In 2023 wagen we de sprong: we gaan met de boot naar België. We hebben maandenlange voorpret, want onze vaartocht vraagt om een gedegen voorbereiding. Van alle kanten krijgen we hulp en informatie. We kopen het boek Belgische Binnenwateren van Frank Koorneef en proberen de papieren Fluviacarte Belgique op de kop te tikken voor het overzicht van de vaarwegen. Maar helaas, die wordt niet meer gemaakt en is ook nergens te koop. Gelukkig mogen we er eentje lenen van Belgische watersporters. En we krijgen er onverwacht nóg eentje te leen, dus hebben we er zomaar twee. Het kán niet meer mis gaan!

In deze video varen we met zevenmijlslaarzen naar ’s Hertogenbosch, waarna ons Belgische avontuur begint

Rondje België

Ons plan is om bij Weert de Belgische grens over te steken en dan via de Kempische Kanalen, het Albertkanaal, de Nete, de Rupel en de Schelde naar Gent en via Brugge naar Nieuwpoort te varen. Vervolgens terug over het Kanaal Gent-Brugge en zuidwaarts over de Leie naar Kortrijk en Doornik. Ons Rondje België maken we dan af met een klein heen-en-weertje over de Sambre tot aan de Franse grens, nog een heen-en-weertje naar Dinant en dan terug over de Maas naar Maastricht. Maar helaas, dát blijkt teveel vaartocht voor onze vakantiedagen.

Plan B

We gaan daarom over op plan B: eenmaal op de Schelde nemen we de kortere route via Dendermonde en de Dender naar het zuiden om over het Centrumkanaal, Kanaal Brussel-Charleroi en de Sambre naar de Maas en vervolgens terug naar Maastricht te varen. De heen-en-weertjes over de Sambre en de Maas blijven gelukkig overeind! De beschrijving van deze vaarroute begint en eindigt in ’s Hertogenbosch. Bekijk hier ons Rondje België van A tot Z!

Lees ook: Tien redenen om door België te varen

De Cancula Rondje Belgie
Het Rondje België dat wij hebben gevaren met onze Canicula
Extra impeller

Na een aantal jaren varen op de Nederlandse binnenwateren weten we wel hoe we ons op een wat langere reis moeten voorbereiden. We hebben altijd belangrijke reserveonderdelen als een impeller en een V-snaar mee, maar ook motorolie, koelvloeistof, een extra brandstof- en een oliefilter. In België komen we sluizen tegen met een groot verval. Daarom kopen we ook twee extra lange landvasten van twintig meter.  Als voorbereiding op de reis naar onze zuiderburen halen we veel informatie uit het boek Vaarwijzer Belgische Binnenwateren van Frank Koorneef.

Om in België te mogen varen moet je het ICP (Internationaal Certificaat Pleziervaartuig) bij je hebben, om aan te tonen dat je eigenaar bent van je boot. Je kunt het aanvragen bij de Watersportverbond, www.webshop.watersporters.nl. Daarnaast moet je kunnen aantonen dat de BTW voor je boot betaald is, bijvoorbeeld via de aankooppapieren. Om in Vlaanderen te mogen varen heb je een waterwegenvergunning nodig, via www.visuris.be/waterwegenvergunning.

In Wallonië is ook vaarvergunning nodig, maar daar is het document gratis. Bij de eerste Waalse sluis wordt je schip ingeschreven en krijg je een MET-nummer. Ook is het verplicht een marifoon met vergunning en bedieningscertificaat aan boord te hebben als je boot langer is dan zeven meter. Vaar je door het havengebied van Antwerpen, dan heb je ook nog een FD-nummer (Financieel Dienstnummer) en een correct werkend AIS (Automatic Identification System) nodig. De regels voor een vaarbewijs zijn hetzelfde als in Nederland. Uitzondering: in het Antwerps havengebied is een vaarbewijs wel verplicht

De vaarroute voor een glaasje rosé

Voor de prijs van een glaasje rosé krijg je de vaarroute zo snel mogelijk in je mailboxKlik hier en het wijst zich vanzelf. Vergeet niet de naam van de route en je mailadres te vermelden!

De Canicula Rondje Belgie Pieter Marieke Maximakanaal
We hebben erg veel zin in ons Rondje België!
Etappe 1: Van ’s Hertogenbosch naar Aarle-Rixtel
  • Vaaruren: 8
  • Afstand: 48 km
  • Sluizen: 7
  • Laagste vaste brug: 59.6

’s Hertogenbosch is voor ons het ideale vertrekpunt voor ons Belgische avontuur. Aanmeren kan op de Dommel, direct naast het oude centrum van de stad. Hier kunnen we uitgebreid bunkeren en shoppen uiteraard in de leuke modewinkeltjes. Ondertussen genieten we volop van al het moois dat de stad te bieden heeft. Omdat het dak van de St. Jan wordt opgeknapt kun je deze zomer via de steigers bovenop de kathedraal het uitzicht over de stad bekijken. Gelukkig hoeven wij niet naar boven, want de entreekaarten voor deze dag zijn uitverkocht, pfff. De volgende dag vertrekken we afgeladen met proviand voor een aantal dagen. Ook met een paar overheerlijke maaltijden van de toko!

Lees ook: Aanleggen in ’s Hertogenbosch

De Canicula Rondje Belgie Pieter Marieke Den Bosch Hertogenbosch
De aanlegplaatsen in ’s Hertogenbosch zijn pal naast het oude centrum
Omvaren

Een paar jaar geleden was het nog mogelijk om vanaf onze ligplaats dwars door ’s Hertogenbosch direct over de Zuid-Willemsvaart naar het zuiden te varen. Maar sluis 0 is al een paar jaar gestremd. Daarom gaan we via Sluis Engelen terug naar de Maas. Na een paar kilometer stroomopwaarts komen we via Sluis Empel en het Maximakanaal in het zuidoosten van ’s Hertogenbosch weer op de Zuid-Willemsvaart. Vrijwel meteen zitten we achter een niet zo snel varend vrachtschip. Voordeel is wel dat sluisbediening voor beroepsvaart voortvarend verloopt en wij mooi kunnen meeliften. Na vijf sluizen vinden we in Aarle-Rixtel een prima overnachtingsplaats. Gratis aanleggen met bij een paar plaatsen walstroom.

Lees hier waarom de eerste sluis in ’s Hertogenbosch ‘0’ heet in plaats van de gebruikelijke ‘1’

De Canicula Rondje Belgie Aarle Rixtel aanlegplaatsen Pieter Marieke
De aanlegplaatsen in Aarle-Rixtel met walstroom
Etappe 2: Van Aarle-Rixtel naar Weert
  • Vaaruren: 6.5
  • Afstand: 34 km
  • Sluizen: 6
  • Grootste verval: 5.00 Sluis 15 Nederweert
  • Laagste vaste brug: 50.3

Tussen Aarle-Rixtel en Weert is het een saai tripje zonder veel noemenswaardigs. Bij Nederweert gaan we stuurboord uit en blijven daarmee op de Zuid-Willemsvaart. Bij sluis 15 krijgen we toch nog een verrassing. Het verval – door ons geschat op zeker vijf meter – is veel meer dan de 1.40 die de waterkaart aangeeft. In Weert kun je gratis aanleggen – met walstroom – naast het centrum met winkels en een supermarkt op loopafstand.

Voor wie, net zoals Marieke liefhebber is van geschiedenis, ook op loopafstand vind je het onlangs opgeknapte kasteelpark De Nijenborgh, met daarin de ruïne van de burcht van Philips van Horne. De graaf leidde in de 16e eeuw, samen met graaf Egmond en prins Willem van Oranje de opstand tegen Spanje, die zou uitmonden in de 80-jarige oorlog.

De Canicula Rondje Belgie Jachthaven Weert Pieter Marieke
De jachthaven van Weert heeft geen vingersteigers, maar wel walstroom en ligt meteen naast het centrum
Etappe 3: Van Weert naar het Zilvermeer bij het Belgische Mol
  • Vaaruren: 6.25
  • Afstand: 44 km
  • Sluizen: 6
  • Grootste verval: 4.30 Sluis 1 t/m 3
  • Laagste vaste brug: 47.1

Vanaf Weert gaan we verder in zuidwestelijk richting over de Zuid-Willemsvaart. Vlak na het – op zondag voor watersporters gesloten – tankstation, passeren we bijna ongemerkt de Nederlands Belgische grens. Vanaf het water is alleen op de parallel lopende weg een bord te zien dat de grens markeert. Al snel volgt sluis Lozen, waar de sluiswachter nauwkeurig controleert of we wel beschikken over een geldige waterwegenvergunning voor Vlaanderen. Na een positieve beoordeling schutten we vlot door de sluis.

Kanaal uitzitten

Even verder met een bijna haakse bocht naar bakboord komt de vaart uit in het Kanaal van Bocholt naar Herentals. Daar gaan we stuurboord uit. En dan rest ons niets anders dan zo’n dertig kilometer uitzitten naar het Zilvermeer. Want het Kanaal van Bocholt naar Herentals blijkt op dit traject dat het is wat het is; een kanaal en niet eentje waar je per se vrolijk van wordt. Maar, we wisten het vantevoren: ook dat hoort bij onze trip ‘Met de boot naar België’. De ingang van het Zilvermeer met daarin de Zilvermeerhaven ligt aan het Kanaal Dessel-Kwaadmechelen.

De Canicula Rondje Belgie jachthaven Zilvermeer Mol Pieter Marieke
De uitstekend geoutilleerde jachthaven in het Zilvermeer bij Mol in België
Etappe 4: Van het Zilvermeer naar Lier
  • Vaaruren: 8
  • Afstand: 50 km
  • Sluizen: 8
  • Grootste verval: 7.51 Sluis 10 Herentals
  • Laagste vaste brug: 49.5

Vanuit het Zilvermeer varen we een klein stukje terug naar het Kanaal van Bocholt naar Herentals. Daar gaan we westwaarts richting het Albertkanaal. In verband met het grote verval hebben we de zakmessen bij de hand, maar die zijn niet nodig want de lijnen glijden soepeltjes langs de bolders. Na de sluis volgt vrijwel direct het Albertkanaal. Onze verwachting was dat het Albertkanaal een soort Amsterdam-Rijnkanaal zou zijn, een drukke onrustige klotsbak met veel hardvarende beroepsvaart, maar in ieder geval vandaag valt dat reuze mee. Er is weinig verkeer en de schepen die ons tegemoetkomen varen langzaam, waardoor ook het water rustig is. Na een vaartocht van tien kilometer in westelijke richting gaan we bakboord uit via de Vierselsluis vijf meter naar beneden het Netekanaal in. Na de sluis is het nog ongeveer tien kilometer tot de passantenhaven van Lier.

Bekijk hier hoe we een vastgelopen schip proberen los te trekken en we in Dendermonde als bonus een dikke rat op onze ‘kont’ krijgen

Etappe 5: Van Lier naar Dendermonde
  • Vaaruren: 5.25
  • Afstand: 56 km
  • Sluizen: 1
  • Grootste verval: afhankelijk van het getij
  • Laagste vaste brug: nvt

Met de boot naar België betekent ook dat je getijdewater tegenkomt. Op het traject van Lier naar Dendermonde hebben we daar voor het eerst mee te maken. Op de Nete en de Rupel varen we richting zee en eenmaal op de Schelde gaan we landinwaarts naar het zuiden. Idealiter verlaat je de Rupel tijdens het laatste stukje eb om vervolgens met de vloedstroom mee op de Schelde zuidwaarts te gaan.

Getijdewater

Voor de ongeveer 25 km tot aan de Schelde inclusief sluis Duffel rekenen we op ongeveer drie uur reistijd. Na ons vertrek uit Lier over het Netekanaal in westelijke richting ligt na drie kilometer de Duffelsluis. Na de sluis varen we de Nete op, het eerste stukje getijdenwater. Dat betekent dat het verval in de sluis afhankelijk is van de stand van het tij op het moment dat je wilt schutten. Omdat we op het laatst van de ebstroom varen, moeten we met name op de Rupel de buitenbochten aanhouden om niet vast te lopen. Bij Rupelmonde mondt de Rupel uit in de Schelde. Daar gaan we met de vloedstroom stroomopwaarts.

Onrustige aanlegplek

Na dertig kilometer varen leggen we in de Schelde aan bij VVW Dendermonde. Het blijkt een onrustige aanlegplek omdat hier in het weekeind veel snelvarende boten voorbijkomen met een flinke golfslag tot gevolg. Nog een tegenvaller is dat er geen warm water uit de douchekraan komt. Ze zijn hier – in juni – nog niet klaar voor het zomerseizoen.

Dat eb en vloed een behoorlijke uitwerking hebben op de stroming van de Schelde, merken we de volgende dag. Tegen de stroomrichting van de Schelde in heeft de vloed een grote hoeveelheid riet- en plantresten tegen de achterkant van de Canicula gespoeld. Met als bijzondere bonus bovenop de troep een dikke dooie rat!

De Canicula Rondje Belgie Rat Dendermonde
We krijgen zomaar een cadeautje van de Schelde…
Etappe 6: Van Dendermonde naar Denderleeuw
  • Vaaruren: 4.5
  • Afstand: 23 km
  • Sluizen: 4
  • Grootste verval: 3, sluis Dendermonde afhankelijk van het tij
  • Laagste vaste brug: 36.7

De volgende dag vertrekken we westwaarts en gaan na twee kilometer bakboord uit de monding van de Dender op. Daar volgt direct de eerste sluis van deze gekanaliseerde rivier. Het verval is afhankelijk van het tij op de Schelde. Na sluis Dendermonde volgen nog drie sluizen met een verval van twee tot drie meter. We leggen aan in Denderleeuw vlak na de spoorbrug, waar plaats is voor twee boten. De aanlegplek is vlakbij het centrum van Denderleeuw, met een supermarkt op vijf minuten loopafstand. Behalve een wasserette en een paar restaurants zijn er geen voorzieningen als sanitair, water of walstroom.

De Canicula Rondje Belgie Denderleeuw Pieter Marieke
De aanlegplaats in Denderleeuw is omringd door een loopbrug, waardoor we het idee hebben in het theater te zijn beland…
Etappe 7: Van Denderleeuw naar Geraardsbergen
  • Vaaruren: 4.5
  • Afstand: 24 km
  • Sluizen: 4
  • Grootste verval: 3
  • Laagste vaste brug: 40.7

’s Morgens krijgen we van de sluis- en brugwachter te horen dat de Oude Kaaibrug bij Ninove voor onbepaalde tijd niet bediend wordt wegens een storing. We rekenen er daarom op dat we minstens nog een nacht in Denderleeuw moeten blijven liggen. Tot onze grote verrassing komt dezelfde sluis- en brugwachter aan het begin van de middag met de melding dat de brug weer werkt. We vertrekken dan ook meteen, want je weet maar nooit hoe lang hij het blijft doen. Na de sluis van Geraardsbergen meren we aan bij jachthaven Den Bleek. Hier vinden we een heerlijk warme douche. We moeten alleen wel oppassen voor de loszittende deurklink, want met een beetje pech sluit je jezelf op.

Etappe 8: Van Geraardsbergen naar Ath
  • Vaaruren: 4.25
  • Afstand: 21 km
  • Sluizen: 5
  • Grootste verval: 3
  • Laagste vaste brug: 36.7

Na Geraardsbergen duiken we het Franstalige Wallonië in. De sluiswachter van Geraardsbergen is zo vriendelijk om de eerstvolgende sluis, Ecluse Deux Acren, te informeren over onze komst, zodat wij niet meteen hoeven te demonstreren hoe het met ons schoolfrans is gesteld. Vanaf de sluis reizen twee sluiswachters met ons mee over het traject tot in Ath. Daar leggen we op hun advies voor sluis 21 aan voor de nacht en maken een afspraak voor het vertrek van morgen. Er zijn weliswaar geen voorzieningen, maar je ligt er beter dan bij de officiële en rumoerige aanlegplaats vlak bij het station.

De Canicula Rondje Belgie Ath Aat aanlegplaats Pieter Marieke
Geen voorzieningen, maar wel een rustig aanlegplekje naast het centrum van Ath
Etappe 9: Ath – Péruwelz
  • Vaaruren: 9.25
  • Afstand: 28 km
  • Sluizen: 19
  • Grootste verval: 2.9
  • Laagste vaste brug: 36

We willen vandaag samen met een ander Nederlands schip het hele Canal Blaton-Ath af te varen; in totaal 21 sluizen. Maar al na de tweede sluis gaat bij ons met hard gepiep het motoralarm af. Wat er aan de hand is weten we nog niet, maar het is alarmerend genoeg om direct de motor uit te zetten. We roepen de meereizende boot op met de marifoon, krijgen een lift en leggen provisorisch aan bij de groenstrook voor de eerste sluis die we tegenkomen. Nog één keer proberen we de motor te starten. Soms gaan problemen vanzelf over. Maar deze keer niet. Uit dus maar weer die motor.

Als we de motorkap openen treffen we een oververhitte motor aan en een grote plas koelwater in de bilge. Ook de wierpot blijkt droog te staan. Dus geen toevoer van koelwater. Na overleg met vaarvrienden is de conclusie dat ofwel de watertoevoer wordt geblokkeerd ofwel de impeller kapot is. Eerst maar het water in, waar Pieter met z’n tenen kan voelen dat de waterinvoer niet verstopt is. Dus moet het aan de impeller liggen. Na een spoedcursus van YouTube gaan we aan de slag. De behuizing zit op een onhandige plaats maar als die eenmaal open is kan Pieter de impeller er moeiteloos uithalen. Geen schoep is meer compleet. Nadat we de nieuwe impeller hebben gemonteerd starten we de motor en kijken gespannen of er weer water uit de uitlaat komt. Hoera, hij doet het weer!

Motoralarm! Wat nu? Gelukkig kunnen we er later om lachen…

Nog 19 sluizen

Na de twee sluizen van gisteren volgen er vandaag 19 op het Canal Blaton-Ath. Tot en met sluis 11 gaat het iedere keer omhoog. Na sluis 11 volgt het scheidingspand. Daarna gaat het in sluis 10 t/m 1 weer naar beneden. Het dalen in deze sluizen gaat rustig maar wel heel snel. Na sluis 1 bij Blaton en vier dicht achter elkaar liggende bruggen komt het Canal Blaton-Ath uit op het Canal Nimy-Blaton-Péronnes. Wij gaan daar stuurboord uit naar de jachthaven van Péruwelz, want we hebben dringend behoefte aan een fijne douche. Maar helaas, het toiletgebouw is dicht en er is geen havenmeester te bekennen. [Update: Inmiddels hebben we van Belgische vaarvrienden begrepen dat de jachthaven is overgenomen, maar een goed linkje naar een website kunnen we nog niet vinden.]

Etappe 10: Van Péruwelz naar Mons (Bergen)
  • Vaaruren: 2.75
  • Afstand: 25 km
  • Sluizen: 0
  • Laagste vaste brug: 49

In iets minder dan drie uur varen we van Péruwelz over het Canal Nimy-Blaton-Péronnes naar de jachthaven in Le Grand Large; een klein watersportmeertje aan de voet van Mons (Bergen). De tocht is saai en het water is, vooral in de verstedelijkte gebieden, behoorlijk vervuild met afval. Met Marieke op de uitkijk proberen we zo goed en kwaad als het gaat om de troep heen te varen, want we willen natuurlijk voorkomen dat de waterinlaat wordt afgesloten door plastic rommel, nu we onze reserve impeller al hebben ingezet. Maar halverwege de middag meren we zonder problemen aan in passantenhaven Le Grand Large, een prima jachthaven met alle voorzieningen. Je mag er alleen niet zwemmen en het is gloeiend heet, dus we proberen ons zo goed en kwaad als dat gaat koel te houden met een extra schaduwdoek over de Canicula.

De Canicula Mons Bergen jachthaven Pieter Marieke
In de Grand Large ligt de jachthaven van Mons (Bergen)
Etappe 11: Mons – Thieu
  • Vaaruren: 2.5
  • Afstand: 12 km
  • Sluizen: 3
  • Grootste verval: 6 meter
  • Laagste vaste brug: 40

Aan de noordoost kant van Le Grand Large verlaten we het meer en varen het Centrumkanaal op. Na twee-en-half uur komen we aan bij Thieu. De Yachtclub des Ascenseurs ligt achter de sluis die ook toegang geeft tot scheepslift 4 van het Historisch Centrumkanaal. Maar precies op het moment dat we er aankomen blijkt de sluis in onderhoud en moeten we een goed uur wachten. Daarna worden we door de onderhoudsploeg de sluis door geholpen en leggen we aan bij de jachthaven om de bocht.

Rammelend en ratelend gaan we met de oude scheepslift omhoog naar het historisch Centrumkanaal

In het Historisch Centrumkanaal zijn tussen 1883 en 1919 vier scheepsliften aangelegd die ervoor zorgen dat je in totaal een hoogteverschil van 66 meter overbrugt. Elke lift heeft twee bakken. De beweging gaat simultaan; is de rechter bak beneden, dan is de linker boven. De bakken zelf staan elk op een enorme metalen cilinder, de indrukwekkende constructie dient alleen om de bakken te begeleiden. We willen ze uiteraard graag alle vier uitproberen, maar lift 3 en 2 zijn in onderhoud en worden daarom niet bediend. Toch vinden we scheepslift 4 alleen al de moeite waard. Er komen twee mannen aan te pas om alles aan de loop te krijgen. Verrassend soepel stijgen we omhoog. Na een paar minuten zijn we boven en varen we het Historisch Centrumkanaal op.

De draai- en ophaalbruggen worden met de hand bediend en dateren uit dezelfde tijd als de scheepsliften, die weer in dezelfde tijd zijn gebouwd als de Eiffeltoren. Al snel komen we aan bij lift 3. We leggen aan bij het pomphuis voor lift 3. Binnen bekijken we de indrukwekkende machinerie van Cockerill en lopen we nog even naar boven om van een afstandje lift 2 te bewonderen. Daarna varen we weer terug naar lift 4 en dalen gemoedelijk af naar beneden.

Etappe 12: Van Thieu naar Seneffe
  • Vaaruren: 3.5
  • Afstand: 17 km
  • Sluizen: 1 scheepslift en 11 sluis
  • Grootste verval: 6
  • Laagste vaste brug: 40

Bij vertrek uit Thieu bedienen we dit keer zelf de sluis door een groene stang die boven het water hangt naar boven te bewegen. Het licht staat meteen op rood-groen en verspringt al snel op enkel groen, waarna de sluisdeuren automatisch openen. Na zes meter dalen varen we weer het (nieuwe) Centrumkanaal op en gaan stuurboord uit. Al na één kilometer naderen we de enorme scheepslift Strépy-Thieu. Voordat we de liftbak kunnen invaren moeten we ons aanmelden via de marifoon, maar alles gaat vlotjes en als een uitvarend binnenvaartschip voorbij is begint ons avontuur: we gaan 72 meter de lucht in!

De Canicula Rondje Belgie
Aan de voet van de indrukwekkende scheepslift van Strépy-Thieu

De lift indrukwekkend noemen is een understatement voor dit enorme complex dat na twintig jaar bouwen in 2002 in gebruik is genomen. De lift beschikt over twee bakken van 112 meter lang en 12 meter breed. Het hele gebouwencomplex is nog imposanter; 135 m lang, 117 m hoog en 81 m breed. Elke bak wordt gelift met 144 dikke staalkabels, acht grote tegengewichten en een aandrijving door 4 motoren. Met deze scheepslift overbrug je in één keer 72 m hoogteverschil.

Alleen in het zwembad

Wij zijn helemaal alleen in het enorme ‘zwembad’ en nadat we de Canicula hebben vastgelegd gaan de dubbele hefdeuren achter ons dicht. Eén stel deuren gaat met de bak mee naar boven, het tweede stel blijft beneden en sluit het kanaalpand af. Een aanzwellend gezoem kondigt de start van het liften aan. We komen ogen tekort. De katrollen draaien, wij gaan langzaam omhoog terwijl de grote contragewichten zakken. Het landschap achter ons verdwijnt langzaam in de diepte. We mogen van boord het gangpad op, waarvan Pieter gebruik maakt om de Canicula te filmen, maar Marieke ziet af van dit twijfelachtige genoegen – en daar heeft ze nu nog steeds spijt van…

   

Wit brood

Na een paar minuten zijn we boven. Als de hefdeur opgehesen en het licht op groen staat, varen we de liftbak uit. Vrijwel direct daarna varen we de Kanaalbrug van Sart (Pont-Canal du Sart) op en zien we in de diepte allemaal wegen onder de brug door. De kanaalbrug is bijna een halve kilometer lang, staat op 28 pijlers en heeft het respectabele bedrag van 29 miljoen euro gekost. Even verder volgt het laatste bouwwerk van de modernisering van het Centrumkanaal. Namelijk de keersluis van Blanc-Pain (vertaald wit brood en daar lijkt-ie ook op), die bij een noodsituatie gebruikt wordt om te voorkomen dat de vallei onderstroomt. Kort daarna passeren we oostelijke toegang naar het Historisch Centrumkanaal. We gaan verder oostwaarts over het Centrumkanaal dat al snel uitkomt op het Kanaal Charleroi-Brussel. Daar gaan we in zuidwestelijke richting en na twee kilometer leggen we aan in de jachthaven van Seneffe.

In deze video kun je zien hoe we omhoog worden gehesen in de scheepslift van Strépy-Thieu

Etappe 13: Van Seneffe naar Landelies
  • Vaaruren: 6
  • Afstand: 32 km
  • Sluizen: 5
  • Grootste verval: 7
  • Laagste vaste brug: 42

Het grootste deel van deze dag-etappe voert ons verder in oostelijke richting. Onderweg naar de Sambre zijn er drie sluizen met een verval van zeven meter, maar de sluizen hebben drijvende bolders, dus het is een eitje. Vlak na Sluis Marchienne mondt het kanaal uit in de rivier de Sambre. Dat gebeurt met een bocht en een paar bruggen waarna je het volle uitzicht hebt op één van de lelijkste industriegebouwen die we ooit hebben gezien. Als we van de schrik zijn bekomen gaan we stuurboord uit. Het eerste traject heet officieel nog Beneden-Sambre. De oevers staan vol met enorme, veelal verwaarloosde, industriële complexen.

Boven-Sambre

Als we Sluis Monceau sur Sambre onder de schaduw van de enorme koeltoren naderen wordt het landschap al wat groener. Tijdens het wachten op de schutting kost het door de harde wind nogal wat moeite de boot onder controle te houden. Aanlegmogelijkheden zijn hier niet. Als we de sluis in kunnen varen kost het veel moeite de boot aan te leggen. Door de harde wind waaien we de halve sluis door. Uiteindelijk lukt het met hulp van de sluiswachter vast te maken. Bij het schutten gaan we bijna vijf meter omhoog. Na de sluis heet het vaarwater Boven-Sambre. En de omgeving wordt alleen maar mooier.

De Canicula Rondje Belgie Landelies jachthaven
De jachthaven van Landelies met alle voorzieningen ligt achter het sluiseiland
Prachtige plek

Na een kilometer of drie komen we aan in Landelies. Daar gaan we door de handbediende sluis. Er ligt een eiland in de rivier met aan de ene kant de sluis en aan de andere kant een stuw. Aan deze achterkant van het sluiseiland ligt de jachthaven op een prachtige plek. We leggen aan op een eindje afstand van de stuw vanwege het continue geruis van overtollig water dat daar wordt afgevoerd. De jachthaven heeft alle voorzieningen. Voor de boodschappen moet je hier wat meer moeite doen: de supermarkt ligt bovenop de heuvel achter de jachthaven en het is een steile klim ernaartoe van ongeveer een kilometer.

Etappe 14: Van Landelies naar Thuin
  • Vaaruren : 2.5
  • Afstand : 11 km
  • Sluizen : 4
  • Grootste verval : 1.2 – 2.7
  • Laagste vaste brug : 26

Het zijn elf prachtige kilometers naar onze volgende bestemming, langs glooiende heuvels, de ruïne van de Abdij van Aulne en van veraf zicht op het belfort van de middeleeuwse stad Thuin. En ondanks de korte afstand doen we er toch twee-en-half uur over, vooral door de vier handbediende sluizen onderweg. In Thuin kunnen we aanleggen langs een prima steiger. De walstroom moeten we bedienen met een app, maar ondanks ons gepruts lukt het niet om de boel aan de gang te krijgen. Na ons belletje staat de sluiswachter binnen tien minuten naast de Canicula en fikst het probleem in een ommezien.

De Canicula Thuin Rondje Belgie Pieter Marieke
De middeleeuwse stad Thuin ligt op een heuvel hoog boven de Sambre
Etappe 15: Van Thuin terug naar Landelies
  • Vaaruren: 3.25
  • Afstand: 11 km
  • Sluizen: 4
  • Grootste verval: 1.2 – 2.7
  • Laagste vaste brug: 26

Na ons bezoek aan Thuin willen we terug, richting de Maas. Maar omdat we gelezen hebben dat er bij Fontaine-Valmont diesel te krijgen is gaan we eerst stroomopwaarts. Bij de eerste sluis die we tegenkomen vraagt de sluiswachter waar we die dag naartoe willen en we leggen uit wat we van plan zijn. De sluiswachter denkt diep na, pleegt een telefoontje en vertelt ons dan het benzinestation permanent gesloten is. Iets met vervuilde grond of zo. Dus varen wij net zo hard achteruit de sluis weer uit en gaan terug naar Landelies. Daar is het wat drukker dan een paar dagen geleden. Daarom leggen we dubbel aan bij een grote platbodem die op dat moment niet bewoond is.

Het laatste stukje Sambre

Wat we gemist hebben op het laatste stukje Sambre: Lobbes met een aanlegsteiger met water, walstroom en de imposante Sint-Ursmaruskerk, die beschouwd wordt als de oudste kerk van België. De aanlegkade van Merbes-le-Chateau zonder voorzieningen en de jachthaven van Erquelinnes, die gelegen is in een soort bassin, met alle voorzieningen, winkels dichtbij en groen rondom, maar wel naast een spoorlijn. Voorbij Erquelinnes is de Franse grens.

De Canicula Rondje Belgie jachthaven Erquelinnes
De jachthaven van Erquelinnes. Foto: Wikipedia/Fred Lepoint CC BY-SA 4.0

   
 

Etappe 16: Van Landelies naar Auvelais
  • Vaaruren: 7
  • Afstand: 33 km
  • Sluizen: 6
  • Grootste verval: 4.9
  • Laagste vaste brug: 42

De schutting in Sluis Monceau sur Sambre verloopt dit keer zonder problemen. Door Charleroi varend over de Beneden Sambre kijken we naar de lelijkheid van alle aanwezige industrie. We hebben de indruk dat sommige complexen al jaren buiten gebruik zijn. Zouden de eigenaren op zien tegen de sloop en de mogelijke sanering van vervuilde grond? Na Sluis Roselies wordt de omgeving weer wat aangenamer. Veel aanlegmogelijkheden op weg naar Namen zijn er niet. Wij kiezen ervoor aan te leggen bij Auvelais, een aanlegplek zonder voorzieningen. Voordeel is daar wel dat er winkels op loopafstand zijn en we ook de jerrycans voor de diesel kunnen bijvullen.

Etappe 17: Van Auvelais naar Annevoie-Rouillon
  • Vaaruren: 9
  • Afstand: 41 km
  • Sluizen: 6
  • Grootste verval: 4.6
  • Laagste vaste brug: 36

Dit wordt uiteindelijk een heel wat langere vaardag dan we van tevoren al hadden gepland. Want we willen beslist Namen halen en liever nog een stukje verder. Bij Sluis Mornimont, de eerste van de dag, moeten we anderhalf uur op een schutting wachten. Verder verloopt de reis over de Beneden Sambre soepeltjes, waarbij we onderweg de indrukwekkende Abdij van Floreffe hoog boven ons zien uittorenen.

De Canicula Rondje Belgie Abdij Floreffe
De laatste Norbertijn overleed tweehonderd jaar geleden, tegenwoordig huizen er studenten in de Abdij van Floreffe
Adembenemend Namen

Na Sluis Salzinnes varen we het centrum van Namen in. En dat is adembenemend. Langs de oever historische huizen en hoog boven ons de citadel. De Sambre komt hier uit in de Maas. Wij besluiten een stukje stroomopwaarts te varen naar Profondoville waar veel aanlegmogelijkheden lijken te zijn. Maar dat valt nogal tegen. Bovendien is precies daar een snelvaargebied ingericht en is het weer weekeind, dus er wordt volop heen en weer geracet met de bijbehorende golfslag. We varen dus nog maar een stukje verder en overwegen al half om maar bij een sluis te overnachten als we geheel onverwacht een prima aanlegplek vinden meteen na de brug in Annevoie-Rouillon.

Het is weer een snikhete dag geweest, dus wij bewegen ons zo weinig mogelijk. Achteraf een beetje jammer, want nog geen kilometer verderop liggen de Tuinen van Annevoie, een kasteelpark vol fonteinen, vijvers en watervallen, die al werden aangelegd in 1758. Het bijbehorende kasteel wordt particulier bewoond en is niet toegankelijk voor publiek.

Etappe 18: Van Annevoie-Rouillon naar Dinant
  • Vaaruren: 2.25
  • Afstand: 12 km
  • Sluizen: 3
  • Grootste verval: 2.8
  • Laagste vaste brug: 53

Vanuit Annevoie-Rouillon is het niet ver naar Dinant. Maar we hebben zo langzamerhand wel geleerd dat een traject met sluizen, ondanks de vlotte bediening, de nodige extra reistijd met zich meebrengt. En we doen ook rustig aan om te genieten van het landschap. Heuvels, rotspartijen, bergbeklimmers en kasteelruïnes zorgen voor een enorme afwisseling in het landschap. Toch arriveren we voor ons gevoel veel te snel in Dinant. Het is een langgerekte plaats met aan weerskanten van de rivier hoge heuvels. Op de oostoever domineert de citadel. De aanlegplaatsen zijn midden in het centrum, waarvan een flink aantal naast de terrassen op de boulevard. Wij vinden even voorbij de drukte aan de oostoever een prima aanlegplek met walstroom. Het havenkantoor en het sanitair is bij de Charles de Gaullebrug aan de andere kant van de citadel.

Over een ‘ziek’boodschappenkarretje, de citadel van Namen en de aankomst in Dinant, in deze video kun je het allemaal bekijken

Etappe 19: Van Dinant naar Namen
  • Vaaruren: 5.5
  • Afstand : 27 km
  • Sluizen : 6
  • Grootste verval : 2.8
  • Laagste vaste brug : 53

Het is nog steeds bloedheet. Daarom én vanwege onze hoogtevrees besluiten we niet de hooggelegen citadel te bezoeken, maar druipsteengrot La Merveilleuse aan de andere oever te bekijken. De heerlijk koele grot – die je overigens mét of zonder gids kunt bezoeken – bestaat uit 850 meter aan galerijen vol versteende waterdruppels. We doen boodschappen, slenteren wat over de boulevard en dan moeten we weer terug. Terug over de Maas naar Namen. Het vaartochtje gaat net zo snel als op de heenweg. We meren af aan de oostoever in de jachthaven van Jambes, wat best lastig gaat met de wind dwars op de steigers, maar gelukkig worden we geholpen door mensen die ons herkennen van YouTube. Niet veel later zitten we in onze kuip met een prachtig uitzicht op de citadel. De jachthaven beschikt over alle voorzieningen en een restaurant en het centrum is op loopafstand.

We trotseren onze hoogtevrees en gaan met de kabelbaan de citadel op

Etappe 20: Van Namen naar Hoei
  • Vaaruren: 4.5
  • Afstand: 30 km
  • Sluizen: 2
  • Grootste verval: 5.25
  • Laagste vaste brug: 48.2

Vlak na het vertrek komen we even buiten Namen bij de eerste sluis van de dag; Sluis Grands Malades. Wij mogen er niet in, een vrachtboot die ons oploopt wel. Terwijl er genoeg ruimte lijkt te zijn in de sluis. Al met al duurt het bijna twee uur voor we de sluis gepasseerd zijn. Achteraf bedenken we dat we misschien niet mee mochten sluizen vanwege de chemicaliën die de boot vervoert? Voor de rest is het een prima trip. En de jachthaven van Hoei, verstopt achter een dijk, is een fijne overnachtingsplek met alle voorzieningen. Hier legen we de jerrycans met diesel in de boottank. Ook vervangen we het afsluitrubber (Joker-valve) van de wc-afvoer. Morgen naar verwachting weer terug in Nederland.

Ons schoolfrans is er gaandeweg de reis echt wel wat beter op geworden. En we weten vanuit de schoolbankjes ook nog wel dat ‘grand-malades’ iets betekent als ‘heel erg ziek’. Maar een sluis die zo heet? Het blijkt dat de sluis in een gebied ligt waar vroeger mensen met een besmettelijke ziekte werden opgevangen. Weten we dat ook maar weer.

   
 

Etappe 21: Van Hoei naar Maastricht
  • Vaaruren: 7
  • Afstand: 60 km
  • Sluizen: 4
  • Grootste verval: 14.0
  • Laagste vaste brug: 63

Terug naar Nederland. Dat is het doel van vandaag. Dus gaan we weer stroomafwaarts de Maas op. Tussen Hoei en Luik zijn de oevers bezaaid met industrie. Dat maakt dit niet het mooiste deel van de Maas. Indrukwekkend is wel de doorvaart in Luik. Na Luik blijven we de richting van de Maas volgen maar varen feitelijk op het Albertkanaal tot aan Maastricht. Vlak voor Maastricht buigt het Albertkanaal af naar het westen. Wij gaan rechtdoor één van de vier kolken van Sluis Ternaaien binnen. Vastgelegen aan een drijfbolder zakken we 14 meter de diepte in. Een paar kilometer verder meren we af in de jachthaven van Watersportclub Treech ’42 op loopafstand van het centrum van Maastricht.

Lees ook: Aanleggen in Maastricht

Tip van een watersportvriend

Ga een paar honderd meter na het passeren van Albert door de sluis van Monsin aan stuurboordzijde. Zeker mooier als dat Albertkanaal met zijn rechte kademuren waardoor de golfslag van schepen steeds weer terug kaatst als een echo, waardoor je constant ligt te deinen. Door de sluis van Monsin kun je de Maas af tot Visé (Wezet). Daar ga je dan via het sluisje van Visé weer terug naar het Albertkanaal en ben je met een half uurtje varen bij de sluizen van Ternaaien. Alleen dat sluisje van Visé zou roet in het eten kunnen gooien want daar is al enkele jaren een van de bovendeuren defect. Er kan dus maar 1 deur open en kunnen alleen boten tot max. 3,5 meter breed schutten. 

De Canicula jachthaven Watersportclub Treech 42 Maastricht
De Canicula in de jachthaven van Treech ’42 in Maastricht
Etappe 22: Van Maastricht naar Hanssum
  • Vaaruren: 7,25
  • Afstand: 54 km
  • Sluizen: 3
  • Grootste verval: 11.4
  • Laagste vaste brug: 56

De dag begint met een bezoek aan het dichtbijgelegen bunkerstation. We vullen de hoofdtank bij en ook de jerrycans. En dan op naar het noorden. En ook vanaf Maastricht varen we niet over de Maas maar het Julianakanaal. Bij Maasbracht komen kanaal en de Maas weer bij elkaar om direct weer uiteen te gaan. Wij gaan via sluis Heel Lateraalkanaal Linne Buggenum op. Het kanaal komt even verderop weer in de Maas uit. Even verder, terwijl het hard begint te regenen en onweren, meren we met hulp af in de jachthaven van Hanssum. Het is even vervelend dat precies op dat moment onze ruitenwisser het begeeft. Maar dat zien jullie vanzelf voorbij komen in de video….

De jachthaven heeft alle voorzieningen. De dichtstbijzijnde supermarkt is een kwartiertje lopen. Onderweg kom je langs de prachtig opgeknapte Friedesse Watermolen, waar ze in Hanssum maar wát trots op zijn. Wij liggen aan de groene wallekant, waar je vanaf het dijkje een prachtig uitzicht hebt over de Maas. Het is bijna niet voor te stellen dat de haven tijdens de wateroverlast van 2021 compleet onder water stond…

De Canicula jachthhaven Hanssum
De jachthaven van Hanssum ligt prachtig langs de Maas
Etappe 23: Van Hanssum naar Boxmeer
    • Vaaruren : 7
    • Afstand : 63 km
    • Sluizen : 2
    • Grootste verval : 2.5
    • Laagste vaste brug : 67.5

Van Hanssum tot aan Boxmeer varen we alleen over de Maas; geen parallelle kanalen meer. We komen dwars door Venlo en langs Arcen, waar het laatste restant van de verdedigingswerken schuil gaat tussen boten, bomen en bebouwing. Van de Nationale Parken De Hamert en Maasduinen op de linkeroever vangen we helaas geen glimp op. Voorbij sluis Sambeek leggen we aan in de jachthaven van Watersportvereniging Boxmeer. De haven ligt in een afgesneden bocht van de Maas en heeft alle voorzieningen.

Boxmeer en het iets noordelijker gelegen Beugen liggen in het gebied dat ‘de Maasheggen’ wordt genoemd, het grootste aaneengesloten heggengebied van Europa. Er komen zeldzame planten en dieren voor en je kunt er een mooie wandeltocht maken! 

In deze video varen we van Maastricht naar Boxmeer

Etappe 24: Van Boxmeer naar ’s Hertogenbosch
  • Vaaruren: 8
  • Afstand: 76 km
  • Sluizen: 3
  • Grootste verval: 3.3
  • Laagste vaste brug: 44.7

En dan zijn we toe aan de laatste etappe: terug naar ’s Hertogenbosch. Dat betekent gewoon verder over de Maas met onderweg nog drie sluizen, waarvan de laatste vlak bij ’s Hertogenbosch toegang geeft naar het Diezekanaal. Twee scheepsliften en 130 sluizen verder en helaas: ons tripje ‘Met de boot naar België’ zit er nu echt op.

Bekijk ook: Aanleggen langs de Maas

Voor de helderheid: wij gaan in het echt natuurlijk niet terug naar ’s Hertogenbosch, maar varen rechtstreeks naar Friesland. We nemen het Maas-Waalkanaal en gaan voorbij Nijmegen de Waal op, waar we via het Pannerdensch Kanaal naar de IJssel varen. Die video’s zie je binnenkort ook voorbij komen. Wil je ze niet missen? Abonneer je dan gratis op ons YouTubekanaal en zet het ‘belletje’ aan.

De Canicula YouTube banner

En heb je tips, zie je een foutje, heb je vragen of opmerkingen? Mail! Dat vinden we leuk! Ga met de pijltoetsen naar het volgende vak en druk dan pas op enter.

Assen, december 2023