen, in de Samber en in de Maas, moeten we anderhalf uur dobberen voordat we mochten schutten. Maar achteraf kunnen we zeggen dat we vrijwel overal goed geholpen zijn. En ondanks het feit dat Marieke niet zo dol is op sluizen, nemen we ze toch mee in ons tien-redenen-om-door-België-te-varen-lijstje

Middenbolder

Sommige sluizen zijn vooral nog ingericht op de binnenvaart en de bolders liggen daar verder uit elkaar dan handig is voor een plezierbootje. Wij zijn gewend om tijdens het schutten voor- en achter vast te maken, maar na verloop van tijd gebruiken we bij het omlaag schutten alleen nog maar de middenbolder. En ga je omhoog, dan kun je ook met één landvast toe als de schipper de motor laat draaien en bijstuurt waar nodig. Veel moderne sluizen hebben inmiddels drijvende bolders.

De Canicula
In het traject tussen Thieu en de Samber is het verval best groot, maar dankzij de drijvende bolders is het schutten een peulenschil

8. Onze gedeelde geschiedenis

We weten niet hoe het met jullie zit, maar eigenlijk weten wij heel weinig van onze zuiderburen. Dat is jammer, want we hebben eeuwenlang onze geschiedenis gedeeld. Overal zie je er sporen van terug. De beroemde Friese vestingbouwer Menno van Coehoorn wordt bijvoorbeeld in 1692 betrokken bij de uitbreiding van de Citadel van Namen. Vader des vaderlands Willem van Oranje heeft kastelen in Antwerpen en in Brussel, maar we komen hem ook tegen in Geraardsbergen, waar hij eigenaar is van het kasteel van Boelare, dat je naast de Dender kunt zien staan.

Kanaal Charleroi-Brussel

Wie we het vaakste tegenkomen onderweg is ‘onze’ koning Willem I, die tussen 1815 en 1830 ook koning van Belgie is. Dankzij hem wordt het Kanaal Charleroi-Brussel gegraven, dat nog steeds een belangrijke schakel is in het Belgische waterwegennetwerk. Hij richt de universiteit van Gent op en ook het imposante Hollandse Fort in Hoei wordt door hem gebouwd. Maar zijn autoritaire regeerstijl keert zich tegen hem. De Belgen pikken het bijvoorbeeld niet dat hij de Nederlandse taal als standaard wil invoeren, ten koste van het Frans. Het leidt uiteindelijk tot de Belgische Revolutie in 1830, waarbij België zich afscheidt van Nederland.

Lees ook: Sporen van een verloren koninkrijk

9. Sluis Ternaaien/Les écluses de Lanaye

Meteen na Luik wordt de Maas onbevaarbaar en nemen we de aftakking naar het Albertkanaal. Op de plek waar dat kanaal verder stroomt richting Antwerpen gaan wij rechtdoor richting Maastricht. Daarvoor moeten we door de sluis van Ternaaien. Het verval in de sluis is met veertien meter het grootste van de hele reis. Dat komt omdat het Albertkanaal een heel stuk hoger ligt dan de Maas.

Want het Albertkanaal is grotendeels aangelegd op het traject van z’n voorloper, het Kanaal Luik-Maastricht. Maar het nieuwe Albertkanaal moest niet naar Maastricht, het moest linksaf de bocht om naar Antwerpen. En daarvoor moest het historische Plateau van Caestert – waarvan de Sint Pietersberg onderdeel uitmaakt – doorgehakt worden. Om dat hakwerk te beperken en het allemaal niet te duur te maken werd het kanaal zo hoog mogelijk aangelegd. En daarom zakken en stijgen wij op dit laatste stukje België die hele veertien meters. Met drijvende bolders, een eitje dus. Dan moet je trouwens wel door de twee nieuwste kolken schutten, de twee oudste zijn niet voorzien van dit moderne gemak.

De Canicula
Het sluizencomplex van Ternaaien. Links gaat het Albertkanaal door het Plateau van Caestert, rechtsboven de Sint Pietersberg. Helemaal links de oudste twee sluizen
Flessenhals van Ternaaien

Die oude sluizen (55 x 7,5 meter voor schepen tot 600 ton) werden gebouwd in de jaren zestig en konden het drukke scheepvaartverkeer tussen Luik en Rotterdam lang niet aan. Ook een derde sluis (136 x 16 meter voor schepen tot 2000 ton) bood geen soelaas. Het sluizencomplex werd dan ook tot voor kort de ‘flessenhals van Ternaaien’ genoemd. Sinds 2015 kan de binnenvaart schutten in een vierde sluis van 225 x 25 meter met een diepgang van 13,68 meter voor schepen van 9000 ton.

10. Maastricht

Maastricht ligt op een kanonschot afstand van de Belgische grens en de kans is groot dat je tijdens een rondje België Maastricht passeert. En deze Bourgondische stad ademt vleugenvol zuidelijke levenslust. Daarom nemen we Maastricht mee in deze tien redenen om door België te varen. En als we nog een keer terugkomen gaan we beslist naar Gent en Brugge. Dan zullen we ook deze steden toevoegen aan in de lijst!

Lees ook: Aanleggen in Maastricht

De Canicula Maastricht is een van de tien redenen om door Belgie te varen
Maastricht met z’n historische Sint-Servaasbrug
Vuile vaart

Zoals op zoveel historische plekken is hier in de grensstreek door de eeuwen heen ook flink aan het water gesleuteld. Want waar we nu over Albertkanaal, Kanaal van Ternaaien en een klein stukje Maas naar Maastricht varen, heette dit traject vroeger het Kanaal Luik-Maastricht. Het kanaal bestond van 1850 tot 1967 en liep vanaf de plek waar de Maas in Luik onbevaarbaar werd tot aan binnenhaven het Bassin in Maastricht. Daar had het weer aansluiting op de Zuid-Willemsvaart naar ’s Hertogenbosch. Voor het tracé moest een deel van de middeleeuwse binnenstad worden gesloopt. Na de opening van het Albertkanaal dat het kanaal tussen Luik en Antwerpen onderlangs Maastricht leidde, werd de verbinding met het Bassin overbodig en de zogenoemde ‘vuile vaart’ gedempt.  Op het tracé ligt nu de Maasboulevard.

De Canicula Maastricht Kanaal Luik-Maastricht
De Vuile Vaart liep grotendeels parallel aan de Maas. Foto: Wikipedia/Rijksdienst Cultureel Erfgoed CC BY-SA 4.0

Rapportcijfer: 9

Ok. Er zijn ook mindere dingen. De industriele sites langs een deel van de Samber en de Maas maken de vaartocht wat minder romantisch en inderdaad, er zijn wel heel veel sluizen. Ook is het water in de kanalen op sommige plekken erg vervuild. Maar daar staan al die tien redenen om door België te varen tegenover. Het is aan jou welke kant de weegschaal opslaat!

Ons werd op Facebook gevraagd hoe we het varen in België versus het varen in Nederland beoordelen als rapportcijfer. Ons antwoord: als incidentele vaartocht geven we België een 9. Maar als vaargebied ten opzichte van Nederland een 5. Want je kunt bijvoorbeeld op het Belgische vaarwater niet net zo gemakkelijk als in Nederland een leuk weekeindrondje maken. Maar de voorzieningen in de jachthavens zijn uitstekend, de ervaring met de brug- en sluiswachters was doorgaans prima. We kunnen de trip dus iedereen aanraden. Maar dan moet je geen hekel aan sluizen hebben. En een douche aan boord hoeft niet, maar is wel fijn…

Lees ook: Met de boot naar België

Assen, februari 2024, Pieter en Marieke

We horen graag of we je hebben kunnen overhalen! Of heb je de tocht al lang gemaakt?

Het roerige leven van planetenbouwer Eise Eisinga

Dit verhaal gaat over het roerige leven van planetenbouwer Eise Eisinga. We komen hem tegen als we met onze boot De Canicula in Franeker belanden en het wereldberoemde Planetarium van Eisinga bekijken. Dat het Planetarium bestond, dat wisten we natuurlijk wel, maar het verhaal erachter blijkt minstens zo interessant! 

Als we Franeker naderen over de Franekervaart, zien we al van verre de kerktoren hoog oprijzen boven het vlakke land. Pas als we het Van Harinxmakanaal opdraaien zie ik dat ik me vergis: de imposante toren hoort bij de kerk van Tzum. De kerk van Franeker blijkt een iets minder indrukwekkende toren te dragen. Gelukkig zeggen torens niets over de plaatsen waar ze op neerkijken. Waar Tzum vrijwel alleen op z’n hoge toren kan bogen, blijkt Franeker veel meer in huis te hebben.

Geuzengat

We leggen aan in de voormalige vestinggracht, vlak naast het Geuzengat. Door dit gat glipten inwoners in- en uit na sluiting van de stadspoorten. Een stevig hek met stalen spijlen blokkeert de ingang. Wat logisch is, want de tuin aan de andere kant van de vestingwal is gewoon particuliere grond. Maar jammer is het wel. Als we via een omweg in het centrum komen, belanden we middenin een indrukwekkende stoet oldtimers, die de Elfstedentocht rijden en nét als wij er zijn Franeker aandoen. Dat is dan wel weer mazzel!

Een historisch kaaspakhuis, een bierschenker en de Elfsteden Oldtimerrally: in deze video kun je onze vaartocht tussen Bolsward en Franeker bekijken

Lees ook: Aanleggen in Franeker

Verdwenen kasteel

Franeker is het centrum van het balspel kaatsen. Het speelveld is imponerend door z’n glad geschoren gras, maar vooral door de twee enorme slanke torens die de ingang markeren. Ze doen mij denken aan het vliegende spelletje Zwerkbal van Harry Potter, maar in werkelijkheid herinneren ze aan de torens van een verdwenen kasteel. Behalve van het kaatsen is de stad vooral bekend vanwege Eise Eisinga die zijn kleine woonkamer omtoverde in een compleet zonnestelsel.

Het zichtbare deel van het planetarium is uitgevoerd in hemelsblauwe en gouden kleuren
Wereldwonder

Het Planetarium is zo perfect gebouwd dat het nu, ruim 200 jaar na dato, nog steeds de planeten in de juiste baan rond de zon brengt. Blikvanger is de gouden bol, die onder het hemelsblauwe plafond midden in de kamer hangt en de zon voorstelt. De aarde cirkelt er als kleiner bolletje langzaam omheen, net zoals Mercurius, Venus, de maan, Mars, Jupiter en Saturnus. Je kunt ook zien hoe laat de zon opkomt en ondergaat en wat de positie van de maan is en nog veel meer.

Het mechaniek staat te boek als het oudste nog werkende planetarium van de hele wereld en wordt binnenkort dan ook voorgedragen voor de werelderfgoedlijst van Unesco. Maar hoewel Eisinga’s Planetarium straks wereldwonder wordt, is z’n bouwer minstens zo bijzonder.

Wolkammer

Eise Eisinga (1744-1828) is als echte béta vooral geinteresseerd in wiskunde en astronomie, waar hij zich in zijn vrije tijd mee bezig houdt. In het dagelijkse leven is hij, net zoals zijn vader, een wolkammer, iemand die de wol dusdanig fatsoeneert dat het daarna gesponnen kan worden. Hij doet dat niet allemaal zelf, maar heeft een groot bedrijf met een paar honderd man personeel. Op 24-jarige leeftijd trouwt hij met Pietje Jacobs, met wie hij twee zoons en een dochter krijgt. Hij heeft allerlei bijbanen, ook in het stadsbestuur, waar hij lid van de vroedschap wordt – een soort van wethouder.

De wolkammerij uitgebeeld in het Planetarium
Burgeroorlog

Het is de tijd dat de rol van ons land op het internationale toneel is uitgespeeld. We zijn voortdurend in oorlog met Engeland, dat tijdens de Vierde Engelse Oorlog honderden Nederlandse koopvaardijschepen in beslag neemt. Daardoor is de handel compleet stilgevallen en worden we steeds armer. De stadhouder krijgt de schuld. Hele groepen burgers, die zichzelf de ‘patriotten’ noemen, vinden dat hij de verkeerde mensen op de verkeerde plaatsen heeft aangesteld én dat hij samen met datzelfde clubje alle macht in handen houdt. Ze komen in opstand.

Al sinds de middeleeuwen worden de steden en dorpen beschermd door schutterijen. Die zijn doorgaans op de hand van de stadhouder, wat logisch is, want de officieren worden door de stadhouder benoemd. Dat is tegen het zere been van de patriotten, die vinden dat de officieren door de burgers moeten worden benoemd. Ze willen, kortom, een democratie. Uit onvrede ontstaan er vrijkorpsen, vrijwilligerslegers van burgers al dan niet afkomstig uit de schutterijen. Ze beginnen alvast te oefenen met wapens voor het geval de stadhouder besluit tot militair ingrijpen. Het conflict tussen de patriotten en de aanhangers van de stadhouder wordt grimmiger en begint op een burgeroorlog te lijken.

   
De wereld vergaat

Het is ook de tijd dat de macht van de kerk nog steeds groot en het woord van de dominee de waarheid is. Half Friesland is dan ook in onstuur als de dominee van het nabijgelezen Bozum beweert dat de wereld op 8 mei 1774 vergaat. Hij wijt dat aan een bijzondere stand van de planeten. Maar Eisinga gelooft liever in zijn eigen verstand dan in dat van de dominee. Met zijn sterrenkundige kennis weet hij dat er niks aan de hand is en bouwt in zijn woonkamer het planetenstelsel na zodat iedereen met eigen ogen kan zien dat de planeten, ook al zouden ze dat willen, niet eens tegen elkaar aan zouden kúnnen botsen.

Hoog bezoek!

Dit is snel verteld, maar in werkelijkheid kost de bouw van het zonnestelsel hem maar liefst zeven jaar van zijn leven. En dan wordt hij ook nog eens een handje geholpen door zijn vader, die de houten schijven en de tandwielen voor het slingeruurwerk maakt, en door zijn broer, die de beschildering van het plafond voor zijn rekening neemt. Als het Planetarium in 1781 klaar is, oogst Eisinga veel bewondering. De prins van Gallitzin komt kijken, de hertog van Saksen-Gotha, zelfs de koning van Zweden en met hen nog een hele rij hoogwaardigheidsbekleders. Je moet je voorstellen: al dat hoge bezoek in dat kleine huis, met een nog kleinere woonkamer en een zolder waarop je je kont niet kunt keren.

Het planetarium is inmiddels uitgebreid met de huizen ernaast
Een soort nerd

Eisinga bouwde zijn Planetarium overigens niet om de bevolking gerust te stellen, schrijft Arjen Dijkstra in zijn recente biografie over de wolkammer. Volgens Dijkstra vond Eisinga het gewoon leuk om een werkend model van het zonnestelsel te maken. Dijkstra in het dagblad Trouw: “Je kunt hem zien als een soort nerd. Een geek. Zijn doel was uiteraard wel om mensen te laten zien hoe de planeten zich bewegen. Daar gaf hij ook graag uitleg over.” Arjen Dijkstra – De Hemelbouwer

In het boek staat nog véél meer informatie over Eise Eisinga en de tijd waarin hij leefde. Als je het boek via deze link koopt, krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden

 

Verdacht persoon

Dan keert het lot zich tegen de planetenbouwer. Want een paar jaar nadat het Planetarium klaar is, beginnen de patriotten zich steeds sterker te roeren. Zelfs sommige leden van de doorgaans stadhoudergezinde schutterijen scharen zich achter de democratische beweging. Diverse patriotten verzamelen zich ook in Franeker, waar Eisinga vanuit het stadsbestuur betrokken is bij de schutterij. Waarschijnlijk daardoor is Eisinga door de aanhangers van de stadhouder automatisch een verdacht persoon.

Gevangen in het Blokhuis

Als de aanhangers van de stadhouder de overhand krijgen slaat Eisinga op de vlucht en komt eerst in het Duitse Steinfurt en later in Gronau terecht. In 1790 duikt hij op in het Groningse Visvliet, waar het Friese Hof hem in 1791 laat arresteren. Hij wordt gevangen gezet in het Leeuwarder Blokhuis en na een proces van bijna een jaar wordt hij vijf jaar uit Friesland verbannen. Zijn vrouw Pietje is dan al overleden. Eisinga keert terug naar Visvliet – dat is nét over de Friese grens –  waar hij zijn beroep van wolkammer weer oppakt. Hij trouwt er voor de tweede keer, met Trijntje Sikkema, met wie hij twee dochters krijgt.

Is Eise Eisinga nu min of meer per ongeluk betrokken bij de opstand tegen de stadhouder of is hij een échte patriot? Hoewel hij het zelf ontkent heeft hij de schijn tegen. Feit blijft dat hij zich zo in het nauw gedreven voelt dat hij alles achterlaat, vrouw, kinderen en huis, inclusief zijn geliefde Planetarium.

Al snel verschijnen meerdere publicaties over het planetarium
Stilgestaan

In 1795 winnen de patriotten de strijd alsnog. De Fransen zijn in ons land de baas geworden en de stadhouder is gevlucht. Eisinga keert terug naar Franeker, waar zijn huis inmiddels is verhuurd. Pas een jaar later kan hij er weer in en treft hij zijn Planetarium nog helemaal intact aan, maar het instrument heeft dan wel negen jaar stilgestaan. In 1797 wordt het heropend en het publiek komt massaal kijken.

Pas als ons land na de Franse tijd een koninkrijk is geworden komt het goed tussen Eisinga en de stadhouderlijke familie. Koning Willem I komt het Planetarium bekijken, samen met zijn zoon prins Frederik der Nederlanden. De vorst is zo onder de indruk van het zonnestelsel dat hij het koopt voor de Nederlandse staat. Hij betaalt er 10.000 gulden voor, in tien jaarlijkse termijnen, met het ‘genot van vrij wonen en tweehonderd gulden per jaar voor het toezicht’. In 1859 wordt het huis met het bijzondere plafond aan de stad Franeker gegeven.

Het borstbeeld van Eise Eisinga in zijn geboorteplaats Dronrijp
Veepest

Eisinga zal nog diverse hoge functies bekleden voordat hij in 1828 op 84-jarige leeftijd overlijdt. Hij wordt begraven in Dronrijp, op honderd meter van zijn ouderlijk huis. En hoe vergaat het dominee Eelco Alta, wiens planetentheorie toch min of meer aanleiding was voor het inmiddels wereldberoemde Planetarium? Alta is als patriot in 1790 uit zijn ambt gezet. Pas na de overwinning van de patriotten mag hij weer op de kansel staan. Het blijkt dat hij van chemie meer verstand heeft dan van sterrenkunde, want hij weet een succesvol serum te maken tegen de gevreesde veepest.

Het hele verhaal kun je het beste bekijken in het Planetarium, als je toch in Franeker hebt aangelegd. Ga maar snel, want als het Planetarium de Unesco-status verworven heeft kan het nog wel eens veel drukker worden!

Op het kaatsveld links stond ooit een kasteel. Het Planetarium van Eise Eisinga staat zo’n beetje naast het stadhuis, iets boven het midden van de afbeelding.

Bronnen:

Vond je het verhaal leuk? Als je je email-adres invult in het veld rechtsboven krijg je gratis onze verhalen in je mailbox. Veel leesplezier!

Pieter en Marieke, Assen augustus 2022

Vijf redenen om wel over Noordhollands Kanaal te varen

Zuchtend bekijk ik de waterkaart van Noord-Holland. Vlakbij de kust ligt een jachthaven, met de duinen en het strand dichtbij, waar je heerlijk kunt wandelen. Maar dan moeten we kilometers lang over dat kaarsrechte Noordhollands Kanaal varen. Er is niks te beleven onderweg en vlak langs het water loopt een drukke weg. Jammer, want iets verder ligt Den Helder, daar wil ik ook wel graag naartoe. Maar dan moeten we nóg verder varen over dat lange en rechte en slaapverwekkende kanaal. Ik leg de waterkaart maar weer aan de kant en zet de duinen, het strand en Den Helder uit m’n hoofd.

Totdat John opduikt.

John werkt als sluiswachter op de Zeedoksluis in Den Helder. De sluis ligt tussen het zoute water van de Nieuwe Haven en de voormalige scheeps- en onderhoudswerf van de Koninklijke Marine. Die werf is de laatste jaren grondig opgeknapt. John is heel enthousiast over de make-over en heeft ons via Facebook en YouTube al een paar keer gevraagd koers te zetten naar Den Helder om de werf te filmen.

Omdat we dan én Den Helder én het strand kunnen combineren, laten we ons overhalen. Sindsdien weet ik dat het inderdaad de moeite waard is om die kant op te gaan. Natuurlijk wil ik dat ook graag laten zien. Daarom geef ik jullie in hier vijf redenen om wél helemaal over het Noordhollands Kanaal te varen. Het zal trouwens best lastig worden om jullie te overtuigen, gezien de reacties op ons YouTubekanaal:

  • Ik kom nooit voorbij Alkmaar omdat ik het zo saai varen vind
  • Knap hoor om van een wat saai vaargebied toch een leuke video te maken
  • Wij zijn bij Broek op Langedijk teruggegaan, niet veel gemist, maar toch leuk om nog even te zien

Ook Pieter gelooft er niet zo in…

“Ik ben benieuwd of je wel vijf redenen kunt bedenken”

Aan het eind van dit stukje weten we of ik vijf redenen heb kunnen verzinnen en hoor ik graag of ik jullie heb kunnen overtuigen!

Klapwiekende heli’s

Tsjak-tsjak-tsjak: even lijkt het erop dat we dekking moeten zoeken, als we vanaf het Balgzandkanaal het Noordhollands Kanaal opvaren. De helikopters vanaf vliegveld de Kooy vliegen klapwiekend vlak boven je hoofd. En inderdaad, het vaarwater is tot aan Den Helder niet erg inspirerend. Maar, eenmaal voorbij de Koopvaardersschutsluis, wordt het andere koek. We varen voorbij een paar marineschepen, een replica van een VOC-schip en zelfs het filmschip de Earl of Pembroke. Vlak voor de Boerenverdrietsluis ligt Museumhaven Willemsoord met daarin het opvallende felrode lichtschip Texel. Het zal jullie dan ook niet verrassen wat reden 1 is.

Koning Willem I

Maar laten we de zaak, of liever gezegd het kanaal, eerst nog even in perspectief zetten. Het is begin 19e eeuw. Nederland heeft ongeveer twee miljoen inwoners, het land is nog leeg en kaal. Den Helder ligt aan het eind van een smalle landtong, ongeveer twee kilometer breed en tien kilometer lang. Dit is het land dat de Franse keizer Napoleon compleet leeggeroofd heeft achtergelaten. De straten zijn vol met bedelaars en de tuchthuizen puilen uit. Dan stapt koning Willem I in Scheveningen aan land. Hij heeft in zijn ballingsoord Engeland gezien hoe de aanleg van kanalen de handel daar heeft opgestuwd. Brandstoffen als turf, steenkool en andere handel wordt efficiënt over het water vervoerd. Dat wil Willem ook voor Nederland. Een van zijn grootste projecten wordt de aanleg van het Noordhollands Kanaal.

Hier zijn ze dan, de vijf redenen om toch over het Noordhollands Kanaal te varen

1: Den Helder

Na de Boerenverdrietsluis komen we in de voormalige scheeps- en onderhoudswerf van de Koninklijke Marine, met daarin jachthaven Willemsoord waar we gaan aanleggen. Achter de jachthaven liggen museumschepen als het ramschip de Schorpioen en de mijnenveger Abraham Crijnssen met z’n bijzondere historie. Als je nog wat beter kijkt zie je onderzeeboot de Tonijn hoog uittorenen naast het Marinemuseum. Kijk je de andere kant op, dan ontwaar je de masten van het houten oorlogsschip Zr. Ms. Bonaire. Kortom, de hele haven is één brok historie. Wat het nog indrukwekkender maakt is dat je achter de Zeedoksluis de modernste schepen ziet liggen. Kortom, als je van havens houdt is Den Helder in z’n eentje al vijf redenen genoeg om over het Noordhollands Kanaal te varen!

Lees ook: Aanleggen in Den Helder

Het oorlogsschip Zr. Ms. Bonaire ligt in het oudste gemetselde droogdok van heel Europa
2: de vlotbruggen

Knarsend en piepend glijden ze over het water: de vlotten van de bijzondere bruggen die je tegenkomt op het Noordhollands Kanaal tussen Den Helder en Alkmaar. Ze worden dan ook vlotbruggen genoemd en liggen er al sinds de aanleg van het kanaal 200 jaar geleden, al zijn het natuurlijk niet meer de originele. De bruggen zijn nog het beste te omschrijven als een combinatie van een veerpont en een schipbrug, zo’n lange sliert schepen waarover je naar de overkant van het water kon lopen. Ze werden ontworpen omdat men in die tijd nog geen lange overspanningen kon bouwen. Van de oorsponkelijke negen zijn er nog vijf over (vier oude en één nieuwe) en er zijn zelfs twee plaatsen naar vernoemd, Burgervlotbrug en Sint Maartensvlotbrug. Bijzonder om doorheen te varen!

In deze video komen we de vlotbruggen tegen

3: met de boot naar duinen en strand

Als je ter hoogte van Zijpersluis afslaat in westelijke richting kom je in de Hondsbosschevaart, die halverwege het strand is geblokkeerd door een wel heel erg lage brug. Gelukkig kun je bakboord uit de Hargervaart in. Meteen vanaf het begin van die vaart kun je aanleggen, maar wil je gebruik maken van het sanitair, dan kun je beter wat verder doorvaren, want jachthaven Hargervaart is een kleine twee kilometer lang. Op loopafstand liggen de hoogste duinen van Nederland én het strand met een paar leuke strandtenten. Heerlijk wandelen dus. En heb je geen zin om te koken, dan zijn er in Groet genoeg leuke restaurants.

Lees ook: Aanleggen in de Hargervaart bij Groet

   
4: het Noordhollands Kanaal zélf

Ook al zie je er niets meer van, ooit was het Noordhollands Kanaal beroemd. Het stond bekend als het Groot Noordhollandsch Kanaal en was tijdens de opening in 1824 het breedste en diepste kanaal van de hele wereld. Er waren twee redenen om ‘m aan te leggen, een militaire en een economische. Want marinestad Den Helder was alleen bereikbaar over zee en de marineschepen zaten dus opgesloten bij een vijandelijke aanval. Daarnaast konden grotere schepen vanwege de ondiepe Zuiderzee steeds moeilijker in Amsterdam komen, het economische hart van Nederland.

Schepen zitten vastgevroren in het Noordhollands Kanaal, 1830. Ets Willem Hendrik Hoogkamer, Rijksmuseum
Moord

Het was een enorme klus om ‘m aan te leggen. Duizenden zogenoemde polderjongens uit binnen- en buitenland moesten met schoppen, kruiwagens en paarden de modder te lijf. Ze werden slecht betaald, kregen slecht te eten en waren slecht behuisd, vaak in zelfgemaakte krotten naast het kanaal. Het is dan ook goed voor te stellen dat ze ontevreden waren. In één geval zelfs zo ontevreden dat de dronken arbeiders hun aannemer baas Huijskens doodsloegen. Overigens pas nadat Huijskens eerst twee van zijn polderjongens had doodgeschoten. De regering schrok zo van de moord dat sindsdien militairen langs het kanaal werden gestationeerd.

Bekijk onze video’s ook op YouTube

5: een verdwenen rivier en een ingepolderd zeegat

Ook al is het kanaal boven Alkmaar lang en recht, dat is niet altijd zo geweest. Want om kosten te besparen werd voor de aanleg van het Noordhollands Kanaal zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaand water. Bijvoorbeeld van de ringvaarten rond de droogmakerijen de Beemster en de Schermer. Maar er werden ook oude waterlopen opgeofferd. Tussen Alkmaar tot aan Zijpersluis werd het riviertje De Rekere zo grondig verbouwd dat er niets meer van te herkennen is, en alleen de naam van de dijk langs het water herinnert aan De Rekere. De Rekere mondde uit in het zeegat de Zijpe. De Zijpe was één van de eerste droogmakerijen van Nederland. Zo’n beetje ter hoogte van Groet vaar je er dwars doorheen. Leuk om te weten toch?!

Lees ook: Vaarroute kris-kras door Noord-Holland

De contouren van droogmakerij De Zijpe in het Noord-Holland van nu. Dwars door de polder het Noordhollands Kanaal.
Kanalenkoning

Nog even terug naar onze Willem. Want het Noordhollands Kanaal is bij lange na niet het enige kanaal dat hij heeft aangelegd. De Zuid-Willemsvaart staat op zijn naam, het Voornse Kanaal, het Kanaal Gent-Terneuzen. In totaal werd onder zijn leiding zo’n 820 km aan vaarweg gegraven of ingrijpend verbeterd. Willem I staat nu, zo’n tweehonderd jaar later, dan ook nog steeds bekend als de Kanalenkoning. Beetje jammer voor hem dat zijn grootste infrastructurele project, het Groot Noordhollandsch Kanaal, nooit zijn naam heeft gekregen. Hij moet het doen met de Willem I-sluis aan het begin, of zo je wilt, aan het einde van de vaarweg.

Nou? Is het me gelukt om je te overtuigen? En zo niet, dan kun je natuurlijk altijd nog over de Waddenzee naar Den Helder varen…

Bronnen:

Vond je het verhaal leuk? Als je je email-adres invult in het veld rechtsboven krijg je gratis onze verhalen in je mailbox. Veel leesplezier!

Pieter en Marieke, Assen augustus 2022

Waarom de sluis in Alblasserdam dicht is

Het is altijd een bijzonder stukje, halverwege de Noord bij Alblasserdam. De Alblasserdamsebrug is indrukwekkend, net zoals de loodsen van superjachtenwerf Oceanco en de voormalige fabriek van Nedstaal. Alblasserdam, daar is de toegang naar de Alblas denken wij, en daar kun je vast die Alblasserwaard in. Maar een blik op de waterkaart leert dat de Alblas is versperd door een dam. Tot zo rond 1998 zat er een sluis in, maar die is definitief dicht. Waarom?

In deze video varen we over de Noord langs Alblasserdam

Naar de Giessen

Die vraag komt pas deze zomer bij ons op, als we die Alblasserwaard in willen. Om de Giessen te bevaren, een riviertje waarvan we hebben gehoord dat-ie nét zo mooi is als de Linge. En natuurlijk om de wereldberoemde molens van Kinderdijk van dichtbij te bekijken! 

In het midden de dam. Vooraan de buitenhaven en achter de dam de Alblas. Afbeelding: Google Maps.

Alles uit de kast

De afgelopen paar jaar is van alles uit de kast getrokken om de toegang naar de Alblas weer open te krijgen. Er is een actieclub opgericht. Studenten hebben onderzoek gedaan naar de plaatsing van extra vloeddeuren. Bestuurders zijn met bootjes door de waard gevaren om ze te wijzen op de toeristische winst.

Ook vinden we plannen waarin de heropening van de sluis wordt besproken, in combinatie met een betere bereikbaarheid van de molens van Kinderdijk. Er is een Plan van Aanpak gepresenteerd hoe die heropening voor elkaar te krijgen.

Maar waarom de sluis nu precies dicht moest lezen we nergens. We vinden wél wat aanwijzingen.

De sluis gezien vanaf de Alblas. Foto: Regionaal Archief Dordrecht.
Levensgevaarlijk
  • Is iedereen vergeten dat de sluis werd dichtgegooid ivm het vrachtverkeer?
  • Het was levensgevaarlijk werd indertijd verteld (en zit een kern van waarheid in)
  • Het wegdek van de sluis stond op instorten
  • Dichtgooien was goedkoper dan opknappen. De gevolgen had men toen niet goed op het netvlies staan.

Reacties onder een artikel in alblasserdamsnieuws.nl

Langs de Noord en de Lek is veel bedrijvigheid en dus vrachtverkeer richting Kinderdijk en Nieuw-Lekkerland.
Onderhoud?

Uit de reacties leiden we af dat het vooral om onderhoud ging. Om het zeker te weten te krijgen bellen we met Waterschap Rivierenland. De vriendelijke en zeer behulpzame dame van de afdeling communicatie moet het navragen. Of we de vragen maar even op de mail wil zetten. Dat doen we natuurlijk. Na een paar dagen krijgen we antwoord.

  1. Wat is op dit moment de status van de discussie?

Op dit moment is er geen discussie over. Er is in het verleden meerdere malen bestuurlijk gesproken over heropening. Standpunt is steeds ongewijzigd: alle drie betrokken overheidspartijen, provincie ZH, gemeente, waterschap, zitten hier op één lijn. Geen heropening. De invloed op de recreatievaart is gering. En kosten onderhoud en bediening zijn blijvend. Bovendien is en wordt de Alblas geen vaarweg.

2. Is er enige reële kans op heropening van de sluis op afzienbare termijn?

Nee, zie bovenstaand. Wel is de mogelijkheid voor optisch herstel bij volgende dijkversterking bespreekbaar.

3. Wat is indertijd precies de reden geweest dat de sluis is dichtgemaakt?

Vanuit het oogpunt van waterveiligheid is besloten om de sluis toentertijd te sluiten.

Waterveiligheid

Mmm. Dit is wel heel summier… waterveiligheid… Daar kun je ook onder vatten dat het onderhoud gewoon te duur was, denken wij dan. Maar het antwoord is heel duidelijk. De sluis is dicht en blijft dicht. Misschien alleen optisch herstel, wat zoveel betekent dat het lijkt alsof-ie nog open is. 

   

Karakteristiek torentje

Dat zou ook al heel mooi zijn. Het is namelijk een prachtige kunstwerk, gebouwd in de stijl van de Delftse School met een karakteristiek torentje. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, raakte het complex door een bombardement zwaar beschadigd. Nog tijdens de oorlog werden dam en sluis herbouwd.

De schade na het bombardement op Alblasserdam op 11 mei 1940. Foto: Regionaal Archief Dordrecht.
Alblassersluis

Om de Alblasserwaard binnen te komen zit er dus niks anders op dan om te varen naar Hardinxveld-Giessendam. En misschien is dat maar goed ook, gezien deze reactie op de website van alblasserdam.net:

Gewoon laten zoals het nu is.
De naam van ons mooie dorp zegt het al: AlblasserDAM.
Anders had het wel Alblassersluis geheten……..

Lees hier je waar je wel de Albasserwaard in kunt varen -> Varen door de Alblasserwaard

En wil je het ‘optische herstel’ van de sluis de komende jaren zelf in de gaten houden? Gewoon vóór de dam aanmeren in de jachthaven van Alblasserdam!

De jachthaven van Alblasserdam met zicht op de werf van Oceanco. Foto: Albert Remmelts.

Vond je het verhaal leuk? Als je je email-adres invult in het veld rechtsboven krijg je gratis onze verhalen in je mailbox. Veel leesplezier!

Assen, februari 2021, Marieke Rosier

Attentie!

Moet je toevallig iets kopen bij Bol.com, doe dat dan via deze link. Dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden. Dank alvast!

Select 2021Select 2021
 

Bronnen: Alblasserdam.net / Stichting Schutsluis Alblasserdam / Geschiedenis van Zuid-Holland /

De populairste video’s van 2020

Misschien heb je er maar ééntje gezien, of misschien wel allemaal. Een video van een vaartocht bij jou in de buurt of eentje in een regio waar je wat minder vaak vaart: met de Canicula maken we overal op het Nederlandse water filmpjes.

   
Populairste video’s

Maar welke video’s waren in 2020 het populairste? Kijk even mee in de statistieken van ons YouTubekanaal De Canicula, misschien kunnen we je inspireren!

We willen jullie hartelijk danken voor al jullie support en de leuke, lieve en ontroerende reacties zowel op Facebook als op ons YouTubekanaal. En niet te vergeten de geweldige reacties onderweg op het water!

Met de motorboot over de Oude IJssel

Al jaren stond-ie op onze bucketlist: de Oude IJssel. Bij Doesburg de bocht om en dan door de indrukwekkende sluis langs Laag-Keppel, Doetinchem en Terborg, totdat je bij Ulft de keersluis tegenkomt. Het was een mooi avontuur, langs indrukwekkende kastelen, een moordlustige bisschop en interessante sluizen, compleet met vistrappen. De video staat op de vijfde plaats van populairste video’s van 2020.

Over Vliet en Schie

We komen graag op Kevereiland, waar Edwin en Gilia de scepter zwaaien. Vanuit Keverhaven op de Kagerplassen varen we dan via Leiden en Delft naar Rotterdam, waar we in deze video de nacht doorbrengen in het historische Delfshaven. Op plaats 4 staat dit filmpje. En de Vliet en de Schie uit de titel zijn kortweg de namen van de vaarverbinding tussen Leiden en Delft en tussen Delft en Rotterdam. En wist je dat er maar liefst vier Schie-en zijn? Kijk zelf maar!

Noordwaarts

Vaak zijn we een beetje weemoedig als we aan deze vaartocht beginnen, want het betekent dat we terug naar het noorden, naar onze thuishaven varen. De vakantie zit er dan op… De route maakt veel goed: vanuit Hasselt via Zwartsluis en de Beulakerwijde via Giethoorn naar Ossenzijl. De video van deze vaartocht staat op de derde plaats.

Langs Heerenveen en Akkrum

Op 2: één keer eerder kwamen we door Heerenveen. Maar deze keer namen we de tijd om een rondje langs de afgedamde Schoterlandse Compagnonsvaart en de historische Heeresloot te wandelen, voorbij de prachtige Crackstate en Oenemastate in het centrum. We varen door het knusse Aldeboarn en door Akkrum en leggen aan bij de voormalige veengraverij de Deelen, dat is omgetoverd in een prachtig natuurgebied.

Sweet memories: Wergea en Warten

Vanaf het begin scoorde hij hoog, misschien wel dankzij de prachtige muziek van Widekeys. We komen door het smalle vaarwater van Wergea en door waterdorp Warten, waarna we onze tocht voltooien in de Oude Venen. De beelden namen we op in het najaar van 2019, de video was klaar in februari 2020. Hij staat met stip op 1!

Friese filmpjes

Opvallend is dat vooral Friese filmpjes hoog scoren. Zou dat komen omdat we vooral veel Friese fans hebben? Of genieten onze kijkers meer van de Friese wateren? Wie het weet mag het zeggen…

En de slechtst bekeken video?

Tja, die moeten er ook zijn. Zelf was ik behoorlijk trots op deze video waarbij we eerst heen-en-weer door Delfshaven varen en daarna via de Parksluizen over de nieuwe Maas het Noordereiland ronden: Rondje Rotterdam. Misschien willen jullie de video een nieuwe kans geven? Of ons vertellen waarom jullie ‘m niet zo leuk vinden? Misschien kunnen we er wat van opsteken!

Meest bekeken

Al een paar jaar houden we bij welke video’s het meest bij jullie in de smaak vallen. Bekijk hier de filmpjes die het meest bekeken werden in 2019 en 2018. En we horen natuurlijk graag wat jij vond van de video’s? Misschien heb je nog goeie tips? Vertel het ons!

De populairste video’s van 2019

De populairste video’s van 2018

Assen, december 2020

Marieke Rosier

Varen langs het gat van de Malle Graaf

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve  zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit verhaal gaat over het gat van een malle graaf, langs het Dokkumer Alddjip.

De video van onze vaartocht tussen het Dokkumer Diep en de Oude Venen

Vind je de video leuk? Abonneer je hier gratis op ons YouTubekanaal, dan zie je de nieuwste video’s meteen!

Stevige wind

We komen van Dokkum en hebben de nacht doorgebracht langs het Dokkumer Grootdiep, ter hoogte van het terpdorp Oostrum. Ons plan om naar het Lauwersmeer te varen, moeten we helaas    laten schieten. Door de stevige wind van de laatste dagen zijn we teveel tijd kwijt geraakt onderweg. En we moeten op tijd in de Oude Venen zijn, waar we met onze jongens het Pinksterweekeinde gaan vieren. Dus nemen we de eerste de beste afslag, over de oude loop van het Dokkumer Diep richting Kollum.

De pijl wijst naar de oude loop van het Dokkumer Diep, nu Alddjip genoemd. Het Mallegraafsgat ligt in de bocht
Heel nieuwsgierig

Die oude loop meandert mooi door het voorjaarsland. Langs het water staan een paar huizen. Achter die huizen kunnen we nog nét een kolkje zien glinsteren. Het meertje ontstond tijdens de Sint-Pietersvloed van 1651, waarbij op veel plekken in Nederland de dijken braken. Eerst heette het kolkje nog het Sint-Pietersgat, maar in de 18e eeuw kreeg het een nieuwe naam: Mallegraafsgat. We varen dus langs het gat van de malle graaf. Zo’n naam maakt nieuwsgierig, heel nieuwsgierig… Wat was dat voor ’n graaf?

Verbruid

Het blijkt om de Ierse graaf van Clancarty te gaan. Deze edelman had het helemaal verbruid bij de koning van Engeland. Na een gevangenschap van drie jaar in de beruchte Tower of London werd hij verbannen. Hij woonde een tijdje in Duitsland en kocht toen het Waddeneiland Rottumeroog. Daar bleef hij jarenlang bivakkeren. Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk kwam hij terecht   bij het kolkje langs het Dokkumer Diep. Daar ging hij in een heel klein huisje wonen. Nogal een verschil met z’n familiekasteel!

De ruïne van het familiekasteel van Clancarty in het Ierse graafschap Cork
Rood, zwart en blond

Maar waarom werd die graaf nu mal genoemd? Dat had-ie te danken aan z’n kleurrijke levensstijl op Rottumeroog, met veel wijn, dito muziek en maar liefst drie vrouwen, eentje met rood, eentje  met zwart en eentje met blond haar. Overigens zijn de meningen over die bijnaam verdeeld, sommige mensen vonden de graaf helemaal niet zo mal. Maar hij werd daarmee wel de naamgever van het Mallegraafsgat.

   
Lady Di

De graaf was ooit getrouwd met Elizabeth, de dochter van de graaf van Sunderland, Robert Spencer. Dat veroorzaakte een heel schandaal, want onze graaf was protestant en Elizabeth katholiek.   Dat is soms nu nog belangrijk, maar in die tijd helemaal. Over de schandalen en de kleurrijke levensstijl van de Ierse graaf en zijn gravin zijn boeken volgeschreven en toneelstukken opgevoerd. Geheel in stijl met het leven van hun beroemde nazaat lady Diana Spencer, de prinses van Wales en de eerste vrouw van de Britse kroonprins Charles.

De graaf en zijn vrouw waren hoofdrolspelers in boeken en toneelstukken
Nederig huisje

En het huisje aan het kolkje? De graaf had er al wat land en kocht het huis in 1723. Het zou een gebouwtje zijn van twee verdiepingen, met op de gevelsteen de naam Clancarty. Het werd in de  buurt beschreven als ‘nederig’. Uiteindelijk vertrok hij er weer, want veel later, rond 1800, werd het verkocht aan de kerk van Oudwoude, die er een armenwoning van maakte. Nog later ging het weer in andere handen over. Niet zo lang geleden, in 2012, brandde het huisje af. Alleen aan de boomwal kun je nog zien dat er ooit bebouwing is geweest.

En de graaf? Hij overleed op 67-jarige leeftijd in 1734, ver van z’n Mallegraafsgat, op een boerderij in de buurt van Hamburg.

De Mallegraafsborg stond in het met bomen omzoomde driehoekje links naast de kolk. Rechtsonder het Alddjip
Jouw verhaal!

Ben jij ook wel eens langs een plaats gevaren waarvan je dacht: hé, wat een rare naam, of langs een gebouw dat er interessant uitziet maar waarvan je niet weet wat het is geweest? Vertel het ons   in de comments, misschien kunnen we er een artikel over schrijven. We horen het heel graag!

Bekijk hier de video van de vaartocht tussen Berlikum en Dokkum

Vond je het verhaal leuk? Als je je email-adres invult in het veld rechtsboven krijg je gratis onze verhalen in je mailbox. Veel leesplezier!

Assen, november 2020,  Marieke Rosier

Bronnen: Historische vereniging Noord-oost Friesland / Sanne Meijer Onderweg / Stichting Jacob Campo Weyerman .

Terpenpracht langs de Dokkumer Ee

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit verhaal gaat over onze terpen, hun bijzondere inhoud en de rol van de overheid bij de verwoesting ervan.

In deze video varen we van Berlikum even voorbij Dokkum

Vind je de video leuk? Abonneer je op ons YouTubekanaal, dan zie je de nieuwste video’s het eerst!

Hoge kerk op heuvel

We varen over de noordelijke Elfstedenroute als we tussen Finkum en Bartlehiem een middeleeuwse kerk zien opdoemen. De kerk is opvallend hoog, veel hoger dan andere kerken onderweg. Als ik wat afgeleid word door een overkomend propellervliegtuig, verlies ik de kerk uit het zicht. Totdat ik ‘m even verder weer in het oog krijg. Tenminste, dat vermoed ik op dat moment.

Maar inmiddels weet ik dat het zomaar een andere geweest kan zijn. Want als we even verder over de Dokkumer Ee varen, zien we een hele serie van die hoge kerken langs het water. En in een flits dringt het door: het zijn geen hoge kerken, maar kerken op hoge heuvels. Terpen dus. 

Deze terp staat vlak voor Birdaard, duidelijk zichtbaar vanaf de Dokkumer Ee.
Hegebeintum

Van terpen hebben we natuurlijk gehoord. Dat de hoogste terp van Friesland in Hegebeintum staat en dat er in de terp van Wijnaldum een prachtige mantelspeld is gevonden, dát wisten we. Maar dat ze zo duidelijk te zien zijn en hier langs de Dokkumer Ee bijna in een sliert langs het water staan, dat wisten we dan weer niet. Hoog tijd voor een verkennend onderzoek. Ook handig voor de video die we maken van de vaartocht tussen Berlikum en Dokkum.

Slierten terp

Die slierten terp hebben alles te maken met de Friese waterlijn die door de eeuwen heen steeds verder aandikte. Oeverwallen slibden aan, begroeiden, slibden verder aan en werden steeds hoger, waarop de ‘ouwe Friezen’ zo rond de zesde eeuw voor Christus bedachten dat het prima plekken waren om hun huizen op te bouwen, veilig voor het oprukkende zeewater. Jaar na jaar na jaar verhoogden ze hun terpen. Totdat de dijken kwamen. Want toen waren al die heuvels niet meer nodig. Het water bleef, met een beetje mazzel, achter de dijk.

Vanaf het jaar 1100 werden de terpen bekroond met kerkjes. Afbeelding: screenshot animatie Matthijs Rosier.
Goldrush

De terpen bleven staan waar ze stonden, met de mooie kerkjes bovenop hun hoofd. Eeuwenlang. Totdat rond 1850 werd ontdekt dat terpgrond heel vruchtbaar was en daardoor veel geld waard. Aangespoord door de overheid, die de waarde van de niet afgegraven grond meetelde in de vermogensbelasting, werd driekwart van de Friese terpen afgegraven. Een soort goldrush dus, waarbij de terp loodrecht naar beneden werd ontmanteld, totdat alleen het stukje onder de kerk nog over was.

Uit de terp van Hegebeintum kwamen mooie sieraden en de boomkistdame (zie onder).
Schatkamer

D’r werd van alles er in die terpen gevonden. Huisvuil en mest natuurlijk, maar ook potten, pannen, sieraden en mantelspelden; restanten van honderden jaren boerenleven. Boeren, maar beslist geen arme boeren. Koningen misschien wel, want sommige terpen bleken schatkamers, vol sieraden, munten en zelfs goud. Uit de terp van Wijnaldum bijvoorbeeld, kwam in 1953 een prachtige fibula tevoorschijn, een vergulde zilveren mantelspeld, versierd met gouden filigraanwerk en ingelegd met rode almandijn, een granaatsoort uit India. Maar er kwam nog veel meer uit die terpen…

Tientallen onderdelen van de mantelspeld uit de terp van Wijnaldum zijn de afgelopen jaren teruggevonden. Afbeelding: Fries Museum
Boomkistdame

Want er lagen ook hondjes in die terpen begraven, paarden, en zelfs mensen. De spectaculairste vondst was het skelet van een vrouw. Ze lag in een uitgeholde eikenboom in de terp van Hegebeintum. Inmiddels heeft ze haar gezicht teruggekregen en zelfs een naam: Beitske, de boomkistdame.

Vanaf de originele schedel is het gezicht van de boomkistdame nagemaakt. Afbeeldingen: Fries Museum
Fascinerende wereld

Terpen en hun bewoners: het is een fascinerende wereld waarnaar nog steeds veel onderzoek wordt gedaan. Ook komen er leuke projecten uit voort als het Zodenhuis in Firdgum en het Kweldercentrum Noarderleech in Hallum. Langs de terpen zijn interessante wandelroutes ontwikkeld. Meer over de terpen is te ontdekken in Museum Wierdenland in Ezinge. Daar kom je vlak langs als je met de boot over het Reitdiep vaart. Vanuit de jachthaven in Garnwerd is het ongeveer vier kilometer fietsen.

In Wijnaldum, Firdgum, Oude Bildtzijl en Hegebeintum geven vier kleine musea samen informatie over archeologie langs de Waddenkust. De boomkistdame en andere terpschatten kun je bekijken in het Fries Museum in Leeuwarden.

   
Bootfietstocht naar Hegebeintum

Wil je de terp van Hegebeintum zelf bekijken vanaf de boot? Leg dan aan bij jachthaven Mounehiem in Birdaard. Het is een kleine zeven kilometer op de bootfiets. En bekijk nog even de vorige video van ons Rondje Noord-Friesland. De vaarroute vind je hier.

Assen, november 2020

Marieke Rosier

Bronnen: Fries Museum/Historiek.net/Museum Wierdenland Ezinge/boek Terpen-en Wierdenland: Erik Betten/Terpencentrum RUG

De welkom- en vaarweltoren

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Tijdens onze eerste tocht door Overijssel vallen we van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland doorgevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van de welkom- en vaarweltoren: de toren van Spannenburg.

Lelijk ding

We zien ‘m altijd al van verre oprijzen in het vlakke Friese land, de toren van Spannenburg. Omdat we naar de boot in Sloten gaan geeft de mast ons een prettig gevoel, alsof-ie zegt: jullie zijn er bijna, welkom! En waar je ook vaart op de zuid-Friese meren, de toren is overal te zien. Welbeschouwd is het een lelijk ding. Waarom staat de mast er eigenlijk?

Zolang we in zuid-Friesland blijven verdwijnt hij nooit lang uit het zicht
Hoogste bouwwerk

De slanke, witgrijze toren met de vier groene banden bij Spannenburg hoort inmiddels net zo bij Friesland als de Waterpoort in Sneek en de schoorsteenpijp van het Woudagemaal in Lemmer. Met z’n 118 meter is de mast het hoogste bouwwerk van Friesland, met de Achmeatoren in Leeuwarden als goede tweede. Maar waar dient hij eigenlijk voor? En is hij nog wel nodig in deze digitale tijd? 

Irritante in-gesprek-toon

De toren moest zorgen voor een straalverbinding voor vaste telefonie, radio en televisie, net zoals soortgelijke masten bij onder meer Lopik, Smilde en Roermond. De Leeuwarder Courant meldde in juni 1971 dat de telefoniecapaciteit met het Westen tien keer zo groot zou worden. De irritante in-gesprek-toon bij alleen al het ‘draaien’ van een netnummer, bijvoorbeeld in Amsterdam, moest daarmee verleden tijd zijn.

De Leeuwarder Courant noemt de toren in 1971 een ‘PTT-kolos’
Overbodig – of niet?

Met de komst van de glasvezel en satellieten hebben de masten voor een groot deel hun functie verloren. Maar overbodig zijn ze beslist niet. Ze zijn inmiddels onmisbaar voor de draadloze netwerken voor de mobiele telefoons, er worden nog steeds radiozenders doorgegeven en ze zijn onderdeel van de noodinfrastructuur. Bovendien zitten er tegenwoordig datacenters in veel torens. Veilig hoog en droog en genoeg noodstroom aanwezig. Ze worden inmiddels mediatorens genoemd.

   
Lelijk en mooi

Zo’n beetje naast de toren staat de voormalige herberg het Wapen van Friesland. Is jullie dit fraaie gebouw wel eens opgevallen? Het gaat wat schuil achter de hoge toerit naar de brug over het Prinses Margrietkanaal. Met een hoog schilddak, vooruitstekende gevel, Toscaanse pilasters en het wapen van Friesland op een prominente plek. Een mooi contrast met de ‘lelijke’ mediatoren erachter.

Voormalige herberg het Wapen van Friesland. Foto: Wikipedia/Kasteelbeer
De ‘welkom en vaarwel-toren’

Soms wordt erom gesteggeld of het nu de toren van Spannenburg is of de toren van Tjerkgaast. Maakt ons niet uit. Voor ons is het het beeld van vreugde en weemoed: van wat gaat komen en wat alweer voorbij is. Van we gaan varen of we moeten alweer naar huis. Kortom, de welkom- en vaarweltoren. 

En als we er dit weekeind voor ons laatste boottochtje langs rijden maakt de mast ons een beetje weemoedig. Vaarwel vaarseizoen 2020. Maar we weten nu al dat we ‘m niet erg lang gaan missen. We nemen vást in februari alweer een kijkje bij de Canicula, ook al ligt ze dan in de loods.

Geen speld tussen te krijgen…
Hebben jullie nu ook van die welkom- en vaarwel landmarks? We zijn benieuwd! Zet het hieronder in de mail, misschien kunnen we daar ook een stukje over schrijven!

In deze video varen we langs de toren van Spannenburg op weg naar een mooi Fries meertje.

Vind je de video leuk? Abonneer je hier gratis op ons YouTubekanaal, dan zie je de nieuwste video’s het eerst!

Pieter en Marieke, Assen, 15 november 2020

Het trieste lot van de sjuten van Spakenburg

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het trieste lot van de sjuten van Spakenburg.

Spakenburgse botter

Een sjuut is Spakenburgs voor een botter, het schip waarmee de vissermannen de Zuiderzee afzochten naar vis. In de hoogtijdagen, zo rond 1900, lagen er zo’n tweehonderd van die sjuten in de Utrechtse havenstad.

Gerestaureerde botters in de haven van Spakenburg in 2015
Afsluitdijk

Maar dat was vroeger, vóór de tijd van de Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders. Inmiddels zijn er nog maar een paar vissers over. De meeste gingen noodgedwongen op zoek naar ander werk. En waar hun botters zijn gebleven? Daarvoor hoef je niet ver te zoeken…

Onder de blauwe bullets liggen de sjuten. Je kunt ze bekijken op Google Maps, dankzij Pieter de Vos
Sjutenkarkhof

Misschien waren we wat afgeleid door de naturisten aan de kant van Flevoland. Of werden we in beslag genomen door de groene waterplantenwaas op de Randmeren. Nooit hebben we iets gezien aan het water van het Eemmeer. Maar ze liggen er wel. Voor de Spakenburgse havenmond. Op het Sjutenkarkhof. Afgezonken door hun eigen vissers.

De BU 39 voor de kust van Spakenburg. Foto: Pieter de Vos, dedarp.nl
   
Drama en verdriet

Sjutenkarkhof. Kauw eens op dat woord. Je proeft oneindig drama. En verdriet. En opluchting misschien? Toen in 1932 de Afsluitdijk werd gedicht zagen de vissers van de Oostwal het nog niet zo somber in. Ook nog niet toen de Noordoostpolder (1942) en noordelijk Flevoland (1957) werden ingepolderd. Dat kwam pas elf jaar later. Toen viel ook Zuidelijk Flevoland droog, zoals je kunt zien in dit filmpje van Omroep Flevoland met beelden uit die tijd van Polygoon-Profilti.

Geen lust maar last

De visgronden waren verdwenen en daarmee ook de broodwinning van de vissers. Geen geld meer voor eten en dus ook geen geld meer voor het onderhoud van de botters. Daarmee werden de schepen geen lust meer, maar een last.

Bij deze delen wij U mede, dat in de havens geen botters gesloopt mogen worden. Sloping van botters mag alleen plaats vinden nabij de havenmond – ten Oosten -. Indien botters niet meer in de vaart zijn, dan dienen deze een ligplaats te worden gegeven nabij de scheepswerf van Gebroeders Zijl.

Getekend Burgemeester en Wethouders – dedarp.nl

Kachelhout

Sommige botters hadden geluk, ze werden verkocht aan pleziervaarders. Van veel andere schepen werd het bruikbare hout in de kachel gegooid. Wat er dan nog van het schip over was, werd naar een ondiepte in het Eemmeer of Nijkerkernauw gevaren en daar afgezonken. Zo ontstond het botterkerkhof. Bij laag water kun je nog zo’n 25 wrakken zien.

Botterwrakken bij het Zuideinde. Foto: Zuiderzeemuseum/Siebe Jan Bouma
Markt of fabriek

Wat gebeurde er met de vissers? Wie net zoals wij graag naar de markt gaat, herkent de namen vast: veel vis- en broodkramen worden gerund door voormalige Spakenburgse vissersfamilies. Vroeg op en de hele dag in de buitenlucht: het bleek een goed alternatief voor het vissersbestaan. Andere vissers gingen naar het nieuw opgerichte Polynorm, een fabriek die prefabhuizen fabriceerde. Of ze gingen naar de sigaren- of de schoenenfabriek.

Voormalige vissers aan de slag in de schoenenfabriek. Afbeelding: Katholieke Illustratie
Zelf een kijkje nemen?

Neem zelf ook eens een kijkje in dit voormalige vissersdorp waar je nog steeds vis kunt halen! En als je dan ook nog een nachtje wilt blijven slepen, boek dan hier. Dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om deze website up-to-date te houden.



Booking.com

 

Bovenop een sjutenwrak

Pleziervaarders die Spakenburg aandoen, komen vaak in de Nieuwe Haven terecht. Dat was ooit de botterhaven die gebruikt werd door de plaatselijke visserijvereniging De Eendracht. Toen die in 1964 werd opgeheven, werden zowel naam als haven overgenomen door de watersportvereniging. De laatste keer dat we Spakenburg aandeden, mochten we overnachten aan de pier van WSV De Eendracht. En als we Google Maps mogen geloven, hebben we daar bovenop een sjutenwrak gelegen…

Lees ook: Aanleggen in Bunschoten-Spakenburg

Botters en andere Zuiderzeeschepen tijdens een zeilwedstrijd op de Randmeren. Foto: Wikipedia/Darp
Botterbehoud

De wrakken blijven liggen waar ze liggen. Volgens deskundigen blijven ze onder water het beste bewaard. Van de botters die niet op het Sjutenkarkhof zijn beland, kwamen de meeste in handen van liefhebbers. Er is zelfs een Vereniging Botterbehoud, die al in 1968 werd opgericht om de voormalige Zuiderzeevloot in originele staat voor het nageslacht te bewaren. En in Spakenburg zijn ze aan het goede adres: daar staat de enige botterwerf van ons land.

In deze video, vol regen en harde wind, varen we voorbij Spakenburg naar Muiden

Vind je de video leuk? Abonneer je hier gratis op ons YouTubekanaal, dan zie je de nieuwste video’s het eerst.

Ik kwam het Sjutenkarkhof op het spoor dankzij het boek ‘Eens ging de zee hier tekeer’ van Eva Vriend. In het boek staan vier Zuiderzeefamilies centraal, die allemaal te maken kregen met de gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee. Als je het boek koopt via onderstaande link, dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden. Dank alvast!

Marieke Rosier, Assen juni 2020

Bronnen: