Verhalen

Wie is toch die man op die dijk?

Hebben jullie ‘m wel eens zien staan bovenop de zeedijk in Harlingen? Dat enorme beeld met die twee hoofden?

En heb je je ook wel eens afgevraagd: wie is toch die man op die dijk?

Dijkenbouwer of moordenaar?

Het beeld is neergezet uit dankbaarheid voor het herstel van de zeedijk, staat op een infobord onderaan de dijk. Voor kolonel Caspar di Robles, wiens ‘daadkrachtige aanpak van het dijkherstel na de Allerheiligenvloed hem tot de beroemdste dijkenbouwer van Friesland heeft gemaakt’.

Er past nooit veel tekst op zo’n bord. Het moet dus altijd kort. Maar dit is wel erg kort. Wat er ook niet op staat is dat Caspar di Robles verantwoordelijk was voor de moord op de halve bevolking van Dokkum.

Het Prinses Margrietkanaal heet hier ook wel Kolonelsdiep
Beetje vreemd

Daarover later meer. Want dit verhaal begint niet in Harlingen, maar op het Prinses Margrietkanaal. Daar blijken Pieter en ik al eerder ‘kennis’ te hebben gemaakt met de kolonel. Dat is als we tijdens een van onze eerste lange tochten over de Lauwers naar Gerkesklooster varen en zo het kanaal op. Op de waterkaart zie ik dat dit stukje water behalve ‘Prinses Margriet’ ook ‘Kolonelsdiep’ heet. Dat vind ik een beetje vreemd. We hebben in Nederland toch geen traditie om militaire rangen aan infrastructurele projecten te hangen?

De dikke lijn vormt het traject van het Kolonelsdiep. Afbeelding Friesche Volksalmanak 1891
Kolossaal monument

Kolonelsdiep. De naam blijft even hangen maar zakt daarna diep weg in mijn geheugen. Hij blijft daar lange tijd sluimeren en wordt pas weer wakker als we in Harlingen aanmeren. Daar staat op de Westerzeedijk dat kolossale monument, niet te missen zo groot. Een stijf gebeeldhouwd lichaam met twee hoofden. Op z’n voet komen we de naam van onze kolonel weer tegen. Hoog tijd om het verhaal van Di Robles te ontrafelen!

Hij is niet van adel en dus eigenlijk een soort burgermannetje, die Caspar di Robles. Hij schopt het tot stadhouder van Friesland, Drenthe en Groningen dankzij zijn moeder. Die is de min van de Spaanse kroonprins Philips II, waarmee Philips en Caspar ‘zoogbroeders’ zijn. Caspar, met z’n elf kinderen, moet een goede katholiek zijn geweest. Dankzij zijn vrouw wordt hij heer van het kasteel van Billy in Artesië. Jammer genoeg is er van dit kasteel geen afbeelding te vinden, ook niet van Caspar zelf. Het is dan ook wel erg lang geleden…

Waarom dat beeld?

We gaan terug naar de tijd dat Spanje heerst over de Lage Landen. Prins Willem van Oranje voert eerst vanuit Duitsland, later vanuit Delft het verzet aan tegen de Spaanse koning Philips II. Het is een roerige tijd. En alsof dat nog niet genoeg is worden de kusten van de zeeprovincies geteisterd door de ene stormvloed na de andere. Die van 1570 is de ergste. Tijdens een urenlange storm beuken de golven van de Allerheiligenvloed de dijken kapot. In Friesland en Groningen verdrinken zo’n drieduizend mensen.

Tijdens de Allerheiligenvloed hoefde je alleen de kerktorens te ontwijken om van Sneek naar Stavoren te kunnen varen. Afbeelding: Rijksmuseum
Scheve ogen

De zeedijk tussen Makkum en Het Bildt is zwaar getroffen. Twee groepen bewoners moeten hun portemonnee trekken bij schade, de buitendijkers en de binnendijkers. De buitendijkers wonen in het gebied dat bij een dijkdoorbraak meteen onderloopt, de binnendijkers houden hun voeten wat langer droog. Buitendijkers moeten daarom drie keer zoveel betalen. Dat levert natuurlijk scheve ogen op – zachtjes uitgedrukt.

Eigen helft

Uiteindelijk – na jarenlange ruzies met elkaar én met de overheid – krijgen de buiten- en de binnendijkers een eigen helft in onderhoud. Om dat te vieren wordt in 1576 midden op die dijk in Harlingen een kolossale grenspaal neergezet, naar verluidt geïnspireerd door de Romeinse goden Terminus en Janus. De eerste staat voor ‘grens’ en de tweede voor het ‘begin en het eind’. Janus wordt altijd afgebeeld met twee hoofden, vandaar dat er een dubbele kop bovenop die paal prijkt.

Tekening uit 1710. Afbeelding: Atlas Schoemaker. Koninklijke Bibliotheek
Verwarring

Tot zover nog geen link met Di Robles. Die zie je pas als je een stukje naar beneden kijkt. Want op de voet van het beeld hebben de Spaansgezinde initiatiefnemers de woorden laten schrijven die nu nog steeds zorgen voor een hoop verwarring. Op de steen staat dat het beeld is neergezet als dank aan kolonel Caspar di Robles vanwege zijn werk aan de dijk. Het lijkt uit de lucht te vallen. Waarom vinden ze het belangrijk Caspar di Robles te noemen?

Praalbeeld

Dat is nog steeds een raadsel. De meest waarschijnlijke verklaring is dat de initiatiefnemers in een goed blaadje bij de Spanjaarden willen komen met het ophemelen van stadhouder Di Robles. En dat lukt. Want hoewel de officiële naam van het beeld Terminus is, maakt de volksmond er Stenen Man van. En zoals dat vaker gaat, de grenspaal wordt in de hoofden van het volk al snel een praalbeeld ter ere van Caspar di Robles.

Voor wie wil weten wat er precies op de voet van de grenspaal staat, hier kun je de hele tekst lezen.

Zo stellen we ons de Spanjaarden uit die tijd voor, met rijk versierde kleren, een enorme kraag en een puntbaard. Dit is niet Caspar, maar de hertog van Parma, geschilderd door Otto van Veen (1556-1629)
Heldenverering

In de eeuwen na de plaatsing van de grenspaal op de Harlinger zeedijk ontstaat een mythe rond Di Robles die uitmondt in een soort heldenverering. Er worden dijken naar hem vernoemd, straten, een jaarlijkse zeezwemtocht, een scoutinggroep en niet te vergeten dat stukje kanaal tussen Briltil en het Bergumermeer. Een heleboel eer voor een man die niet eens in de buurt zou zijn geweest tijdens het herstel van de dijk.

De grootste verdienste van Caspar di Robles zou zijn dat hij het herstelwerk zo goed georganiseerd had dat de dijk in drie maanden klaar was. Hij zou zelfs een galg op de dijk hebben neergezet om werkweigeraars te straffen. Tegenwoordig wordt het hele verhaal hoogst onwaarschijnlijk geacht. Zie daarvoor ‘Een nieuwe kijk op Caspars dijk’ – Kees Draaisma (link onderaan pagina).

Watergeuzen

Want hoewel hij dus wel de naam krijgt als Frieslands beroemdste dijkenbouwer, is Caspar di Robles meestal ver weg als de boeren ploeterend met kruiwagen en schop de dijk op hoogte brengen. De watergeuzen, die vechten aan de kant van prins Willem van Oranje, spoken rond op de Zuiderzee en het kost de stadhouder vrijwel al z’n tijd om die uit Friesland en Groningen te weren.

Ter land houden de opstandelingen hem ook behoorlijk bezig. Vooral als Den Briel door de watergeuzen wordt veroverd op Spanje. De aanhangers van prins Willem worden overmoedig en Di Robles moet alles op alles zetten op de noordelijke steden in Spaanse handen te houden. Waaronder Dokkum.

De watergeuzen steken Spaanse schepen in brand bij Den Briel. Afbeelding: Rijksmuseum
Rovende soldaten

Want Dokkum ligt strategisch tussen Leeuwarden en Groningen én is bovendien een havenstad, reden genoeg voor stadhouder Di Robles om er uit voorzorg een paar honderd soldaten te legeren. Die soldaten krijgen niet betaald en moeten hun kostje dus bij elkaar roven. Geen wonder dat ze in Dokkum niet bepaald dol zijn op de huurlingen. Als Den Briel door de watergeuzen is veroverd, zien ook de geuzen en prinsgezinde burgers in het Noorden hun kans schoon en bezetten Dokkum. Dat loopt niet goed af.

Dokkum in 1572. Op 18 september van dat jaar werd de halve bevolking vermoord
De Ee rood van het bloed

Een groot deel van de bevolking kiest de kant van de aanhangers van prins Willem. De Spaanse soldaten worden uit ramen en vanaf daken bekogeld en zelfs beschoten. Di Robles is woedend op de inwoners van Dokkum. Hij trommelt honderden huurlingen op om Dokkum terug te veroveren en belooft z’n mannen dat ze de stad mogen plunderen. Bij de slachting die volgt worden zo’n vier- tot vijfhonderd Dokkumers wreed vermoord. Volgens de overlevering kleurt het water van de Ee, die dwars door Dokkum stroomt, rood van het bloed.

Hangend aan een paal

Boontje komt om z’n loontje: Di Robles laat zelf ook op een ellendige manier het leven. Jaren later wordt hij tijdens het beleg van Antwerpen getroffen door munitie uit een ‘mijnschip’: een schip dat door de aanhangers van Willem van Oranje is volgestopt met kettingen, stenen, ijzeren pinnen en vooral veel buskruit. De explosie is zo hevig dat het ‘was alsof de hel haar poorten opende’, aldus een ooggetuige. Di Robles, weggeslingerd en verpletterd (of andersom), wordt teruggevonden met z’n gouden ketting hangend aan een paal.

Maar hoe zat het nou met dat Kolonelsdiep tussen Briltil en het Bergumermeer?
Een van de schepen die door de opstandelingen wordt gebruikt om Antwerpen te ontzetten. Schilderij door Frans Hogenberg/Rijksmuseum
Terug naar het kanaal

Terug naar waar dit verhaal begon: op het Prinses Margrietkanaal. Omdat de watergeuzen de handelsvloot op zee bedreigen, laat Di Robles een vaart graven tussen Groningen en Friesland. De inwoners zijn er niet gelukkig mee. Het kanaal schopt hun afwatering in de war en ze zijn bovendien bang dat al het Friese water door de vaart naar Groningen stroomt. Toch blijft de vaart bestaan en krijgt het zelfs zijn naam. En wordt het Kolonelsdiep later, als Di Robles allang is vertrokken, een drukbevaren route, door binnenvaartschepen én pleziervaarders.

Waaronder wij dus.

Je doet bijzondere ontdekkingen als je de waterkaarten goed bekijkt…

Alles nog eens overlezende blijf ik het een vreemd verhaal vinden. Wel een monument ter herinnering aan Caspar di Robles maar niet voor de honderden vermoorde Dokkumers. Gek toch?

In deze video varen we van Bolsward naar Harlingen

Verantwoording:

Het leek een simpel klusje, maar gaandeweg bleek dat het verhaal van Caspar di Robles veel complexer was dan ik dacht toen ik ermee begon. Niet alleen ingewikkeld door kleine dingen, zoals het gegeven dat hij formeel pas stadhouder werd in 1573, dus ver na de Allerheiligenvloed en zich pas later min of meer met het herstel van de Harlinger zeedijk ging bezig houden. Ook de feiten en meningen over de kolonel bleken per bron verschillend.

En dan is het ook nog de vraag of de twee hoofden op de grenspaal beeltenissen zijn van Di Robles of een ‘gewone’ Januskop is. Een complicerende factor hier is dat het huidige beeld ook nog eens een replica uit 1774 is, met naar het schijnt weer andere hoofden dan de oorspronkelijke. Anyway: ik heb geprobeerd de grootste gemene deler aan te houden, maar als iemand het ergens niet mee eens is, dan nodig ik diegene van harte uit een reactie te plaatsen. 

Assen, mei 2021, Marieke Rosier

Bronnen: boek De Stenen Man – Dr. Ir. J. Sevenster / Canon van het Westerkwartier / Een nieuwe kijk op Caspars dijk – Kees Draaisma / boek Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis – Geert Mak  / Historisch Nieuwsblad /

Attentie!

Moet je toevallig iets kopen bij Bol.com, doe dat dan via deze link. Dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden. Dank alvast!

Select 2021Select 2021
 

Waarom de sluis in Alblasserdam dicht is

Het is altijd een bijzonder stukje, halverwege de Noord bij Alblasserdam. De Alblasserdamsebrug is indrukwekkend, net zoals de loodsen van superjachtenwerf Oceanco en de voormalige fabriek van Nedstaal. Alblasserdam, daar is de toegang naar de Alblas denken wij, en daar kun je vast die Alblasserwaard in. Maar een blik op de waterkaart leert dat de Alblas is versperd door een dam. Tot zo rond 1998 zat er een sluis in, maar die is definitief dicht.

Waarom?
Links voor de brug de jachthaven van Alblasserdam met de voormalige toegang naar de Alblas.
Naar de Giessen

Die vraag komt pas deze zomer bij ons op, als we die Alblasserwaard in willen. Om de Giessen te bevaren, een riviertje waarvan we hebben gehoord dat-ie nét zo mooi is als de Linge. En natuurlijk om de wereldberoemde molens van Kinderdijk van dichtbij te bekijken! 

In het midden de dam. Vooraan de buitenhaven en achter de dam de Alblas. Afbeelding: Google Maps.
Alles uit de kast

De afgelopen paar jaar is van alles uit de kast getrokken om de toegang naar de Alblas weer open te krijgen. Er is een actieclub opgericht. Studenten hebben onderzoek gedaan naar de plaatsing van extra vloeddeuren. Bestuurders zijn met bootjes door de waard gevaren om ze te wijzen op de toeristische winst.

Ook vinden we plannen waarin de heropening van de sluis wordt besproken, in combinatie met een betere bereikbaarheid van de molens van Kinderdijk. Er is een Plan van Aanpak gepresenteerd hoe die heropening voor elkaar te krijgen.

Maar waarom de sluis nu precies dicht moest lezen we nergens. We vinden wél wat aanwijzingen.

De sluis gezien vanaf de Alblas. Foto: Regionaal Archief Dordrecht.
Levensgevaarlijk
  • Is iedereen vergeten dat de sluis werd dichtgegooid ivm het vrachtverkeer?
  • Het was levensgevaarlijk werd indertijd verteld (en zit een kern van waarheid in)
  • Het wegdek van de sluis stond op instorten
  • Dichtgooien was goedkoper dan opknappen. De gevolgen had men toen niet goed op het netvlies staan.

Reacties onder een artikel in alblasserdamsnieuws.nl

Langs de Noord en de Lek is veel bedrijvigheid en dus vrachtverkeer richting Kinderdijk en Nieuw-Lekkerland.
Onderhoud?

Uit de reacties leiden we af dat het vooral om onderhoud ging. Om het zeker te weten te krijgen bellen we met Waterschap Rivierenland. De vriendelijke en zeer behulpzame dame van de afdeling communicatie moet het navragen. Of we de vragen maar even op de mail wil zetten. Dat doen we natuurlijk. Na een paar dagen krijgen we antwoord.

  1. Wat is op dit moment de status van de discussie?

Op dit moment is er geen discussie over. Er is in het verleden meerdere malen bestuurlijk gesproken over heropening. Standpunt is steeds ongewijzigd: alle drie betrokken overheidspartijen, provincie ZH, gemeente, waterschap, zitten hier op één lijn. Geen heropening. De invloed op de recreatievaart is gering. En kosten onderhoud en bediening zijn blijvend. Bovendien is en wordt de Alblas geen vaarweg.

2. Is er enige reële kans op heropening van de sluis op afzienbare termijn?

Nee, zie bovenstaand. Wel is de mogelijkheid voor optisch herstel bij volgende dijkversterking bespreekbaar.

3. Wat is indertijd precies de reden geweest dat de sluis is dichtgemaakt?

Vanuit het oogpunt van waterveiligheid is besloten om de sluis toentertijd te sluiten.

In deze video varen we over de Noord langs Alblasserdam. De tekst gaat verder onder het filmpje.

Waterveiligheid

Mmm. Dit is wel heel summier… waterveiligheid… Daar kun je ook onder vatten dat het onderhoud gewoon te duur was, denken wij dan. Maar het antwoord is heel duidelijk. De sluis is dicht en blijft dicht. Misschien alleen optisch herstel, wat zoveel betekent dat het lijkt alsof-ie nog open is. 

Dat zou ook al heel mooi zijn. Het is namelijk een prachtige kunstwerk, gebouwd in de stijl van de Delftse School met een karakteristiek torentje. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, raakte het complex door een bombardement zwaar beschadigd. Nog tijdens de oorlog werden dam en sluis herbouwd.

De schade na het bombardement op Alblasserdam op 11 mei 1940. Foto: Regionaal Archief Dordrecht.
Alblassersluis

Om de Alblasserwaard binnen te komen zit er dus niks anders op dan om te varen naar Hardinxveld-Giessendam. En misschien is dat maar goed ook, gezien deze reactie op de website van alblasserdam.net:

Gewoon laten zoals het nu is.
De naam van ons mooie dorp zegt het al: AlblasserDAM.
Anders had het wel Alblassersluis geheten……..

Hier lees je waar je wel de waard in kunt -> Varen door de Alblasserwaard

En wil je het ‘optische herstel’ van de sluis de komende jaren zelf in de gaten houden? Gewoon vóór de dam aanmeren in de jachthaven van Alblasserdam!

De jachthaven van Alblasserdam met zicht op de werf van Oceanco. Foto: Albert Remmelts.

Assen, februari 2021, Marieke Rosier

Attentie!

Moet je toevallig iets kopen bij Bol.com, doe dat dan via deze link. Dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden. Dank alvast!

Select 2021Select 2021
 

Bronnen: Alblasserdam.net / Stichting Schutsluis Alblasserdam / Geschiedenis van Zuid-Holland /

De populairste video’s van 2020

Misschien heb je er maar ééntje gezien, of misschien wel allemaal. Een video van een vaartocht bij jou in de buurt of eentje in een regio waar je wat minder vaak vaart: met de Canicula maken we overal op het Nederlandse water filmpjes.

Populairste video’s

Maar welke video’s waren in 2020 het populairste? Kijk even mee in de statistieken van ons YouTubekanaal De Canicula, misschien kunnen we je inspireren!

We willen jullie hartelijk danken voor al jullie support en de leuke, lieve en ontroerende reacties zowel op Facebook als op ons YouTubekanaal. En niet te vergeten de geweldige reacties onderweg op het water!

Met de motorboot over de Oude IJssel

Al jaren stond-ie op onze bucketlist: de Oude IJssel. Bij Doesburg de bocht om en dan door de indrukwekkende sluis langs Laag-Keppel, Doetinchem en Terborg, totdat je bij Ulft de keersluis tegenkomt. Het was een mooi avontuur, langs indrukwekkende kastelen, een moordlustige bisschop en interessante sluizen, compleet met vistrappen. De video staat op de vijfde plaats van populairste video’s van 2020.

Over Vliet en Schie

We komen graag op Kevereiland, waar Edwin en Gilia de scepter zwaaien. Vanuit Keverhaven op de Kagerplassen varen we dan via Leiden en Delft naar Rotterdam, waar we in deze video de nacht doorbrengen in het historische Delfshaven. Op plaats 4 staat dit filmpje. En de Vliet en de Schie uit de titel zijn kortweg de namen van de vaarverbinding tussen Leiden en Delft en tussen Delft en Rotterdam. En wist je dat er maar liefst vier Schie-en zijn? Kijk zelf maar!

Noordwaarts

Vaak zijn we een beetje weemoedig als we aan deze vaartocht beginnen, want het betekent dat we terug naar het noorden, naar onze thuishaven varen. De vakantie zit er dan op… De route maakt veel goed: vanuit Hasselt via Zwartsluis en de Beulakerwijde via Giethoorn naar Ossenzijl. De video van deze vaartocht staat op de derde plaats.

Langs Heerenveen en Akkrum

Op 2: één keer eerder kwamen we door Heerenveen. Maar deze keer namen we de tijd om een rondje langs de afgedamde Schoterlandse Compagnonsvaart en de historische Heeresloot te wandelen, voorbij de prachtige Crackstate en Oenemastate in het centrum. We varen door het knusse Aldeboarn en door Akkrum en leggen aan bij de voormalige veengraverij de Deelen, dat is omgetoverd in een prachtig natuurgebied.

Sweet memories: Wergea en Warten

Vanaf het begin scoorde hij hoog, misschien wel dankzij de prachtige muziek van Widekeys. We komen door het smalle vaarwater van Wergea en door waterdorp Warten, waarna we onze tocht voltooien in de Oude Venen. De beelden namen we op in het najaar van 2019, de video was klaar in februari 2020. Hij staat met stip op 1!

Friese filmpjes

Opvallend is dat vooral Friese filmpjes hoog scoren. Zou dat komen omdat we vooral veel Friese fans hebben? Of genieten onze kijkers meer van de Friese wateren? Wie het weet mag het zeggen…

En de slechtst bekeken video?

Tja, die moeten er ook zijn. Zelf was ik behoorlijk trots op deze video waarbij we eerst heen-en-weer door Delfshaven varen en daarna via de Parksluizen over de nieuwe Maas het Noordereiland ronden: Rondje Rotterdam. Misschien willen jullie de video een nieuwe kans geven? Of ons vertellen waarom jullie ‘m niet zo leuk vinden? Misschien kunnen we er wat van opsteken!

Meest bekeken

Al een paar jaar houden we bij welke video’s het meest bij jullie in de smaak vallen. Bekijk hier de filmpjes die het meest bekeken werden in 2019 en 2018. En we horen natuurlijk graag wat jij vond van de video’s? Misschien heb je nog goeie tips? Vertel het ons!

De populairste video’s van 2019

De populairste video’s van 2018

Assen, december 2020

Marieke Rosier

De populairste vaarroutes van 2020

Welke aanlegplaatsen trokken de meeste bezoekers? En welke video vonden jullie het mooiste? En wat waren de populairste vaarroutes in 2020? Aan het eind van dit jaar duiken we in de statistieken van de website Varen met de Canicula. Dit zijn de vaarroutes die de bezoekers van onze website het vaakste hebben bekeken. En natuurlijk de route waarvan wij het meest hebben genoten!

Rondje Ossenzijl-Zwartsluis-Giethoorn-Ossenzijl

Op de vijfde plaats staat deze zeer afwisselende vaarroute, waarbij je over de gezellige Kalenbergergracht vaart, maar ook over het weidse Zwartewater en de Beulakerwijde. Onderweg kun je op rustige en prachtige plekken aanleggen. En hou je van historie, dan kun je natuurlijk terecht in het toeristische Giethoorn. Pas op: mijd de drukte en vaar vooral niet met je eigen boot door de Dorpsgracht, dat is vragen om schade aan je lak!

Klik op de foto’s voor de routebeschrijvingen. Mét info over mooie aanlegplaatsen!

Rondje Utrecht-Woerden-Vinkeveen-Utrecht

Jarenlang stond-ie bovenaan de lijst van onze populairste vaarroutes, maar dit jaar is ons vaarrondje Utrecht-Woerden-Vinkeveen-Utrecht gezakt naar de vierde plaats. Tja, er staan ook zoveel mooie vaarroutes op de website… Je komt over het glasheldere water van de Vinkeveense Plassen, over de Utrechtse Vecht en, hoogtepunt van de trip, dwars door Utrecht. En op de Waver mag je de bruggen zélf bedienen. Met recht een fantastische belevenis! (alleen de sluizen bij de Vinkeveense Plassen zijn wat prijzig…)

Rondje Zwartsluis-Blokzijl-Vollenhove-Zwartsluis

Vanuit Zwartsluis vaar je langs de rand van de voormalige Zuiderzee, langs de voormalige vissersplaats Vollenhove en het pittoreske Blokzijl. Ben je er nog niet geweest dan moet je er beslist eens kijken! Over de Valsche Trog vaar je richting de Beulakerwijde en de Belterwijde, waarbij je in de verte de kerktoren van het verdronken dorp Beulake ontwaart. Als je goed luistert kun je de klok nog horen luiden… Op de derde plaats staat deze bij veel watersporters geliefde vaarroute dit jaar.

Varen met de Canicula - De populairste vaarroutes

Rondje Grou-Wergea-Oude Venen-Grou

De populariteit van dit vaarrondje Grou heeft misschien wel te maken met het grote aantal views van onze video Met de motorboot door Wergea en Warten. Het smalle stukje door Wergea is een belevenis. De doorgang door waterdorp Warten doet er bijna niet voor onder, bekijk de video zelf maar. En bij het laatste deel van de vaarroute kom je door de prachtige Oude Venen (Alde Feanen). En ook het oude Grou met z’n Sint Piterkerk en z’n smalle steegjes is echt leuk om te bekijken. Dit vaarrondje staat op plaats twee.

Lummelend over de Linge

De tocht over de slingerende Linge tussen Gorkum en Geldermalsen staat, net zoals in 2019, op de eerste plaats. Het is geen rondje, maar een heen-en-weertje. Maar je bent wel een paar uurtjes bezig om in Geldermalsen te komen, want het is de langste rivier van Nederland. Je vaart langs hoge oevers, pittoreske plaatsen en de scheve kerktoren van Acquoy. Afgelopen jaar hebben we de rivier opnieuw bekeken. Een nieuw filmpje is nog in de maak, maar de vorige (uit 2016) kun je bekijken bij de routebeschrijving.

Varen met de Canicula - De populairste vaarroutes

En wat vonden wij de mooiste route?

Wij zijn afgelopen jaar weer een groot deel van Nederland doorgevaren. Maar de mooiste tocht maakten we in het najaar, door Heerenveen, Aldeboarn en Akkrum. Bekijk de route hier!

Onderbelicht

Wat onderbelicht blijft de Zuidelijke Vestingstedenvaarroute. Da’s jammer, want je komt langs hele mooie en historische plaatsen als Woudrichem, Heusden, Breda en Willemstad. Voorbij de Volkeraksluizen zie je een glimpje Zeeland voordat je Brabant bij de Mandersluis weer binnenvaart. Bekijk ‘m eens, de route is het beslist waard!

Meest bekeken

Al een paar jaar houden we bij welke vaarroutes het meest bij jullie in de smaak vallen. Bekijk hier de routes die het meest bekeken werden in 2019 en 2018:

De populairste vaarroutes van 2019

De populairste vaarroutes van 2018

Assen, december 2020,

Marieke Rosier

Varen langs het gat van de Malle Graaf

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit verhaal gaat over het gat van een malle graaf, langs het Dokkumer Alddjip.

Stevige wind

We komen van Dokkum en hebben de nacht doorgebracht langs het Dokkumer Grootdiep, ter hoogte van het terpdorp Oostrum. Ons plan om naar het Lauwersmeer te varen, moeten we helaas laten schieten. Door de stevige wind van de laatste dagen zijn we teveel tijd kwijt geraakt onderweg. En we moeten op tijd in de Oude Venen zijn, waar we met onze jongens het Pinksterweekeinde gaan vieren. Dus nemen we de eerste de beste afslag, over de oude loop van het Dokkumer Diep richting Kollum.

De pijl wijst naar de oude loop van het Dokkumer Diep, nu Alddjip genoemd. Het Mallegraafsgat ligt in de bocht
Heel nieuwsgierig

Die oude loop meandert mooi door het voorjaarsland. Langs het water staan een paar huizen. Achter die huizen kunnen we nog nét een kolkje zien glinsteren. Het meertje ontstond tijdens de Sint-Pietersvloed van 1651, waarbij op veel plekken in Nederland de dijken braken. Eerst heette het kolkje nog het Sint-Pietersgat, maar in de 18e eeuw kreeg het een nieuwe naam: Mallegraafsgat. We varen dus langs het gat van de malle graaf. Zo’n naam maakt nieuwsgierig, heel nieuwsgierig…

De video van onze vaartocht tussen het Dokkumer Diep en de Oude Venen.

Verbruid

Het blijkt om de Ierse graaf van Clancarty te gaan. Deze edelman had het helemaal verbruid bij de koning van Engeland. Na een gevangenschap van drie jaar in de beruchte Tower of London werd hij verbannen. Hij woonde een tijdje in Duitsland en kocht toen het Waddeneiland Rottumeroog. Daar bleef hij jarenlang bivakkeren. Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk kwam hij terecht bij het kolkje langs het Dokkumer Diep. Daar ging hij in een heel klein huisje wonen. Nogal een verschil met z’n familiekasteel!

De ruïne van het familiekasteel van Clancarty in het Ierse graafschap Cork
Rood, zwart en blond

Maar waarom werd die graaf nu mal genoemd? Dat had-ie te danken aan z’n kleurrijke levensstijl op Rottumeroog, met veel wijn, dito muziek en maar liefst drie vrouwen, eentje met rood, eentje met zwart en eentje met blond haar. Overigens zijn de meningen over die bijnaam verdeeld, sommige mensen vonden de graaf helemaal niet zo mal. Maar hij werd daarmee wel de naamgever van het Mallegraafsgat.

Lady Di

De graaf was ooit getrouwd met Elizabeth, de dochter van de graaf van Sunderland, Robert Spencer. Dat veroorzaakte een heel schandaal, want onze graaf was protestant en Elizabeth katholiek. Dat is soms nu nog belangrijk, maar in die tijd helemaal. Over de schandalen en de kleurrijke levensstijl van de Ierse graaf en zijn gravin zijn boeken volgeschreven en toneelstukken opgevoerd. Geheel in stijl met het leven van hun beroemde nazaat lady Diana Spencer, de prinses van Wales en de eerste vrouw van de Britse kroonprins Charles.

De graaf en zijn vrouw waren hoofdrolspelers in boeken en toneelstukken
Nederig huisje

En het huisje aan het kolkje? De graaf had er al wat land en kocht het huis in 1723. Het zou een gebouwtje zijn van twee verdiepingen, met op de gevelsteen de naam Clancarty. Het werd in de buurt beschreven als ‘nederig’. Uiteindelijk vertrok hij er weer, want veel later, rond 1800, werd het verkocht aan de kerk van Oudwoude, die er een armenwoning van maakte. Nog later ging het weer in andere handen over. Niet zo lang geleden, in 2012, brandde het huisje af. Alleen aan de boomwal kun je nog zien dat er ooit bebouwing is geweest.

En de graaf? Hij overleed op 67-jarige leeftijd in 1734, ver van z’n Mallegraafsgat, op een boerderij in de buurt van Hamburg.

De Mallegraafsborg stond in het met bomen omzoomde driehoekje links naast de kolk. Rechtsonder het Alddjip
Jouw verhaal!

Ben jij ook wel eens langs een plaats gevaren waarvan je dacht: hé, wat een rare naam, of langs een gebouw dat er interessant uitziet maar waarvan je niet weet wat het is geweest? Vertel het ons in de comments, misschien kunnen we er een artikel over schrijven. We horen het heel graag!

Bekijk hier de video van de vaartocht tussen Berlikum en Dokkum

Assen, november 2020

Marieke Rosier

Bronnen: Historische vereniging Noord-oost Friesland / Sanne Meijer Onderweg / Stichting Jacob Campo Weyerman .

Terpenpracht langs de Dokkumer Ee

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit verhaal gaat over onze terpen, hun bijzondere inhoud en de rol van de overheid bij de verwoesting ervan.

Hoge kerk op heuvel

We varen over de noordelijke Elfstedenroute als we tussen Finkum en Bartlehiem een middeleeuwse kerk zien opdoemen. De kerk is opvallend hoog, veel hoger dan andere kerken onderweg. Als ik wat afgeleid word door een overkomend propellervliegtuig, verlies ik de kerk uit het zicht. Totdat ik ‘m even verder weer in het oog krijg. Tenminste, dat vermoed ik op dat moment.

Maar inmiddels weet ik dat het zomaar een andere geweest kan zijn. Want als we even verder over de Dokkumer Ee varen, zien we een hele serie van die hoge kerken langs het water. En in een flits dringt het door: het zijn geen hoge kerken, maar kerken op hoge heuvels. Terpen dus. 

Deze terp staat vlak voor Birdaard, duidelijk zichtbaar vanaf de Dokkumer Ee.
Hegebeintum

Van terpen hebben we natuurlijk gehoord. Dat de hoogste terp van Friesland in Hegebeintum staat en dat er in de terp van Wijnaldum een prachtige mantelspeld is gevonden, dát wisten we. Maar dat ze zo duidelijk te zien zijn en hier langs de Dokkumer Ee bijna in een sliert langs het water staan, dat wisten we dan weer niet. Hoog tijd voor een verkennend onderzoek. Ook handig voor de video die we maken van de vaartocht tussen Berlikum en Dokkum.

In deze video varen we van Berlikum even voorbij Dokkum. 

Slierten terp

Die slierten terp hebben alles te maken met de Friese waterlijn die door de eeuwen heen steeds verder aandikte. Oeverwallen slibden aan, begroeiden, slibden verder aan en werden steeds hoger, waarop de ‘ouwe Friezen’ zo rond de zesde eeuw voor Christus bedachten dat het prima plekken waren om hun huizen op te bouwen, veilig voor het oprukkende zeewater. Jaar na jaar na jaar verhoogden ze hun terpen. Totdat de dijken kwamen. Want toen waren al die heuvels niet meer nodig. Het water bleef, met een beetje mazzel, achter de dijk.

Vanaf het jaar 1100 werden de terpen bekroond met kerkjes. Afbeelding: screenshot animatie Matthijs Rosier.
Goldrush

De terpen bleven staan waar ze stonden, met de mooie kerkjes bovenop hun hoofd. Eeuwenlang. Totdat rond 1850 werd ontdekt dat terpgrond heel vruchtbaar was en daardoor veel geld waard. Aangespoord door de overheid, die de waarde van de niet afgegraven grond meetelde in de vermogensbelasting, werd driekwart van de Friese terpen afgegraven. Een soort goldrush dus, waarbij de terp loodrecht naar beneden werd ontmanteld, totdat alleen het stukje onder de kerk nog over was.

Uit de terp van Hegebeintum kwamen mooie sieraden en de boomkistdame (zie onder).
Schatkamer

D’r werd van alles er in die terpen gevonden. Huisvuil en mest natuurlijk, maar ook potten, pannen, sieraden en mantelspelden; restanten van honderden jaren boerenleven. Boeren, maar beslist geen arme boeren. Koningen misschien wel, want sommige terpen bleken schatkamers, vol sieraden, munten en zelfs goud. Uit de terp van Wijnaldum bijvoorbeeld, kwam in 1953 een prachtige fibula tevoorschijn, een vergulde zilveren mantelspeld, versierd met gouden filigraanwerk en ingelegd met rode almandijn, een granaatsoort uit India. Maar er kwam nog veel meer uit die terpen…

Tientallen onderdelen van de mantelspeld uit de terp van Wijnaldum zijn de afgelopen jaren teruggevonden. Afbeelding: Fries Museum
Boomkistdame

Want er lagen ook hondjes in die terpen begraven, paarden, en zelfs mensen. De spectaculairste vondst was het skelet van een vrouw. Ze lag in een uitgeholde eikenboom in de terp van Hegebeintum. Inmiddels heeft ze haar gezicht teruggekregen en zelfs een naam: Beitske, de boomkistdame.

Vanaf de originele schedel is het gezicht van de boomkistdame nagemaakt. Afbeeldingen: Fries Museum
Fascinerende wereld

Terpen en hun bewoners: het is een fascinerende wereld waarnaar nog steeds veel onderzoek wordt gedaan. Ook komen er leuke projecten uit voort als het Zodenhuis in Firdgum en het Kweldercentrum Noarderleech in Hallum. Langs de terpen zijn interessante wandelroutes ontwikkeld. Meer over de terpen is te ontdekken in Museum Wierdenland in Ezinge. Daar kom je vlak langs als je met de boot over het Reitdiep vaart. Vanuit de jachthaven in Garnwerd is het ongeveer vier kilometer fietsen.

In Wijnaldum, Firdgum, Oude Bildtzijl en Hegebeintum geven vier kleine musea samen informatie over archeologie langs de Waddenkust. De boomkistdame en andere terpschatten kun je bekijken in het Fries Museum in Leeuwarden.

Bootfietstocht naar Hegebeintum

Wil je de terp van Hegebeintum zelf bekijken vanaf de boot? Leg dan aan bij jachthaven Mounehiem in Birdaard. Het is een kleine zeven kilometer op de bootfiets. En bekijk nog even de vorige video van ons Rondje Noord-Friesland. De vaarroute vind je hier.

Assen, november 2020

Marieke Rosier

Bronnen: Fries Museum/Historiek.net/Museum Wierdenland Ezinge/boek Terpen-en Wierdenland: Erik Betten/Terpencentrum RUG

De welkom- en vaarweltoren

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Tijdens onze eerste tocht door Overijssel vallen we van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland doorgevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van de welkom- en vaarweltoren: de toren van Spannenburg.

Lelijk ding

We zien ‘m altijd al van verre oprijzen in het vlakke Friese land, de toren van Spannenburg. Omdat we naar de boot in Sloten gaan geeft de mast ons een prettig gevoel, alsof-ie zegt: jullie zijn er bijna, welkom! En waar je ook vaart op de zuid-Friese meren, de toren is overal te zien. Welbeschouwd is het een lelijk ding. Waarom staat de mast er eigenlijk?

Zolang we in zuid-Friesland blijven verdwijnt hij nooit lang uit het zicht
Hoogste bouwwerk

De slanke, witgrijze toren met de vier groene banden bij Spannenburg hoort inmiddels net zo bij Friesland als de Waterpoort in Sneek en de schoorsteenpijp van het Woudagemaal in Lemmer. Met z’n 118 meter is de mast het hoogste bouwwerk van Friesland, met de Achmeatoren in Leeuwarden als goede tweede. Maar waar dient hij eigenlijk voor? En is hij nog wel nodig in deze digitale tijd? 

Irritante in-gesprek-toon

De toren moest zorgen voor een straalverbinding voor vaste telefonie, radio en televisie, net zoals soortgelijke masten bij onder meer Lopik, Smilde en Roermond. De Leeuwarder Courant meldde in juni 1971 dat de telefoniecapaciteit met het Westen tien keer zo groot zou worden. De irritante in-gesprek-toon bij alleen al het ‘draaien’ van een netnummer, bijvoorbeeld in Amsterdam, moest daarmee verleden tijd zijn.

De Leeuwarder Courant noemt de toren in 1971 een ‘PTT-kolos’
Overbodig – of niet?

Met de komst van de glasvezel en satellieten hebben de masten voor een groot deel hun functie verloren. Maar overbodig zijn ze beslist niet. Ze zijn inmiddels onmisbaar voor de draadloze netwerken voor de mobiele telefoons, er worden nog steeds radiozenders doorgegeven en ze zijn onderdeel van de noodinfrastructuur. Bovendien zitten er tegenwoordig datacenters in veel torens. Veilig hoog en droog en genoeg noodstroom aanwezig. Ze worden inmiddels mediatorens genoemd.

Lelijk en mooi

Zo’n beetje naast de toren staat de voormalige herberg het Wapen van Friesland. Is jullie dit fraaie gebouw wel eens opgevallen? Het gaat wat schuil achter de hoge toerit naar de brug over het Prinses Margrietkanaal. Met een hoog schilddak, vooruitstekende gevel, Toscaanse pilasters en het wapen van Friesland op een prominente plek. Een mooi contrast met de ‘lelijke’ mediatoren erachter.

Voormalige herberg het Wapen van Friesland. Foto: Wikipedia/Kasteelbeer
De ‘welkom en vaarwel-toren’

Soms wordt erom gesteggeld of het nu de toren van Spannenburg is of de toren van Tjerkgaast. Maakt ons niet uit. Voor ons is het het beeld van vreugde en weemoed: van wat gaat komen en wat alweer voorbij is. Van we gaan varen of we moeten alweer naar huis. Kortom, de welkom- en vaarweltoren. 

En als we er dit weekeind voor ons laatste boottochtje langs rijden maakt de mast ons een beetje weemoedig. Vaarwel vaarseizoen 2020. Maar we weten nu al dat we ‘m niet erg lang gaan missen. We nemen vást in februari alweer een kijkje bij de Canicula, ook al ligt ze dan in de loods.

Geen speld tussen te krijgen…
Hebben jullie nu ook van die welkom- en vaarwel landmarks? We zijn benieuwd! Zet het hieronder in de mail, misschien kunnen we daar ook een stukje over schrijven!

In deze video varen we langs de toren van Spannenburg op weg naar een mooi Fries meertje.

Pieter en Marieke, Assen, 15 november 2020

Het trieste lot van de sjuten van Spakenburg

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het trieste lot van de sjuten van Spakenburg.

Spakenburgse botter

Een sjuut is Spakenburgs voor een botter, het schip waarmee de vissermannen de Zuiderzee afzochten naar vis. In de hoogtijdagen, zo rond 1900, lagen er zo’n tweehonderd van die sjuten in de Utrechtse havenstad.

Gerestaureerde botters in de haven van Spakenburg in 2015
Afsluitdijk

Maar dat was vroeger, vóór de tijd van de Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders. Inmiddels zijn er nog maar een paar vissers over. De meeste gingen noodgedwongen op zoek naar ander werk. En waar hun botters zijn gebleven? Daarvoor hoef je niet ver te zoeken…

Onder de blauwe bullets liggen de sjuten. Je kunt ze bekijken op Google Maps, dankzij Pieter de Vos
Sjutenkarkhof

Misschien waren we wat afgeleid door de naturisten aan de kant van Flevoland. Of werden we in beslag genomen door de groene waterplantenwaas op de Randmeren. Nooit hebben we iets gezien aan het water van het Eemmeer. Maar ze liggen er wel. Voor de Spakenburgse havenmond. Op het Sjutenkarkhof. Afgezonken door hun eigen vissers.

De BU 39 voor de kust van Spakenburg. Foto: Pieter de Vos, dedarp.nl
Drama en verdriet

Sjutenkarkhof. Kauw eens op dat woord. Je proeft oneindig drama. En verdriet. En opluchting misschien? Toen in 1932 de Afsluitdijk werd gedicht zagen de vissers van de Oostwal het nog niet zo somber in. Ook nog niet toen de Noordoostpolder (1942) en noordelijk Flevoland (1957) werden ingepolderd. Dat kwam pas elf jaar later. Toen viel ook Zuidelijk Flevoland droog, zoals je kunt zien in dit filmpje van Omroep Flevoland met beelden uit die tijd van Polygoon-Profilti.

Geen lust maar last

De visgronden waren verdwenen en daarmee ook de broodwinning van de vissers. Geen geld meer voor eten en dus ook geen geld meer voor het onderhoud van de botters. Daarmee werden de schepen geen lust meer, maar een last.

Bij deze delen wij U mede, dat in de havens geen botters gesloopt mogen worden. Sloping van botters mag alleen plaats vinden nabij de havenmond – ten Oosten -. Indien botters niet meer in de vaart zijn, dan dienen deze een ligplaats te worden gegeven nabij de scheepswerf van Gebroeders Zijl.

Getekend Burgemeester en Wethouders – dedarp.nl

Sommige botters hadden geluk, ze werden verkocht aan pleziervaarders. Van veel andere schepen werd het bruikbare hout in de kachel gegooid. Wat er dan nog van het schip over was, werd naar een ondiepte in het Eemmeer of Nijkerkernauw gevaren en daar afgezonken. Zo ontstond het botterkerkhof. Bij laag water kun je nog zo’n 25 wrakken zien.

Botterwrakken bij het Zuideinde. Foto: Zuiderzeemuseum/Siebe Jan Bouma
Markt of fabriek

Wat gebeurde er met de vissers? Wie net zoals wij graag naar de markt gaat, herkent de namen vast: veel vis- en broodkramen worden gerund door voormalige Spakenburgse vissersfamilies. Vroeg op en de hele dag in de buitenlucht: het bleek een goed alternatief voor het vissersbestaan. Andere vissers gingen naar het nieuw opgerichte Polynorm, een fabriek die prefabhuizen fabriceerde. Of ze gingen naar de sigaren- of de schoenenfabriek.

Voormalige vissers aan de slag in de schoenenfabriek. Afbeelding: Katholieke Illustratie
Bovenop een sjutenwrak

Pleziervaarders die Spakenburg aandoen, komen vaak in de Nieuwe Haven terecht. Dat was ooit de botterhaven die gebruikt werd door de plaatselijke visserijvereniging De Eendracht. Toen die in 1964 werd opgeheven, werden zowel naam als haven overgenomen door de watersportvereniging. De laatste keer dat we Spakenburg aandeden, mochten we overnachten aan de pier van WSV De Eendracht. En als we Google Maps mogen geloven, hebben we daar bovenop een sjutenwrak gelegen…

Lees ook: Aanleggen in Bunschoten-Spakenburg

Botters en andere Zuiderzeeschepen tijdens een zeilwedstrijd op de Randmeren. Foto: Wikipedia/Darp
Botterbehoud

De wrakken blijven liggen waar ze liggen. Volgens deskundigen blijven ze onder water het beste bewaard. Van de botters die niet op het Sjutenkarkhof zijn beland, kwamen de meeste in handen van liefhebbers. Er is zelfs een Vereniging Botterbehoud, die al in 1968 werd opgericht om de voormalige Zuiderzeevloot in originele staat voor het nageslacht te bewaren. En in Spakenburg zijn ze aan het goede adres: daar staat de enige botterwerf van ons land.

In deze video, vol regen en harde wind, varen we voorbij Spakenburg naar Muiden

Ik kwam het Sjutenkarkhof op het spoor dankzij het boek ‘Eens ging de zee hier tekeer’ van Eva Vriend. In het boek staan vier Zuiderzeefamilies centraal, die allemaal te maken kregen met de gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee. Als je het boek koopt via onderstaande link, dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden. Dank alvast!

Marieke Rosier, Assen juni 2020

Bronnen:

Het avontuur van zeevaarder Hendrick Hamel

Varen met de Canicula - Het grote avontuur van zeevaarder hendrick hamel

De beroemdste Nederlander in Korea is na voetbaltrainer Guus Hiddink waarschijnlijk zeevaarder Hendrick Hamel. In Nederland is-ie vrijwel vergeten, maar in Korea wordt hij geëerd, deze zeventiende-eeuwse Gorkummer. Ook wij hebben nog nooit van de man gehoord. Totdat we per ongeluk de Hamelwandeling kopen bij de VVV in Gorkum.

Dit is ‘m dan: Hendrick Hamel in de bocht van de Havendijk met de Korenbrug
Highlights

Dat zit zo: nadat we hebben aangelegd in de mooie Lingehaven kopen we een stadswandeling bij de VVV aan de Groenmarkt. De kapitein heeft de routebeschrijving in handen en leidt ons langs de highlights van Gorkum. Na een paar bochten valt op dat het wel heel vaak over ene Hamel gaat.

  • Op deze gedenksteen zie je hoe de poort eruit zag in Hendrick Hamel’s tijd
  • Hendrick Hamel zou dit huis niet meer herkend hebben
  • Ook voor Hendrick Hamel was de Lingehaven heel belangrijk

Als zelfs de opa van Hamel ter sprake komt raak ik wat geïrriteerd. Wat moeten we toch met deze man? Samen bekijken we het boekje met de stadswandeling wat beter. Het blijkt de ‘Hamelwandeling’ te heten. De hoofdpersoon is de Gorkummer Hendrick Hamel uit de zeventiende eeuw. De man wordt in Korea beschouwd als nationale held. Er staat daar zelfs een Hamel Museum!

Wat? Een Hamel Museum? In Korea?

Varen met de Canicula - Het grote avontuur van zeevaarder hendrick hamel
Hamel’s VOC-schip De Sperwer slaat kapot op de kust van het Koreaanse eiland Jeju
Het verhaal van Hamel

Vol verbazing lezen we verder. Wat blijkt: Hendrick Hamel is als boekhouder in dienst van de Verenigde Oostindische Compagnie. Zijn schip De Sperwer lijdt tijdens een hevige storm schipbreuk op het onbekende Koreaanse eiland Jeju. En alsof dat nog niet erg genoeg is verbiedt de Koreaanse koning de overlevenden te vertrekken. Hij wil het risico niet lopen dat ze de buitenwereld informatie geven over zijn land.

Het Hamel Journael

Na dertien jaar lukt het Hendrick Hamel, samen met nog zeven opvarenden, eindelijk om per schip naar Japan te vluchten. Omdat het voor de VOC misschien wel de moeite waard is om in Korea een handelspost te beginnen, schrijft Hamel tot in detail op wat hij allemaal heeft gezien. Het Hamel Journael wordt daarmee het eerste verslag over Korea dat in de westerse wereld terecht komt.

Een replica van het Hamel Journael is te zien in het Hamel Museum in Gorinchem. Het echte exemplaar is een van de topstukken van het Nationaal Archief.
Nationale held

De VOC ziet af van een handelspost in het arme land. En zo gaat Korea weer op slot. Tot verdriet van de Koreanen, die de gebeurtenissen rond de Sperwer tegenwoordig zien als een gemiste kans. Want wat had er kunnen gebeuren als ze hun land toen wel hadden opengesteld? Waren ze rijker geweest? Hadden ze meer kennis vergaard uit andere streken?

Omdat Hendrick Hamel het land bekend maakt in de westerse wereld wordt hij in Zuid-Korea als een nationale held beschouwd. Gorkum heeft in 2016 zelfs twee zogeheten Dol hareubangs gekregen van de stad Seogwipo op Jeju. Volgens de Koreanen zijn het goden die dorpen beschermen tegen demonen en die vruchtbaarheid brengen.

De Dol hareubang staan te stralen voor de voormalige Waterpoort
Hamel Museum

Natuurlijk valt er veel meer te vertellen over de tijd die Hamel en zijn mede-opvarenden noodgedwongen doorbrengen in Korea. Bijvoorbeeld over de ontberingen, de gedwongen verhuizingen, de straffen na hun ontsnappingspogingen. Ga daarvoor naar het Hamel Museum, waar je langs loopt tijdens de wandeling. Het museum heeft prachtige maquettes laten maken van de verschillende periodes tijdens de dertien jaren gevangenschap.

Gorinchem in 1652, in de tijd dat Hendrick Hamel in Korea gevangen zit.
Weetjes:

De westerse naam Korea is een verbastering van het woord Goryeo en komt van de gelijknamige dynastie uit de 10e eeuw. De spelling ‘Korea’ werd voor het eerst gebruikt door onze Hendrick Hamel (1630-1692). Bron Wikipedia.

Het vulkanische eiland Jeju staat in Zuid-Korea door haar gematigde klimaat en schitterende stranden vooral bekend als honeymoon-eiland. De lavagrotten die er te vinden zijn staan op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

De Koreanen hebben het schip De Sperwer nagebouwd. Het staat in Daejeong-eup in het zuidwesten van Jeju. Volgens de Jeju Weekly verkeert de replica overigens in slechte staat.

Tip: Kijk voor foto’s van de Koreaanse replica van de Sperwer op de website van Jan en Micky.

Ook in Yeosu in het zuiden van het vaste land van Korea wordt Hendrick geëerd met een Hamel Museum. Foto: Wikipedia/Davey400

Bart woont in Seoul en is getrouwd met een Koreaanse vrouw. Hij maakt een serie video’s over Hendrick Hamel. Leuk om te bekijken!

Meer bekijken?

Het oude lighthouse op het nieuwe land

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het oude lighthouse op het nieuwe land.

Intens blauw

Een tocht die grote indruk op ons maakt is die vanuit Zwartsluis over het Zwartewater het Zwarte Meer op. Het grote, open water is niet zwart maar intens blauw, hoe ver je ook kijkt. Met ons sloepje zijn we onderweg naar Vollenhove. Onder water, vlak naast ons, liggen de verdronken restanten van strekdammen die tot 1948 de vaargeul naar Zwolle beschermden. Maar dát weten we dan nog niet.

De strekdammen waartussen de schepen veilig naar het Zwartewater konden varen. Foto: Screenshot Topotijdreis.nl
Kraggenburg

Aan het eind van die kilometers lange strekdammen lagen de vluchthaven met daarnaast lighthouse Kraggenburg. Met de aanleg van de Noordoostpolder werden ze overbodig. Maar waar de strekdammen werden opgeslokt door land en zee, bleef het lighthouse staan waar het stond: op een terp, hoog uitstekend boven het vlakke polderland.

Kraggen zijn pakketten van dicht in elkaar gegroeide wortels van riet en waterplanten. Ze werden bij de bouw van de strekdammen gebruikt als onderlaag.

Parel van de Zuiderzee

Niet te zien als je er over het Kadoelermeer voorbij vaart, maar wel interessant voor ons watersporters. Want vanaf jachthaven Voorstersluis en WSV Kraggenburg is het maar een klein stukje fietsen naar deze overgebleven parel van de Zuiderzee, die sinds de bouw van het dorp Kraggenburg in de Noordoostpolder Oud-Kraggenburg heet.

Met basaltblokken omkleed liggen dam, lichtopstand en lighthouse in het vlakke polderland
Lichtopstand

Aan het begin van de strekdammen stond een zogenoemd lichtopstand, waarvan je de gerenoveerde versie op de foto hierboven ziet staan. Dat licht moest de schippers veilig tussen de strekdammen loodsen. Pas als die onder water stonden, werd het rode licht op het dak van het huis aangestoken. En als het dan ook nog eens heel mistig was, werd de mistbel geluid. Maar dat was niet de enige taak van de havenmeester.

Kraggenburg nog in volle glorie omgeven door de Zuiderzee. Foto: Collectie Wim Kuyper
Tolgeld

Hij moest namelijk ook het tolgeld innen voor het binnenvaren van de strekdammen. Tot woede van vooral de binnenschippers van Genemuiden, Zwartsluis en Hasselt. Ze hadden die strekdammen helemaal niet nodig en weigerden dan ook de tol te betalen. Deurwaarders die de niet betaalde belasting kwamen innen, werden zelfs mishandeld.

Kraggenburg in de net drooggevallen polder. Foto: Collectie Wim Kuyper
Derde zeehaven

Waarom eigenlijk die strekdammen aan weerszijden van een al bestaande vaargeul? Dat gebeurde op initiatief van Zwolle. De stad, in die tijd nog niet verbonden met de IJssel en dus afhankelijk van het Zwartewater, wilde de derde zeehaven van Nederland worden.

Stoomboten varen langs Kraggenburg. Foto: Collectie Wim Kuyper
Meer diepgang

Om de ambities van Zwolle waar te maken moesten het Zwartewater en de vaargeul het Zwolse Diep bevaarbaar worden voor schepen met meer diepgang.  De nieuwe strekdammen hadden als doel verzanding tegen te gaan en de vaargeul op diepte te houden.

Oud-Kraggenburg middenin de polder. Langs de rechtse gele lijn liepen de strekdammen. Foto: Screenshot Topotijdreis.nl
Parlementaire enquete

De rekening voor de aanleg van die strekdammen en het havencomplex werd via de tolheffing op de schippers afgeschoven. Maar die voelden er helemaal niets voor om te betalen voor aanpassingen die ze met hun ondiepe scheepjes dus helemaal niet nodig hadden. Het conflict mondde uit in de Zwolsche Diepkwestie, die leidde tot de eerste parlementaire enquete van Nederland.

De grote onvrede leidde in 1849 zelfs tot oprichting van de eerste vakbond van Nederland: het Schippersverbond. Deze bond zou later uitgroeien tot de landelijke schippersvereniging Schuttevaêr.

Monumentendagen

Het lighthouse is niet open voor publiek, alleen tijdens de Open Monumentendagen mag je binnen een kijkje nemen. Maar naast de ingang staat een bankje, waar je tijdens je fietstocht of wandeling even rustig kunt zitten om de bijzondere sfeer te proeven!

Tip: Je komt vlak langs oud-Kraggenburg tijdens de Canicula vaarroute Rondje Zwartsluis-Blokzijl-Vollenhove-Zwartsluis. Aanrader!

Varen met de Canicula - De populairste vaarroutes

Bronnen: Canon De Noordoostpolder, Canon van Zwartewaterland, Schokland door de eeuwen heen, Emmeloord.info.