De populairste video’s van 2020

Misschien heb je er maar ééntje gezien, of misschien wel allemaal. Een video van een vaartocht bij jou in de buurt of eentje in een regio waar je wat minder vaak vaart: met de Canicula maken we overal op het Nederlandse water filmpjes.

Populairste video’s

Maar welke video’s waren in 2020 het populairste? Kijk even mee in de statistieken van ons YouTubekanaal De Canicula, misschien kunnen we je inspireren!

We willen jullie hartelijk danken voor al jullie support en de leuke, lieve en ontroerende reacties zowel op Facebook als op ons YouTubekanaal. En niet te vergeten de geweldige reacties onderweg op het water!

Met de motorboot over de Oude IJssel

Al jaren stond-ie op onze bucketlist: de Oude IJssel. Bij Doesburg de bocht om en dan door de indrukwekkende sluis langs Laag-Keppel, Doetinchem en Terborg, totdat je bij Ulft de keersluis tegenkomt. Het was een mooi avontuur, langs indrukwekkende kastelen, een moordlustige bisschop en interessante sluizen, compleet met vistrappen. De video staat op de vijfde plaats van populairste video’s van 2020.

Over Vliet en Schie

We komen graag op Kevereiland, waar Edwin en Gilia de scepter zwaaien. Vanuit Keverhaven op de Kagerplassen varen we dan via Leiden en Delft naar Rotterdam, waar we in deze video de nacht doorbrengen in het historische Delfshaven. Op plaats 4 staat dit filmpje. En de Vliet en de Schie uit de titel zijn kortweg de namen van de vaarverbinding tussen Leiden en Delft en tussen Delft en Rotterdam. En wist je dat er maar liefst vier Schie-en zijn? Kijk zelf maar!

Noordwaarts

Vaak zijn we een beetje weemoedig als we aan deze vaartocht beginnen, want het betekent dat we terug naar het noorden, naar onze thuishaven varen. De vakantie zit er dan op… De route maakt veel goed: vanuit Hasselt via Zwartsluis en de Beulakerwijde via Giethoorn naar Ossenzijl. De video van deze vaartocht staat op de derde plaats.

Langs Heerenveen en Akkrum

Op 2: één keer eerder kwamen we door Heerenveen. Maar deze keer namen we de tijd om een rondje langs de afgedamde Schoterlandse Compagnonsvaart en de historische Heeresloot te wandelen, voorbij de prachtige Crackstate en Oenemastate in het centrum. We varen door het knusse Aldeboarn en door Akkrum en leggen aan bij de voormalige veengraverij de Deelen, dat is omgetoverd in een prachtig natuurgebied.

Sweet memories: Wergea en Warten

Vanaf het begin scoorde hij hoog, misschien wel dankzij de prachtige muziek van Widekeys. We komen door het smalle vaarwater van Wergea en door waterdorp Warten, waarna we onze tocht voltooien in de Oude Venen. De beelden namen we op in het najaar van 2019, de video was klaar in februari 2020. Hij staat met stip op 1!

Friese filmpjes

Opvallend is dat vooral Friese filmpjes hoog scoren. Zou dat komen omdat we vooral veel Friese fans hebben? Of genieten onze kijkers meer van de Friese wateren? Wie het weet mag het zeggen…

En de slechtst bekeken video?

Tja, die moeten er ook zijn. Zelf was ik behoorlijk trots op deze video waarbij we eerst heen-en-weer door Delfshaven varen en daarna via de Parksluizen over de nieuwe Maas het Noordereiland ronden: Rondje Rotterdam. Misschien willen jullie de video een nieuwe kans geven? Of ons vertellen waarom jullie ‘m niet zo leuk vinden? Misschien kunnen we er wat van opsteken!

Meest bekeken

Al een paar jaar houden we bij welke video’s het meest bij jullie in de smaak vallen. Bekijk hier de filmpjes die het meest bekeken werden in 2019 en 2018. En we horen natuurlijk graag wat jij vond van de video’s? Misschien heb je nog goeie tips? Vertel het ons!

De populairste video’s van 2019

De populairste video’s van 2018

Assen, december 2020

Marieke Rosier

Varen langs het gat van de Malle Graaf

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit verhaal gaat over het gat van een malle graaf, langs het Dokkumer Alddjip.

Stevige wind

We komen van Dokkum en hebben de nacht doorgebracht langs het Dokkumer Grootdiep, ter hoogte van het terpdorp Oostrum. Ons plan om naar het Lauwersmeer te varen, moeten we helaas laten schieten. Door de stevige wind van de laatste dagen zijn we teveel tijd kwijt geraakt onderweg. En we moeten op tijd in de Oude Venen zijn, waar we met onze jongens het Pinksterweekeinde gaan vieren. Dus nemen we de eerste de beste afslag, over de oude loop van het Dokkumer Diep richting Kollum.

De pijl wijst naar de oude loop van het Dokkumer Diep, nu Alddjip genoemd. Het Mallegraafsgat ligt in de bocht
Heel nieuwsgierig

Die oude loop meandert mooi door het voorjaarsland. Langs het water staan een paar huizen. Achter die huizen kunnen we nog nét een kolkje zien glinsteren. Het meertje ontstond tijdens de Sint-Pietersvloed van 1651, waarbij op veel plekken in Nederland de dijken braken. Eerst heette het kolkje nog het Sint-Pietersgat, maar in de 18e eeuw kreeg het een nieuwe naam: Mallegraafsgat. We varen dus langs het gat van de malle graaf. Zo’n naam maakt nieuwsgierig, heel nieuwsgierig…

De video van onze vaartocht tussen het Dokkumer Diep en de Oude Venen.

Verbruid

Het blijkt om de Ierse graaf van Clancarty te gaan. Deze edelman had het helemaal verbruid bij de koning van Engeland. Na een gevangenschap van drie jaar in de beruchte Tower of London werd hij verbannen. Hij woonde een tijdje in Duitsland en kocht toen het Waddeneiland Rottumeroog. Daar bleef hij jarenlang bivakkeren. Om een lang verhaal kort te maken, uiteindelijk kwam hij terecht bij het kolkje langs het Dokkumer Diep. Daar ging hij in een heel klein huisje wonen. Nogal een verschil met z’n familiekasteel!

De ruïne van het familiekasteel van Clancarty in het Ierse graafschap Cork
Rood, zwart en blond

Maar waarom werd die graaf nu mal genoemd? Dat had-ie te danken aan z’n kleurrijke levensstijl op Rottumeroog, met veel wijn, dito muziek en maar liefst drie vrouwen, eentje met rood, eentje met zwart en eentje met blond haar. Overigens zijn de meningen over die bijnaam verdeeld, sommige mensen vonden de graaf helemaal niet zo mal. Maar hij werd daarmee wel de naamgever van het Mallegraafsgat.

Lady Di

De graaf was ooit getrouwd met Elizabeth, de dochter van de graaf van Sunderland, Robert Spencer. Dat veroorzaakte een heel schandaal, want onze graaf was protestant en Elizabeth katholiek. Dat is soms nu nog belangrijk, maar in die tijd helemaal. Over de schandalen en de kleurrijke levensstijl van de Ierse graaf en zijn gravin zijn boeken volgeschreven en toneelstukken opgevoerd. Geheel in stijl met het leven van hun beroemde nazaat lady Diana Spencer, de prinses van Wales en de eerste vrouw van de Britse kroonprins Charles.

De graaf en zijn vrouw waren hoofdrolspelers in boeken en toneelstukken
Nederig huisje

En het huisje aan het kolkje? De graaf had er al wat land en kocht het huis in 1723. Het zou een gebouwtje zijn van twee verdiepingen, met op de gevelsteen de naam Clancarty. Het werd in de buurt beschreven als ‘nederig’. Uiteindelijk vertrok hij er weer, want veel later, rond 1800, werd het verkocht aan de kerk van Oudwoude, die er een armenwoning van maakte. Nog later ging het weer in andere handen over. Niet zo lang geleden, in 2012, brandde het huisje af. Alleen aan de boomwal kun je nog zien dat er ooit bebouwing is geweest.

En de graaf? Hij overleed op 67-jarige leeftijd in 1734, ver van z’n Mallegraafsgat, op een boerderij in de buurt van Hamburg.

De Mallegraafsborg stond in het met bomen omzoomde driehoekje links naast de kolk. Rechtsonder het Alddjip
Jouw verhaal!

Ben jij ook wel eens langs een plaats gevaren waarvan je dacht: hé, wat een rare naam, of langs een gebouw dat er interessant uitziet maar waarvan je niet weet wat het is geweest? Vertel het ons in de comments, misschien kunnen we er een artikel over schrijven. We horen het heel graag!

Bekijk hier de video van de vaartocht tussen Berlikum en Dokkum

Assen, november 2020

Marieke Rosier

Bronnen: Historische vereniging Noord-oost Friesland / Sanne Meijer Onderweg / Stichting Jacob Campo Weyerman .

Terpenpracht langs de Dokkumer Ee

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit verhaal gaat over onze terpen, hun bijzondere inhoud en de rol van de overheid bij de verwoesting ervan.

Hoge kerk op heuvel

We varen over de noordelijke Elfstedenroute als we tussen Finkum en Bartlehiem een middeleeuwse kerk zien opdoemen. De kerk is opvallend hoog, veel hoger dan andere kerken onderweg. Als ik wat afgeleid word door een overkomend propellervliegtuig, verlies ik de kerk uit het zicht. Totdat ik ‘m even verder weer in het oog krijg. Tenminste, dat vermoed ik op dat moment.

Maar inmiddels weet ik dat het zomaar een andere geweest kan zijn. Want als we even verder over de Dokkumer Ee varen, zien we een hele serie van die hoge kerken langs het water. En in een flits dringt het door: het zijn geen hoge kerken, maar kerken op hoge heuvels. Terpen dus. 

Deze terp staat vlak voor Birdaard, duidelijk zichtbaar vanaf de Dokkumer Ee.
Hegebeintum

Van terpen hebben we natuurlijk gehoord. Dat de hoogste terp van Friesland in Hegebeintum staat en dat er in de terp van Wijnaldum een prachtige mantelspeld is gevonden, dát wisten we. Maar dat ze zo duidelijk te zien zijn en hier langs de Dokkumer Ee bijna in een sliert langs het water staan, dat wisten we dan weer niet. Hoog tijd voor een verkennend onderzoek. Ook handig voor de video die we maken van de vaartocht tussen Berlikum en Dokkum.

In deze video varen we van Berlikum even voorbij Dokkum. 

Slierten terp

Die slierten terp hebben alles te maken met de Friese waterlijn die door de eeuwen heen steeds verder aandikte. Oeverwallen slibden aan, begroeiden, slibden verder aan en werden steeds hoger, waarop de ‘ouwe Friezen’ zo rond de zesde eeuw voor Christus bedachten dat het prima plekken waren om hun huizen op te bouwen, veilig voor het oprukkende zeewater. Jaar na jaar na jaar verhoogden ze hun terpen. Totdat de dijken kwamen. Want toen waren al die heuvels niet meer nodig. Het water bleef, met een beetje mazzel, achter de dijk.

Vanaf het jaar 1100 werden de terpen bekroond met kerkjes. Afbeelding: screenshot animatie Matthijs Rosier.
Goldrush

De terpen bleven staan waar ze stonden, met de mooie kerkjes bovenop hun hoofd. Eeuwenlang. Totdat rond 1850 werd ontdekt dat terpgrond heel vruchtbaar was en daardoor veel geld waard. Aangespoord door de overheid, die de waarde van de niet afgegraven grond meetelde in de vermogensbelasting, werd driekwart van de Friese terpen afgegraven. Een soort goldrush dus, waarbij de terp loodrecht naar beneden werd ontmanteld, totdat alleen het stukje onder de kerk nog over was.

Uit de terp van Hegebeintum kwamen mooie sieraden en de boomkistdame (zie onder).
Schatkamer

D’r werd van alles er in die terpen gevonden. Huisvuil en mest natuurlijk, maar ook potten, pannen, sieraden en mantelspelden; restanten van honderden jaren boerenleven. Boeren, maar beslist geen arme boeren. Koningen misschien wel, want sommige terpen bleken schatkamers, vol sieraden, munten en zelfs goud. Uit de terp van Wijnaldum bijvoorbeeld, kwam in 1953 een prachtige fibula tevoorschijn, een vergulde zilveren mantelspeld, versierd met gouden filigraanwerk en ingelegd met rode almandijn, een granaatsoort uit India. Maar er kwam nog veel meer uit die terpen…

Tientallen onderdelen van de mantelspeld uit de terp van Wijnaldum zijn de afgelopen jaren teruggevonden. Afbeelding: Fries Museum
Boomkistdame

Want er lagen ook hondjes in die terpen begraven, paarden, en zelfs mensen. De spectaculairste vondst was het skelet van een vrouw. Ze lag in een uitgeholde eikenboom in de terp van Hegebeintum. Inmiddels heeft ze haar gezicht teruggekregen en zelfs een naam: Beitske, de boomkistdame.

Vanaf de originele schedel is het gezicht van de boomkistdame nagemaakt. Afbeeldingen: Fries Museum
Fascinerende wereld

Terpen en hun bewoners: het is een fascinerende wereld waarnaar nog steeds veel onderzoek wordt gedaan. Ook komen er leuke projecten uit voort als het Zodenhuis in Firdgum en het Kweldercentrum Noarderleech in Hallum. Langs de terpen zijn interessante wandelroutes ontwikkeld. Meer over de terpen is te ontdekken in Museum Wierdenland in Ezinge. Daar kom je vlak langs als je met de boot over het Reitdiep vaart. Vanuit de jachthaven in Garnwerd is het ongeveer vier kilometer fietsen.

In Wijnaldum, Firdgum, Oude Bildtzijl en Hegebeintum geven vier kleine musea samen informatie over archeologie langs de Waddenkust. De boomkistdame en andere terpschatten kun je bekijken in het Fries Museum in Leeuwarden.

Bootfietstocht naar Hegebeintum

Wil je de terp van Hegebeintum zelf bekijken vanaf de boot? Leg dan aan bij jachthaven Mounehiem in Birdaard. Het is een kleine zeven kilometer op de bootfiets. En bekijk nog even de vorige video van ons Rondje Noord-Friesland. De vaarroute vind je hier.

Assen, november 2020

Marieke Rosier

Bronnen: Fries Museum/Historiek.net/Museum Wierdenland Ezinge/boek Terpen-en Wierdenland: Erik Betten/Terpencentrum RUG

Het trieste lot van de sjuten van Spakenburg

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het trieste lot van de sjuten van Spakenburg.

Spakenburgse botter

Een sjuut is Spakenburgs voor een botter, het schip waarmee de vissermannen de Zuiderzee afzochten naar vis. In de hoogtijdagen, zo rond 1900, lagen er zo’n tweehonderd van die sjuten in de Utrechtse havenstad.

Gerestaureerde botters in de haven van Spakenburg in 2015
Afsluitdijk

Maar dat was vroeger, vóór de tijd van de Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders. Inmiddels zijn er nog maar een paar vissers over. De meeste gingen noodgedwongen op zoek naar ander werk. En waar hun botters zijn gebleven? Daarvoor hoef je niet ver te zoeken…

Onder de blauwe bullets liggen de sjuten. Je kunt ze bekijken op Google Maps, dankzij Pieter de Vos
Sjutenkarkhof

Misschien waren we wat afgeleid door de naturisten aan de kant van Flevoland. Of werden we in beslag genomen door de groene waterplantenwaas op de Randmeren. Nooit hebben we iets gezien aan het water van het Eemmeer. Maar ze liggen er wel. Voor de Spakenburgse havenmond. Op het Sjutenkarkhof. Afgezonken door hun eigen vissers.

De BU 39 voor de kust van Spakenburg. Foto: Pieter de Vos, dedarp.nl
Drama en verdriet

Sjutenkarkhof. Kauw eens op dat woord. Je proeft oneindig drama. En verdriet. En opluchting misschien? Toen in 1932 de Afsluitdijk werd gedicht zagen de vissers van de Oostwal het nog niet zo somber in. Ook nog niet toen de Noordoostpolder (1942) en noordelijk Flevoland (1957) werden ingepolderd. Dat kwam pas elf jaar later. Toen viel ook Zuidelijk Flevoland droog, zoals je kunt zien in dit filmpje van Omroep Flevoland met beelden uit die tijd van Polygoon-Profilti.

Geen lust maar last

De visgronden waren verdwenen en daarmee ook de broodwinning van de vissers. Geen geld meer voor eten en dus ook geen geld meer voor het onderhoud van de botters. Daarmee werden de schepen geen lust meer, maar een last.

Bij deze delen wij U mede, dat in de havens geen botters gesloopt mogen worden. Sloping van botters mag alleen plaats vinden nabij de havenmond – ten Oosten -. Indien botters niet meer in de vaart zijn, dan dienen deze een ligplaats te worden gegeven nabij de scheepswerf van Gebroeders Zijl.

Getekend Burgemeester en Wethouders – dedarp.nl

Sommige botters hadden geluk, ze werden verkocht aan pleziervaarders. Van veel andere schepen werd het bruikbare hout in de kachel gegooid. Wat er dan nog van het schip over was, werd naar een ondiepte in het Eemmeer of Nijkerkernauw gevaren en daar afgezonken. Zo ontstond het botterkerkhof. Bij laag water kun je nog zo’n 25 wrakken zien.

Botterwrakken bij het Zuideinde. Foto: Zuiderzeemuseum/Siebe Jan Bouma
Markt of fabriek

Wat gebeurde er met de vissers? Wie net zoals wij graag naar de markt gaat, herkent de namen vast: veel vis- en broodkramen worden gerund door voormalige Spakenburgse vissersfamilies. Vroeg op en de hele dag in de buitenlucht: het bleek een goed alternatief voor het vissersbestaan. Andere vissers gingen naar het nieuw opgerichte Polynorm, een fabriek die prefabhuizen fabriceerde. Of ze gingen naar de sigaren- of de schoenenfabriek.

Voormalige vissers aan de slag in de schoenenfabriek. Afbeelding: Katholieke Illustratie
Bovenop een sjutenwrak

Pleziervaarders die Spakenburg aandoen, komen vaak in de Nieuwe Haven terecht. Dat was ooit de botterhaven die gebruikt werd door de plaatselijke visserijvereniging De Eendracht. Toen die in 1964 werd opgeheven, werden zowel naam als haven overgenomen door de watersportvereniging. De laatste keer dat we Spakenburg aandeden, mochten we overnachten aan de pier van WSV De Eendracht. En als we Google Maps mogen geloven, hebben we daar bovenop een sjutenwrak gelegen…

Botters en andere Zuiderzeeschepen tijdens een zeilwedstrijd op de Randmeren. Foto: Wikipedia/Darp
Botterbehoud

De wrakken blijven liggen waar ze liggen. Volgens deskundigen blijven ze onder water het beste bewaard. Van de botters die niet op het Sjutenkarkhof zijn beland, kwamen de meeste in handen van liefhebbers. Er is zelfs een Vereniging Botterbehoud, die al in 1968 werd opgericht om de voormalige Zuiderzeevloot in originele staat voor het nageslacht te bewaren. En in Spakenburg zijn ze aan het goede adres: daar staat de enige botterwerf van ons land.

Ik kwam het Sjutenkarkhof op het spoor dankzij het boek ‘Eens ging de zee hier tekeer’ van Eva Vriend. In het boek staan vier Zuiderzeefamilies centraal, die allemaal te maken kregen met de gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee. Een interessant boek, zeer lezenswaardig!

Marieke Rosier, Assen juni 2020

Bronnen:

Het oude lighthouse op het nieuwe land

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het oude lighthouse op het nieuwe land.

Intens blauw

Een tocht die grote indruk op ons maakt is die vanuit Zwartsluis over het Zwartewater het Zwarte Meer op. Het grote, open water is niet zwart maar intens blauw, hoe ver je ook kijkt. Met ons sloepje zijn we onderweg naar Vollenhove. Onder water, vlak naast ons, liggen de verdronken restanten van strekdammen die tot 1948 de vaargeul naar Zwolle beschermden. Maar dát weten we dan nog niet.

De strekdammen waartussen de schepen veilig naar het Zwartewater konden varen. Foto: Screenshot Topotijdreis.nl
Kraggenburg

Aan het eind van die kilometers lange strekdammen lagen de vluchthaven met daarnaast lighthouse Kraggenburg. Met de aanleg van de Noordoostpolder werden ze overbodig. Maar waar de strekdammen werden opgeslokt door land en zee, bleef het lighthouse staan waar het stond: op een terp, hoog uitstekend boven het vlakke polderland.

Kraggen zijn pakketten van dicht in elkaar gegroeide wortels van riet en waterplanten. Ze werden bij de bouw van de strekdammen gebruikt als onderlaag. Omdat dit een goedkope bouwmethode was, kreeg het havencomplex de spotnaam ‘Kraggenburgt’.

Parel van de Zuiderzee

Niet te zien als je er over het Kadoelermeer voorbij vaart, maar wel interessant voor ons watersporters. Want vanaf jachthaven Voorstersluis en WSV Kraggenburg is het maar een klein stukje fietsen naar deze overgebleven parel van de Zuiderzee, die sinds de bouw van het dorp Kraggenburg in de Noordoostpolder Oud-Kraggenburg heet.

Met basaltblokken omkleed liggen dam, lichtopstand en lighthouse in het vlakke polderland
Lichtopstand

Aan het begin van de strekdammen stond een zogenoemd lichtopstand, waarvan je de gerenoveerde versie op de foto hierboven ziet staan. Dat licht moest de schippers veilig tussen de strekdammen loodsen. Pas als die onder water stonden, werd het rode licht op het dak van het huis aangestoken. En als het dan ook nog eens heel mistig was, werd de mistbel geluid. Maar dat was niet de enige taak van de havenmeester.

Kraggenburg nog in volle glorie omgeven door de Zuiderzee. Foto: Collectie Wim Kuyper
Tolgeld

Hij moest namelijk ook het tolgeld innen voor het binnenvaren van de strekdammen. Tot woede van vooral de binnenschippers van Genemuiden, Zwartsluis en Hasselt. Ze hadden die strekdammen helemaal niet nodig en weigerden dan ook de tol te betalen. Deurwaarders die de niet betaalde belasting kwamen innen, werden zelfs mishandeld.

Kraggenburg in de net drooggevallen polder. Foto: Collectie Wim Kuyper
Derde zeehaven

Waarom eigenlijk die strekdammen aan weerszijden van een al bestaande vaargeul? Dat gebeurde op initiatief van Zwolle. De stad, in die tijd nog niet verbonden met de IJssel en dus afhankelijk van het Zwartewater, wilde de derde zeehaven van Nederland worden.

Stoomboten varen langs Kraggenburg. Foto: Collectie Wim Kuyper
Meer diepgang

Om de ambities van Zwolle waar te maken moesten het Zwartewater en de vaargeul het Zwolse Diep bevaarbaar worden voor schepen met meer diepgang.  De nieuwe strekdammen hadden als doel verzanding tegen te gaan en de vaargeul op diepte te houden.

Oud-Kraggenburg middenin de polder. Langs de rechtse gele lijn liepen de strekdammen. Foto: Screenshot Topotijdreis.nl
Parlementaire enquete

De rekening voor de aanleg van die strekdammen en het havencomplex werd via de tolheffing op de schippers afgeschoven. Maar die voelden er helemaal niets voor om te betalen voor aanpassingen die ze met hun ondiepe scheepjes dus helemaal niet nodig hadden. Het conflict mondde uit in de Zwolsche Diepkwestie, die leidde tot de eerste parlementaire enquete van Nederland.

De grote onvrede leidde in 1849 zelfs tot oprichting van de eerste vakbond van Nederland: het Schippersverbond. Deze bond zou later uitgroeien tot de landelijke schippersvereniging Schuttevaêr.

Monumentendagen

Het lighthouse is niet open voor publiek, alleen tijdens de Open Monumentendagen mag je binnen een kijkje nemen. Maar naast de ingang staat een bankje, waar je tijdens je fietstocht of wandeling even rustig kunt zitten om de bijzondere sfeer te proeven!

Tip: Je komt vlak langs oud-Kraggenburg tijdens de Canicula vaarroute Rondje Zwartsluis-Blokzijl-Vollenhove-Zwartsluis. Aanrader!

Varen met de Canicula - De populairste vaarroutes

Bronnen: Canon De Noordoostpolder, Canon van Zwartewaterland, Schokland door de eeuwen heen, Emmeloord.info.

Blog: Rondje Dordt

Met de boot lig je vaak op de mooiste plek van de stad. Jachthaven Maartensgat in Dordrecht is zo’n plek. Schilderachtig gelegen, aan de voet van de Grote Kerk. De klok slaat vijf als we binnenvaren.  

De oudste stad van Holland telt 1600 monumenten lees ik op internet.

We willen ze allemaal zien! 

Ik tik op Google ‘stadswandeling Dordrecht’. Stadswandelingen genoeg! Eerst naar de VVV.  Die is gesloten. Natuurlijk. Het is zaterdagavond en op zondag is-ie ook dicht.

Maar op de website is vast wel een stadswandeling te vinden! 

Na een muisklik of vijf krijg ik een kaartje met zeven historische plekken. Dat is alvast wat. Ik zoek verder op de website. De stadswandeling staat vast op de pagina Zien & Doen! 

Huh? Duurzaamheidscentrum Weizicht? Een moestuin bij Villa Augustus? Een tapasbar? Ik wil gewoon een stadswandeling! Ik zoek verder. En dan vind ik het:

Stadswandelingen op te halen bij de balie van de VVV…

Maar de balie is dicht! En morgen varen we verder! Een andere website dan?

Zucht…
112 euro… met een groép! We zijn maar met z’n tweetjes!?

Dan gaan we zélf wel op zoek naar de highlights van Dordrecht. We stappen van boord. Yes! Een wegwijzer. Mét:

Helaas. Halverwege de Nieuwe Haven houden de Rondje-Dordt-bordjes op. We lopen nog een stukje verder en stappen zomaar een straatje in. We komen langs het stadhuis. En het pand van de Gulden Os aan de Groenmarkt. En dan zijn we ineens weer bij de jachthaven. 

Moeten we nog niet even terug? Ik twijfel. Maar m’n voeten doen zeer en een koud biertje lonkt.

De volgende dag varen we wat teleurgesteld verder. Richting Biesbosch, langs de kade van Dordrecht. ‘Stop!’ roep ik. ‘Dáár zijn we helemaal niet geweest!’

De Groothoofdspoort in Dordrecht - De Canicula

De kapitein zegt, met de-blik-op-vooruit:

“Een hele goede reden om terug te komen”

Een uurtje later varen we de Biesbosch binnen. We kijken rond in het bezoekerscentrum. En dáár zie ik ze liggen. Stápels. 

Ik neem er alvast eentje mee. Voor de volgende keer.

Dit stukje is bijna klaar als we in Culemborg aankomen. Na betaling van het havengeld geeft de havenmeester van jachthaven De Helling me een tasje. Het zit vól met informatie over de historische stad. En een stadswandeling. Na het eten maar es even een ommetje doen! 

Blog: Met de boot naar Hollands Siberië

Heeft jouw overgrootvader ook de grond omgespit in Hollands Siberië? Ja, je leest het goed. De grond bewerkt rond de dwangkolonie Veenhuizen. Terwijl jouw overgrootmoeder moest spinnen. Of wassen. Of honderden kilo’s aardappelen schillen. Zwaar werk. Ver weg in Drenthe. In Hollands Siberië, oftewel Veenhuizen.

De Canicula in Veenhuizen

Met de boot naar Hollands Siberië

Waar vroeger bedelaars uit heel Nederland naar toe werden gestuurd. Hoe ze daar kwamen? Met de boot vanuit Amsterdam, over de Zuiderzee naar Blokzijl. Vandaar naar Assen en verder, over de Kolonievaart naar Veenhuizen. Een geschiedenis waarvan nog steeds veel te weinig mensen weten.

Dit is die Kolonievaart. Duizenden, misschien wel tienduizenden vooral westerlingen zijn er met trekschuiten naar Veenhuizen vervoerd.

Arme sloebers

De Kolonievaart ligt langs onze favoriete route op weg naar de Canicula. Als we er langs rijden zie ik in gedachten duizenden arme sloebers in trekschuiten voorbij komen. Vaders, moeders, kinderen, in hun grauwe kleren. Voor de meeste mensen enkele reis. 

Met de trekschuit naar Veenhuizen. Foto: Drents Archief
Gevangenisdorp

Nu is Veenhuizen een gevangenisdorp met échte gevangenissen. Ook Willem Holleeder alias De Neus zat er opgesloten, en de Drie van Breda. In het dorp staan prachtige gebouwen. Eén van de mooiste is het Tweede Gesticht, bijna 200 jaar geleden gebouwd voor bedelaars en hun gezinnen. Het Nationaal Gevangenismuseum zit er nu. Die laat als attractie speciale boevenbussen door het dorp rijden.

De kolonie is in de race voor een plek op de Werelderfgoedlijst van Unesco. 

Boevenbus en boevenboot

Door de lage vaste bruggen en de dammen kun je er met de boot al lang niet meer komen. Maar wat zou het geweldig zijn als we, net als de paupers, weer van Assen naar Veenhuizen kunnen varen. Om met eigen ogen het resultaat van de noeste arbeid van onze voorouders te zien. Naast een fantastische extra attractie voor de watersporter ook een toeristische kans om Veenhuizen nog beter op de kaart te zetten. Met de boevenbus én de boevenboot.

En dan mogen wij gelukkig wel weer naar huis….

Zij (nog) niet…

Meer weten? Lees dan het boek Het Pauperparadijs. Schrijfster Suzanna Jansen vertelt hoe haar voorouders in Veenhuizen terechtkwamen en hoe het hen daar verging. Als je het boek koopt via onderstaande link krijgen wij een kleine commissie. 

 

En wil je weten of jij ook afstamt van een Drentse pauper? Net zoals Willeke Alberti, Alexander Pechtold en één miljoen andere Nederlanders? Je kunt het vinden in het Drents Archief

Zo werkt de database van het Drents Archief

Volg de Canicula ook op YouTube!

Blog: Een kleine boot in een hele grote sluis

Langzaam gaan de sluisdeuren achter ons dicht.  We zitten opgesloten in de Friese sluis.

Vóór de boot zwemt een kikker heen-en-weer, wanhopig op zoek naar de uitgang.

P. en ik kijken elkaar aan. Laat degene die ons binnen heeft gelaten ons er ook weer uit?

Het is 2015. Het is de eerste dag dat we met de Corsiva op stap zijn. Een sloepje van 4 meter 75. We hebben de boot in Munnekezijl van de trailer laten glijden en zijn op avontuur in de Groningse wateren.  We moeten alles – echt alles – nog leren. Eén groot spannend avontuur. 

De koelbox zit vol met lekkere hapjes, rosé en bier. Veel bier.  

Gelukkig worden we niet in de steek gelaten in die Friese sluis. We komen nog veel meer sluizen en bruggen tegen. En hoe klein ons bootje ook is, ze gaan allemaal voor ons open en óók nog eens weer dicht.

Wát een organisatie, met al die camera’s, brugwachters en sluiswachters.  

“Zien we eindelijk wat van ons belastinggeld terug”, zeggen we tegen elkaar. 

Het is 2017. We lopen langs de Blokzijlersluis. In de sluis ligt een kano. Helemaal alleen.

Ik deel de foto op facebook. Een hoop commotie volgt…

1 miljoen kuub water schutten voor zo’n klein bootje is misdadig! Het is waterverspilling! Til die kano op en lóóp over die sluis!

Dan komt iemand bij z’n verstand: “Niet zeuren jongens, dat water wordt niet verspild, maar gewoon verplaatst!” 

En dan zegt weer iemand anders: “Het moet toch niet zo zijn dat grote boten meer recht hebben, er is al genoeg discriminatie op deze wereld”.

Bedankt! Dat is waar ik heen wil. Want:

hoe klein je bootje ook is, bruggen en sluizen gaan in Nederland voor iedereen open.

Ook voor die ene, wanhopige kikker in de Friese sluis. Die zwom, net als wij, de vrijheid tegemoet.

Ik hoop dat-ie geen ooievaar is tegen gekomen….

Blog: Klopjacht op een kapitein

Ik heb me voorgenomen dat dit geen zeurblog wordt!

Ik ga het dan ook niet hebben over douches in jachthavens. Douches waarvan je zeker weet dat de eigenaar van de jachthaven er nog nóóóit onder heeft gestaan. Want anders zou hij er geen euro voor durven vragen. Maar in plaats daarvan geld toe betalen aan z’n gasten.

Gelukkig zijn er ook uitzonderingen! Lees snel verder!

Binnenkort word ik 51 jaar. En al klinkt dat oud (is dat zo?), het is eigenlijk te jong voor Bob Evers.

Bobwie?

In het holst van een stormachtige nacht zitten Arie, Bob en Jan op een motortjalkschip, piekerend over een goudschat…

Bob Evers uit Amerika en zijn Nederlandse vrienden Arie Roos en Jan Prins, de hoofdpersonen in de spannende-boeken-serie van Willy van der Heide. De serie verscheen halverwege de vorige eeuw. Ook in mijn jeugd al belegen dus. Toch las ik de boeken helemaal stuk. Zo spannend!

De schat is ingepikt door een bende onder aanvoering van een man die zich ‘de kapitein’ noemt… 

Terug naar de douche.

Jachthaven Lunegat in Dokkumer Nieuwe Zijlen heeft een super sanitairgebouw, waar je met plezier een euro (ja zelfs wel twee) uitgeeft voor de douche. In dat heerlijk verwarmde gebouw staat ook een boekenkast. Je zet er een boek in en haalt er een boek uit. Geweldig systeem. En ja, je raadt het al, ik pakte:

Er volgt een klopjacht op de kapitein om de schat terug te veroveren. Dat lukt! ‘Wa… wat is dat?’ ‘Goud’, zegt Bob ongeduldig. ‘Wat dacht jij dat het was, jou zeekoe? Plutonium? Drop?’

Ik lees een stukje voor aan P. Die kijkt verstrooid op van z’n Volkskrant-puzzel en zegt ‘Ik ben toch de kapitein? Hij heeft duidelijk niet mee gekregen waar het over gaat. Ik schiet in de lach.

Pas maar op dat Arie, Bob en Jan niet achter jou aan gaan zitten, hier in de haven van Zoutkamp! Al had ik dat wel eens willen zien! 

Blog: Bruggen en geschrokken koeien

Blog: Bruggen en geschrokken koeien

We hebben vakantie en natuurlijk gaan we met de Canicula op stap. De weersvoorspelling is niet best, maar we nemen lange onderbroeken, dikke truien en handschoenen mee. Bovendien hebben we een kacheltje aan boord.

We laten ons door niets en niemand tegen houden!

Vandaag varen we van Bolsward naar Franeker. Het waait stevig. Vlak na Bolsward doemt een bruggetje op. We moeten het met een druk op de knop bedienen. Het is een smal vaartje, de wind blaast ons alle kanten op, maar P. stuurt vakkundig op de paal met de knop af en vervolgens de brug door.

Een zelfbedieningsbrug bij een boerderij even buiten Bolsward

De brug blijkt een voorbode van een tocht langs piepkleine smalle bruggetjes over even smalle vaartjes. Door Schettens, Arum, Achlum, Hitsum. Plaatsen waarvan we nooit hadden gehoord, maar die we nu nooit meer zullen vergeten. 

In Schettens gaat het bijna mis.

De smalle brug ligt in een bocht en de wind blaast ons er hard door heen. Gelukkig wordt alleen een fender gekraakt en verdwijnt mijn hartverzakking even snel als ie gekomen is.

Dit lieflijke bruggetje veroorzaakt bij mij een hartverzakking…
Zo te zien heeft niet elke boot een even goede schipper als de Canicula…

Er volgen in deze Arumer Feart nog vele bruggetjes. P. stuurt er vakbekwaam doorheen. Mijn hart blijft rustig door kloppen. 

Een prachtige brug in Witmarsum.

Ter hoogte van Hitsum wacht ons een verrassing. Nee, geen brug…

We veroorzaken ongewild een hoop opschudding.

De koeien in een naast het water gelegen weiland doen alsof ze nog nooit een boot hebben gezien – misschien is dat ook wel zo – en ze rennen enthousiast met ons mee. Het is een geweldig gezicht. 

Nieuwsgierige koeien in Hitsum.

Ik denk aan de maatschappelijke discussie over koeien in de wei. Een hele hoop veehouders houden de dieren graag op stal, waar ze een exact toegemeten hoeveelheid voer krijgen. Ze kunnen dan bovendien niet besmet raken met ziektes van het land. Dat snap ik. Maar de blije nieuwsgierigheid van de koeien in dat weiland bij Hitsum sterkt me in mijn mening: schepen horen in het water en koeien in de wei. 

En met het weer valt het tot dusverre best mee!