Verhalen

Waarom zonnepanelen zo fijn zijn

Onze bootavonturen brengen ons door het hele land. Voor een paar euro liggen we met de Canicula vaak midden in de stad. En meestal zijn de voorzieningen prima in orde; douches, toiletten, drinkwater en… stroom! Belangrijk om ons warm te houden in voor- en naseizoen, maar ook in de zomer om het eten en drinken te koelen. En natuurlijk om de telefoons, camera’s en de drone werkend te houden.

Lees ook: Stroomverslaafd

Echte stilte

Steden zijn leuk, maar overnachten in ‘het wild’ heeft ook z’n charme. Met een beetje mazzel echte stilte om je heen, met alleen fluitende vogels en gakkende ganzen. Maar, we hebben voortdurend pech. Steeds na één nachtje ‘wildkamperen’, houdt de koelkast ermee op. Dat de oorzaak daarvan ligt in het slecht opladen van de accu’s tijdens het varen hebben we niet in de gaten, want na een nachtje aan de walstroom functioneert alles weer zoals het hoort. Toch willen we graag een paar dagen in de natuur liggen zonder stroomongemakken. Een paar zonnepanelen zouden fijn zijn!

Zonnepanelen op de boot zijn fijn, want in de vrije natuur is geen walstroom

Ok, zonnepanelen en hoe dan? Waar ga je naar toe, wat heb je nodig en wat kost dat allemaal? Na een zoektocht op internet, waarbij het best lastig is om heldere informatie te vinden, komen we in het vroege voorjaar van 2019 uit bij de firma Aquasolar in Sneek. Na het optellen van onze stroombehoefte krijgen we verschillende opties voorgelegd:

  • Mobiele zonnepanelen die opgevouwen in een tas passen
  • Panelen die op de kap bevestigd kunnen worden
  • Vaste panelen
  • Flexibele panelen waar je op kunt zitten of staan

Met iets mobiels blijf je slepen en omdat onze boot niet echt groot is hebben we liever ook niet van die dikke vaste panelen. We kiezen daarom voor de laatste variant. Maar dan zijn we er nog niet, want naast zonnepanelen is er – voor ons ondoorgrondelijke – randapparatuur nodig. Gelukkig past het allemaal nét in de Canicula.

Zonnepanelen op de boot zijn fijn, maar waar laat je ze plaatsen?

Vrijheid niet gratis

Omdat we ook een nieuwe serviceaccu moeten hebben en een serie extra geaarde stopcontacten willen laten plaatsen wordt het al met al een aardige investering. Maar ja, vrijheid, ook op het water, is niet gratis. Begin mei wordt alles ingebouwd. Ook een paar in het verleden gemaakte fouten in de bedrading worden verholpen. Het ziet er allemaal keurig netjes uit. Handig ook die vaste stopcontacten in de kuip voor het opladen van laptop en telefoons.

Zonnepanelen op de boot zijn fijn, want je hebt geen walstroom nodig

Hoeveel streepjes?

Vanaf dat moment is de vraag vaak hoeveel streepjes we hebben. Voor het eerst kunnen we namelijk zien in hoeverre de accu geladen is op een nieuw instrumentje op het dashboard. En met een app kunnen we live zien hoe het bijladen met de zonnepanelen verloopt.

Zonnepanelen op de boot zijn fijn en met deze app zie he het resultaat

Toch twijfelen we af en toe over het functioneren van onze nieuwe stroomfabriek. Zonder dat we precies kunnen bedenken wat er aan de hand is. De accu is steeds mooi vol (vijf streepjes!) als we in het weekend vanuit onze thuishaven vertrekken. Maar tijdens het varen gaat het bijladen erg traag. In de zomervakantie hebben we daar niet zoveel last van, want we liggen toch vaak in een jachthaven met stroom.

Koelkast valt uit

Echt vervelend wordt het pas na de zomervakantie, als we een paar nachten achter elkaar buitenuit willen blijven en tegen schemertijd van de tweede avond weer die koelkast uitvalt. De geleverde spanning vanuit de accu is onder kritische benedengrens gezakt! We spoeden ons in het halfdonker naar de dichtstbijzijnde jachthaven en pluggen maar weer in.

Kapotte diode

We gaan daarom terug naar Aquasolar. Het euvel wordt snel gevonden en net zo snel verholpen. De boosdoener: een kapotte diode die het opladen met de motor tijdens het varen verhindert. Het blijkt dat we dankzij de zonnepanelen toch een min of meer normaal seizoen hebben gehad met de stroomvoorziening. Die zonnepanelen op de boot zijn fijn, sterker nog, ze werken dus fantastisch!

We gaan in het nieuwe vaarseizoen heel veel plezier hebben van onze zonnestroom! En jullie ook! Want dankzij de panelen heb ik ook in de vrije natuur stroom genoeg om filmpjes in elkaar te klussen!

De slechte kaart van Kuinre

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Tijdens onze eerste tocht door Overijssel vallen we van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van de slechte kaart van Kuinre.

Rommelig-charmant

Het is een prachtige vaartocht, vanaf Ossenzijl over de Linde. We varen eerst achterlangs Kuinre, komen aan het eind een schutsluis tegen en varen dan aan de andere kant van het dijkdorp in dezelfde richting terug. Het verstilde Kuinre is wat rommelig-charmant, met de opvallende grote kerk en de Waag bovenop de dijk. Het ruikt er naar historie en dat blijkt te kloppen. We stuiten op beruchte roofridders, levendige boterhandel, een enorme vissersvloot en op florerende scheepswerven.

De brug over de Linde in Kuinre
Havenstad

Natuurlijk zijn we met de auto ook vaak voorbij Kuinre gereden. Over de dijk, de brug en dan hoeps, de polder in. Dat Kuinre vroeger een welvarende havenstad was kwam niet in ons op. Pas nu we er langs varen, beseffen we de enorme gevolgen van de drooglegging van de Noordoostpolder: Kuinre werd compleet afgesloten van het IJsselmeer.

Op deze kaart uit 1925 ligt Kuinre nog aan de Zuiderzee. Het havenhoofd ligt op geruime afstand, de haven is vanwege verzanding een paar keer verplaatst
Slechtste kaart

Natuurlijk zijn er meer voormalige Zuiderzeeplaatsen die de verbinding met het open water hebben verloren, zoals Elburg, Harderwijk, Vollenhove, Bunschoten. Maar daar kun je nog via randmeren naar het IJsselmeer varen. Kuinre heeft de allerslechtste kaart getrokken: het is de enige Zuiderzeehaven die is vastgeklonken aan de polder. Hoe kan het dat de plaats zo’n beroerde plek in de geschiedenis heeft gekregen?

Een beurtschipper vaart de haven van Kuinre binnen
Geld natuurlijk

Bij de plannenmakerij rond de aanleg van de Noordoostpolder was het de bedoeling om Kuinre in ruil voor de afsluiting twee vaarwegen te geven: eentje door de polder naar het IJsselmeer (met schutsluis) en eentje naar Lemmer. Maar er moest weer eens bezuinigd worden en omdat de haven van Kuinre er toch al niet te florissant bij lag, werd besloten de kanalen te schrappen.

Woede en verdriet

Tot grote woede en verdriet van de inwoners van Kuinre. Dat de haven er slecht bij lag was de schuld van de provincie Overijssel! Ze overwogen zelfs zich aan te sluiten bij Friesland!

Wat het nog schrijnender maakt is dat de Kuindervaart al grotendeels klaar was. Het kanaal stopt op een paar honderd meter van Kuinre. Nadat het eerst gebruikt werd als vuilstort voor de nieuwe polderbewoners, is het water nu het domein van de sportvissers van hengelsportvereniging HSV Poldervoorntje. Het schijnt dat je er goed op karpers kunt vissen.

De ronde sluis van Kuinre werd in 1990 geopend

Inmiddels is er een sluis gebouwd waarmee de Linde en de ‘Kuinder of de Tjonger’ (zo heet het riviertje echt!) aan elkaar gesmeed zijn en je in ieder geval via smalle watertjes om het dijkdorp heen kunt varen. Het voormalige havenhoofd is in ere hersteld en ligt op de oorspronkelijke plek, een eind buiten het dorp, midden in het gras. Als een pijnlijke herinnering aan het verleden.

Pijnlijk, want al snel bleek dat Kuinre niet alleen beroofd was was van het Zuiderzeewater, maar dat ook het grondwater werd ‘gestolen’. Dat had alles te maken met de beslissing om geen randmeer aan te leggen tussen de polder en het oude land.

De havenmond midden in het gras. In de verte Kuinre met de watertoren
Verzakkingen

Zonder die waterbuffer om het waterpeil te regelen, haalden de pompen in de lager gelegen Noordoostpolder veel grondwater uit het omliggende gebied. Daardoor verdroogde het oude land, met als gevolg de verzakking van gebouwen en het uitsterven van planten en dieren. Al snel werd overwogen om alsnog een randmeer aan te leggen tussen het oude en het nieuwe land. Maar de politieke ontwikkelingen rond de nasleep van de oorlog in voormalig Joegoslavië zaten in de weg.

"Kijk alleen maar naar de Noordoostpolder; daar is destijds geen randmeer aangelegd. Daar is van geleerd door bij die andere polders wel randmeren aan te leggen" Dick Stellingwerf, ChristenUnie, in Flevolands Geheugen
Srebrenica

Want een meerderheid van de Tweede Kamer wilde alsnog een randmeer Noordoostpolder aanleggen, schrijft Flevolands GeheugenMaar een dag voordat de maatregel in stemming kwam, viel het kabinet over Srebrenica. Het plan verdween in de prullenbak en kwam er nooit meer uit.

De Linde tussen Ossenzijl en Kuinre
Opnieuw slechte kaart

Geen randmeer, maar wel een nieuwe sluis, waardoor je weer een mooie vaartocht kunt maken. Maar voordat jullie nu allemaal massaal die kant op gaan: de vaste bruggen in het traject zijn maar 2.60 meter hoog en de maximale diepgang van het vaarwater is 1 meter. Alleen lage schepen met een beperkte diepgang kunnen dus een rondje Kuinre varen. Zo heeft Kuinre opnieuw een slechte kaart getrokken, al kun je je afvragen of dat erg is. Wij houden wel van de stilte….

Tip: Rondje Ossenzijl-Kuinre-Schoterzijl-Ossenzijl

Varen met de Canicula - Vaarroute Rondje Ossenzijl Kuinre Schoterzijl Ossenzijl

Attentie!

Meer lezen over de Zuiderzee? Het boek Polderkoorts van Emiel Hakkenes is een aanrader! Als je het boek koopt via onderstaande link, dan krijgen wij een kleine commissie die we gebruiken om de website up-to-date te houden. Dank alvast!

 

Bronnen: RTV Oost, Flevolands Geheugen, boek Polderkoorts van Emiel Hakkenes, http://www.stellingwerven.dds.nl/

De hoeder van Harderwijk

Voorgaande jaren kwam het steeds niet uit om aan te leggen in Harderwijk. Te dichtbij, of nét te ver. Maar dit jaar lukte het en konden we de nieuwe havens bekijken vanaf het water. Even voorbij de havens staat het monument voor Eibert den Herder. Eibert wie?  

De hoeder van Harderwijk

Een pain in the ass was hij voor de voorstanders van de afsluiting van de Zuiderzee, een luis in de pels: industrieel Eibert den Herder uit Harderwijk. Toch heeft-ie een standbeeld gekregen en dat kunnen niet veel mensen hem nazeggen… Hoe dat zit?

De grote hoed in het monument staat symbool voor de bescherming die Eibert den Herder Harderwijk wilde geven.
Ramp voor Nederland

Eibert den Herder (1876-1950) was groot tegenstander van de afsluiting van de Zuiderzee. Hij vreesde een regelrechte ramp, want hij was ervan overtuigd dat bij stormvloeden de dijken zouden breken, waarna de polderbewoners een verdrinkingsdood wachtte. Bovendien lag de toekomst van de Zuiderzeevisserij en iedereen die ervan afhankelijk was in duigen, vond hij. Ook persoonlijk zou hij consequenties ondervinden van de Afsluitdijk: Den Herder had een vismeelfabriek in de haven van Harderwijk. Na de aanleg van de dijk zou het gedaan zijn met de aanvoer van vis.

Eibert den Herder medio jaren dertig. Foto: Stadsmuseum Harderwijk
Protesten, films en brieven

Met brochures, protestbijeenkomsten, films en brieven bestookte hij politiek en publiek. Den Herder wist veel mensen achter zich te krijgen, tot grote ergernis van de voorstanders van de drooglegging van de Zuiderzee. Maar ondanks alle pogingen van Den Herder en zijn medestanders gingen de waterwerken gewoon door. De sluiting van de Afsluitdijk op 28 mei 1932 betekende het einde van de acties. Niet van die van Den Herder trouwens. Die ging door tot zijn dood in 1950.

Deze promofilm voor het behoud van de Zuiderzee liet Eibert den Herder in 1930 maken door de firma Polygoon-Profilti uit Haarlem

Hoeder van Harderwijk

Behalve strijden tegen de Zuiderzeewerken deed Eibert den Herder zijn best om toeristen naar Harderwijk te halen. Hij maakte zich sterk voor het uitbaggeren van een vaargeul door de zandbank vóór Harderwijk en begon, toen die klaar was, met een veerverbinding met Amsterdam. De schepen van Rederij Den Herder vervoerden ook dagjesmensen langs de Zuiderzeewerken. Den Herder werd hiermee de grondlegger van het toerisme in Harderwijk. Zijn zoons namen het stokje over met de oprichting van het Dolfinarium.

Botters in de haven van Harderwijk. Foto: Zuiderzeecollectie

Waarom moest de Zuiderzee dicht? Hoewel er al veel vaker overstromingen waren geweest was de stormvloed van 1916 de druppel die de spreekwoordelijke emmer deed overlopen. De dijken in Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord- en Zuid-Holland begaven het en het land overstroomde. Daarnaast was er ook het vooruitzicht van de enorme landaanwinst door inpoldering van delen van de Zuiderzee.

Tragische figuur

Al met al was Eibert den Herder eigenlijk een tragische figuur. Zijn goedlopende vismeelfabriek ging kapot door de afsluiting van de Zuiderzee, de kalkzandsteenfabriek die hij begon om het tij te keren, mislukte. Zijn eerst bloeiende veerdienst, de Holland-Veluwe Lijn, had te maken met moordende concurrentie. Ook in de politiek kwam hij niet goed uit de verf. Toch werd een halve eeuw na zijn dood bedacht dat er een monument voor hem moest komen. In dat monument kreeg de hoed van de industrieel een prominente plek: als hoeder van Harderwijk probeerde Eibert de stad te behoeden voor dijken en polders.

Het derde schip van de Holland-Veluwelijn, Kasteel Staverden, werd in 1931 in de vaart gebracht. Foto: Zuiderzeecollectie
Polderkoorts

Wij kwamen Eibert op het spoor door een vriendelijke buurman die ons het boek Polderkoorts van Emiel Hakkenes uitleende. Het verscheen in 2017, een jaar voordat 100 jaar Zuiderzeewet werd gevierd, met onder meer een festival dat genoemd werd naar Eibert den Herder. De eigenzinnige industrieel zal zich in zijn graf hebben omgedraaid.

Duitse kroonprins op Wieringen

Wie geinteresseerd is in geschiedenis en water raden we dit boek beslist aan. Het staat vol interessante verhalen. Bijvoorbeeld over de herkomst van de dansmuggen, die ons nog steeds teisteren in de omgeving van het IJsselmeer. Over het volstrekte gebrek aan compassie met de inwoners van het oude land. En over de Duitse kroonprins Wilhelm, die na afloop van de Eerste Wereldoorlog een tijdje in ballingschap zat op het eiland Wieringen, waar op dat moment de inpoldering al aan de gang was.

Je kunt het gewoon in de boekhandel bestellen. Het ligt niet in de museumwinkel van het Zuiderzeemuseum, constateerden wij toen we afgelopen zomer aanlegden in Enkhuizen. Was de schrijver te kritisch over de Zuiderzeewerken? Of was het gewoon toeval?

Assen, update augustus 2020

Marieke Rosier

In dit fimpje varen we over de Randmeren langs Elburg en Harderwijk

Bronnen: Omroep Gelderland/Historiek.net/boek Polderkoorts van Emiel Hakkenes/Harderwijksezaken.nl

Blog: Buurman en buurman

IJsselstein jachthaven Marnemoende - De Canicula

Het is zaterdagavond. Het is muisstil in de Canicula. We hebben allebei een iPad op schoot en oortjes in. De kapitein kijkt journaal en ik verdoe mijn tijd met een hele leuke serie.

In de boot naast ons praat een man met een basstem tegen een vrouw met een zachte stem. De muziek staat een tikkeltje te luid en ze praten aan-een-stuk door. Dan begint de man te zingen.

‘Dat is geen zingen, dat is baltsen’, zegt de kapitein.

Blog - De Canicula
Foto: Gerard van Herk

Misschien denken de buren dat ze alleen op de wereld zijn? We praten wat harder. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want ook de muziek wordt een tikkeltje harder gezet. De wereld buiten bestaat niet voor verliefde mensen.

Zuchtend zetten we de iPad iets harder.

Het is zondagmorgen. Uit de zeilboot aan de andere kant van de Canicula stapt een man met een douchetas. Hij roept geïrriteerd tegen de vrouw op het schip: ‘Ga jij nu ook eindelijk eens douchen?’ Anders moet ik op jou wachten en daar heb ik géén zin in’. De vrouw knikt en kijkt de man rustig na. Dan gaat ze op het dek zitten en kijkt genietend om zich heen.

Na een minuut of tien verschijnt manlief weer op de steiger. ‘Heb je nou nog niet gedouched?’ De vrouw zegt verontschuldigend dat ze nu meteen gaat. De man is overduidelijk boos.

‘Moet ik alwéér wachten!’

Hij ruimt briesend wat spullen aan de kant totdat de vrouw weer verschijnt. Nog vóór ze goed en wel aan boord is gooit hij de achterlijnen los en zet de motor in z’n achteruit. De tros op het voordek zit nog vast. De vrouw probeert los te gooien, maar de lijn zit klem onder de landvast van de buurboot. ‘Stop!’ roept ze. Je ziet overduidelijk aan de man dat hij dat eigenlijk niet wil.

Ik ben te onthutst om in beweging te komen. Gelukkig schieten andere buren te hulp. Dan varen ze weg.

Ik onderdruk de neiging om tegen de vrouw te roepen:

‘Spring van boord! Het kan nu nog!’

En daar heb ik, terwijl ik dit stukje schrijf, nog stééds spijt van.

Foto: Jacqueline Freizeitskipperin - De Canicula
Foto: Jacqueline Freizeitskipperin

Snel naar:

Blog: Dan verkopen we toch gewoon het huis?!

Vakantie. Vier-weken-en-een-dag varen we door Nederland. Amsterdam. Monnickendam. Alkmaar. Gouda. Dordrecht. Biesbosch. Gorinchem. Culemborg. Doesburg. Zwolle. Vollenhove. En niet te vergeten Spaarndam. 

De Canicula in de Biesbosch
De Canicula in de Biesbosch

Dichtbij huis, maar toch heel ver weg. Langs de mooiste plaatsen van Nederland. Heel af en toe passeren we een snelweg met razende auto’s boven ons hoofd. Wíj razen niet. Wij tuffen. Héérlijk!

Vier weken is niet genoeg. We willen vier máánden, zes maanden. Acht!

Maar na vier weken roept de plicht. Werk, huis en tuin. Het onkruid staat meters hoog.

Ooit m’n grootste hobby, de tuin. Spitten, zaaien, planten, maaien. Tot de boot kwam. Sindsdien ligt-ie er wat verwaarloosd bij.

Tuin - De Canicula

“Ik ben er klaar mee”, zeg ik tegen de kapitein. Hij is dat al veel langer en ziet z’n kans schoon.

‘Dan verkopen we toch gewoon het huis?’

Dus nu zijn we dakloos. Gelukkig hebben we nog een boot…

Snel naar:

Blog: Rondje Dordt

Met de boot lig je vaak op de mooiste plek van de stad. Jachthaven Maartensgat in Dordrecht is zo’n plek. Schilderachtig gelegen, aan de voet van de Grote Kerk. De klok slaat vijf als we binnenvaren.  

De oudste stad van Holland telt 1600 monumenten lees ik op internet.

We willen ze allemaal zien! 

Ik tik op Google ‘stadswandeling Dordrecht’. Stadswandelingen genoeg! Eerst naar de VVV.  Die is gesloten. Natuurlijk. Het is zaterdagavond en op zondag is-ie ook dicht.

Maar op de website is vast wel een stadswandeling te vinden! 

Na een muisklik of vijf krijg ik een kaartje met zeven historische plekken. Dat is alvast wat. Ik zoek verder op de website. De stadswandeling staat vast op de pagina Zien & Doen! 

Huh? Duurzaamheidscentrum Weizicht? Een moestuin bij Villa Augustus? Een tapasbar? Ik wil gewoon een stadswandeling! Ik zoek verder. En dan vind ik het:

Stadswandelingen op te halen bij de balie van de VVV…

Maar de balie is dicht! En morgen varen we verder! Een andere website dan?

Zucht…
112 euro… met een groép! We zijn maar met z’n tweetjes!?

Dan gaan we zélf wel op zoek naar de highlights van Dordrecht. We stappen van boord. Yes! Een wegwijzer. Mét:

Helaas. Halverwege de Nieuwe Haven houden de Rondje-Dordt-bordjes op. We lopen nog een stukje verder en stappen zomaar een straatje in. We komen langs het stadhuis. En het pand van de Gulden Os aan de Groenmarkt. En dan zijn we ineens weer bij de jachthaven. 

Moeten we nog niet even terug? Ik twijfel. Maar m’n voeten doen zeer en een koud biertje lonkt.

De volgende dag varen we wat teleurgesteld verder. Richting Biesbosch, langs de kade van Dordrecht. ‘Stop!’ roep ik. ‘Dáár zijn we helemaal niet geweest!’

De Groothoofdspoort in Dordrecht - De Canicula

De kapitein zegt, met de-blik-op-vooruit:

“Een hele goede reden om terug te komen”

Een uurtje later varen we de Biesbosch binnen. We kijken rond in het bezoekerscentrum. En dáár zie ik ze liggen. Stápels. 

Ik neem er alvast eentje mee. Voor de volgende keer.

Dit stukje is bijna klaar als we in Culemborg aankomen. Na betaling van het havengeld geeft de havenmeester van jachthaven De Helling me een tasje. Het zit vól met informatie over de historische stad. En een stadswandeling. Na het eten maar es even een ommetje doen! 

Blog: Stroomverslaafd

De Canicula op het Alkmaarder Meer

Vrij liggen aan een eilandje. Ankeren midden op een meer. Heerlijk luieren in het zonnetje. Die zon vervolgens onder zien gaan. En dáár dan een foto van maken. 

Elke avond komen tientallen van die ultieme genietmomenten voorbij in de facebook-vaargroepen.

Niet voor mij!

Huh?

Ik ben stroomverslaafd. Elektriciteit houdt m’n mobiel, m’n Ipad, m’n camera en m’n laptop in leven.

En op zo’n mooi eilandje ís geen stroom. Laat staan midden op een meer. 

Ik vind het dan ook supertof dat recreatieschap Marrekrite eind maart laat weten op een paar mooie, stille plekjes aan de Friese meren elektriciteit aan te willen leggen. ‘Yes’, denk ik. Maar ik ben de enige. Een storm van kritiek barst los. 

Stroom in de stilte? Een échte watersporter kan toch zeker zónder stroom!

Gelukkig voor al die verontwaardigde mensen blijkt het een 1 april-grap.

‘Jammer’, denk ik stiekem…

En dan is het vakantie. We gaan natuurlijk varen. Ik verheug me op alle tijd die ik heb om ongestoord stukjes te schrijven. Om filmpjes te maken. En om de website bij te houden.

De kapitein vraagt vóórdat we op vakantie gaan:

“Zullen we een generator kopen? Voor als we ergens liggen zonder stroom?”

‘Nee’, zeg ik. ‘Dat nóóit! Van die apparaten waarvan alleen de eigenaar lol heeft en de rest van de omgeving in de herrie zit…’

Generator aan het Alkmaarder meer - de Canicula
Zo-eentje dus…

Na drie dagen heb ik al spijt. In de jachthaven van Huizen liggen we weliswaar naast een stroompaal… 

Waar we drie keer vijftig cent ingooien, maar waar niks uitkomt! Help!

Toch overleef ik de avond. En de ochtend. En de rest van de dag. ’s Avonds liggen we in de jachthaven van Monnickendam. Aan het stroom.

Nu liggen we weer op een stroomloze plek. Aan de steiger van een mooi eilandje in het Alkmaardermeer. Stil is het niet, want de buurman heeft z’n generator aan.

Met het schrijven van dit stukje put ik het laatste beetje stroom uit de accu van m’n laptop. Nog 1 uur en 33 minuten. Nog 45 minuten. Nog 13.

Ik overweeg een beetje stroom te lenen bij de buurman. Gelukkig red ik het net…

Als ik klaar ben pak ik een boek. Ik lees een stukje en bewonder het uitzicht. De kapitein geniet en ik ook. In de wetenschap dat ik morgenavond weer stroom kan tappen in een jachthaven. 

Lezen op het Alkmaarder Meer - de Canicula

Maar ik kan nu wel een foto maken van zo’n prachtige zonsondergang!

Zonsondergang op het Alkmaarder Meer - de Canicula

Is ie niet móói???

Blog: Wij hebben ook een hond!

Kleine hond in Gorredijk - de Canicula

Veel watersporters hebben een hond. Wij zijn daar best wel een beetje jaloers op, want:

Wij willen ook een hond!

Dat gaat niet, want de Canicula is te klein voor ook nog een hond. Dus genieten we mee van alle hondenfoto’s die voorbij komen in de facebook vaargroepen. Maar wat blijkt nu? Zonder het te weten hebben wij ook een hond. 

Ik zie jullie al denken…

Waar gáát dit over? En wáár is die hond?

Het komt allemaal door de post van een facebook vaarvriend.

De vriend vraagt in zijn post om de meest hilarische en unieke bootnamen.

Uit heel Nederland komen vervolgens de leukste namen voorbij:

  • Quisnix (want ik wist niks)
  • Almnpoen
  • She got the house
  • Salliesinke
  • Brave Hendrik. Bijboot Kwaaie Kee (haha)
  • Vis-kus

De Canicula past bést in dit rijtje. Vind ik.

De Canicula in Gorredijk

Want: hilarisch is-ie niet. Uniek wel. We krijgen vaak de vraag: ‘wat betekent dat?’  

Het is een eerbetoon aan de overleden vriend van de vorige eigenaar van de Canicula. Die vriend had een kleine hond. Het wordt ons uitgelegd in het Duits. Beetje lastig. Hoe het precies zit hebben we nooit helemaal begrepen. 

Terug naar de facebookpost. Ik ga zoeken op internet.

En wat blijkt?  

Canicula is de naam van de Ster van de Kleine Hond. 

Kleine Hond, ofwel Canis Minor, ofwel Canicula

Voorlopig hebben we met de Canicula dus hond genoeg aan boord!

Zijn er meer boten met de naam Canicula? Ik ben heel benieuwd…

Blog: Het is vandaag poetsdag

Schoonmaken de Canicula

Poetsdag? Wat is dat?

Geintje natuurlijk. Wij weten heel goed wat poetsen is. En dat is beslist niet onze hobby.  Als we op de boot zijn dan willen we maar één ding: varen.

Veel mannen denken daar anders over. Als wij nog slapen zijn zij al druk met dweil en schrobber in de weer. 

We zien al die mannen bezig als we de eerste keer met de boot op vakantie zijn. Wij zitten rustig aan de koffie en zij poetsen de boot van boven tot onder tot-ie glimt als een spiegel. 

P. en ik kijken elkaar aan. Wat is dit voor een fenomeen? En waarom zo vroeg in de ochtend? We zoeken het op. Het heet:

Dauwspoelen

Door ’s morgens de dauwnatte dekken met een paar putsen water te spoelen is alles sneller schoon en droog.

Maar waarom moet dat ’s morgens vroeg? En waarom niet gewoon met leidingwater?

Ik vraag het jullie via facebook. Een greep uit de antwoorden:

Dauwspoelen deden ze vroeger op de binnenvaart. Dauw vreet de teer van je luiken. Gewoon spoelen met een puts buitenboordwater. Op onze boot dweil ik de dauw op met een mop of een doek. Is de boot weer lekker droog en haal je het vuil ook weg. Maar niet om zeven uur hoor!

Als je dauw wegspoelt smorgens heeeeeel vroeg dan is je schip redelijk schoon zonder te boenen. (is overigens wel uit de tijd )

Ik ken het, nu geen boot maar vroeger aan boord van diverse schepen gedaan. Leidingwater zit kalk in, moet je tappen uit een relatief beperkte voorraad, kost tijd en gesleep met klotsende emmers. Met de puts is super makkelijk.

Mmm. Daar zit wat in. Op het internet vind ik ook nog iets over spinrag dat je in een handeling door weg kunt werken. Ook geen slecht idee met al die spinnen die in de kabelaring van de Canicula wonen….

Toch is er iets dat ons tegen houdt. Luiheid. Het draait er uiteindelijk op uit dat we één keer schoonmaken. Bij voorkeur op een druilerige dag. En dan doen we het de hele zomer niet weer.

Als jullie dus een vieze boot tegen komen, dan zijn wij dat…

Dek schrobben van de Canicula

Onder het schrijven van dit stukje bedenk ik dat ik één vraag vergeten ben te stellen via facebook.

Waarom zie ik alleen mannen dauwspoelen?

Blog: En we gaan met z’n allen naar de Veenvaart toe!

De Koppelsluis in de Veenvaart of Koning Willem-Alexanderkanaal in de richting van de Groene Trambrug bij Klazienaveen_de Canicula
De Koppelsluis in de Veenvaart in de richting van De Groene Trambrug

Met twee collega’s zit ik aan de lunchtafel. Ze wonen allebei in zuid-Drenthe, een regio waar ik ben opgegroeid, maar nu nooit meer kom. Het gesprek gaat over passies. Zoals ik een passie heb voor varen en bootjes, zo hebben zij een passie voor hardlopen. Onze passies brengen het gesprek op de Veenvaart. Daar varen bootjes en zij lopen er hard langs.

Beide collega’s hebben het met eigen ogen gezien: er varen weer meer boten door de Veenvaart. Da’s goed nieuws!, denk ik

Hoe zat het ook alweer? Het stukje kanaal tussen Erica en Ter Apel is nog maar sinds vijf jaar open. Het is nieuw gegraven voor de watersport om een rondje om Drenthe te kunnen varen. De eerste twee jaar hadden de sluis- en brugwachters het nog heel druk met zo’n drieduizend boten per jaar. Daarna werd het steeds stiller op de Veenvaart. 

Rondje Drenthe met de Veenvaart of Koning Willem-Alexanderkanaal_de Canicula
De vaarroute Rondje Drenthe met rechtsonder het stukje nieuw gegraven Veenvaart (of Koning Willem-Alexanderkanaal)

Het weekeinde na het gesprek aan de lunchtafel varen we niet uit met de Canicula, maar bezoeken we het festival Retropop in Emmen. We blijven een nachtje slapen en omdat we toch in de buurt zijn bekijken we de volgende dag de Veenvaart. We parkeren bij restaurant de Groene Trambrug en lopen langs het kanaal naar de nieuwe Koppelsluis. Er komen een paar boten doorheen, waaronder de Snikke Johannes Veldkamp. Genoeg te zien!

De Snikke Johannes Veldkamp in de Koppelsluis in de Veenvaart of Koning Willem-Alexanderkanaal_de Canicula
De Snikke Johannes Veldkamp in de Koppelsluis in de Veenvaart

Op de terugweg naar de auto kopen we een ijsje bij De Groene Trambrug. Ik kan het niet laten de serveerster te vragen of het nu echt drukker is in de Veenvaart.

“Nou nee”, zegt ze, “helemaal niet”.

Thuis knutsel ik een filmpje in elkaar van de Snikke die door de Koppelsluis vaart, post ‘m op m’n facebookpagina Varen met de Canicula en vraag de vrienden uit de facebookgroep: “Waarom komen er steeds minder watersporters naar de Veenvaart?” 

Ik krijg veel verschillende antwoorden: 

  • Niet diep genoeg
  • Te ver weg dus alleen geschikt voor pensionado’s
  • Te veel en te lage bruggen
  • Te veel sluizen
  • Onbekwame sluiswachters
  • Onbekendheid
  • Het aantal watersporters loopt terug
  • Door de crisis hebben minder mensen een schip

Maar ook:

  • Ik ga ‘m zeker nog varen
  • Het is een prachtige en rustige route
  • Wij hebben ‘m al drie keer gevaren

Op de achterkant van een sigarendoosje sla ik aan het rekenen. Het uitgraven van de ontbrekende vier kilometer + de bouw van sluizen: 9,8 miljoen euro. De aanleg van voorzieningen aan de wal: 1,5 miljoen. Gemiddeld 2500 schepen per seizoen over dertig jaar = 150 euro per schip.  

Is deze vaarroute nu al dat geld waard?

Een goeie vraag. Het is natuurlijk belastinggeld, dat ook op een andere manier besteed had kunnen worden. Bijvoorbeeld aan medicijnen die nu niet in het basispakket zitten. Aan de ouderenzorg. Aan het onderwijs. Maar ik ben opgegroeid in het gebied en weet dat Zuidoost-Drenthe elke opwaardering kan gebruiken. De Veenvaart is een prachtige extra attractie. We hebben het met eigen ogen gezien. De route loopt bovendien door museum Het Veenpark in Barger-Compascuum, dat daardoor extra bezoekers trekt. En elke bezoeker telt!

De Veenvaart richting Koppelsluis in het Koning Willem-Alexanderkanaal bij Klazienaveen_de Canicula
De Veenvaart in de richting van de Koppelsluis. Links restaurant de Groene Trambrug.