Blog: Rondje Dordt

Met de boot lig je vaak op de mooiste plek van de stad. Jachthaven Maartensgat in Dordrecht is zo’n plek. Schilderachtig gelegen, aan de voet van de Grote Kerk. De klok slaat vijf als we binnenvaren.  

De oudste stad van Holland telt 1600 monumenten lees ik op internet.

We willen ze allemaal zien! 

Ik tik op Google ‘stadswandeling Dordrecht’. Stadswandelingen genoeg! Eerst naar de VVV.  Die is gesloten. Natuurlijk. Het is zaterdagavond en op zondag is-ie ook dicht.

Maar op de website is vast wel een stadswandeling te vinden! 

Na een muisklik of vijf krijg ik een kaartje met zeven historische plekken. Dat is alvast wat. Ik zoek verder op de website. De stadswandeling staat vast op de pagina Zien & Doen! 

Huh? Duurzaamheidscentrum Weizicht? Een moestuin bij Villa Augustus? Een tapasbar? Ik wil gewoon een stadswandeling! Ik zoek verder. En dan vind ik het:

Stadswandelingen op te halen bij de balie van de VVV…

Maar de balie is dicht! En morgen varen we verder! Een andere website dan?

Zucht…
112 euro… met een groép! We zijn maar met z’n tweetjes!?

Dan gaan we zélf wel op zoek naar de highlights van Dordrecht. We stappen van boord. Yes! Een wegwijzer. Mét:

Helaas. Halverwege de Nieuwe Haven houden de Rondje-Dordt-bordjes op. We lopen nog een stukje verder en stappen zomaar een straatje in. We komen langs het stadhuis. En het pand van de Gulden Os aan de Groenmarkt. En dan zijn we ineens weer bij de jachthaven. 

Moeten we nog niet even terug? Ik twijfel. Maar m’n voeten doen zeer en een koud biertje lonkt.

De volgende dag varen we wat teleurgesteld verder. Richting Biesbosch, langs de kade van Dordrecht. ‘Stop!’ roep ik. ‘Dáár zijn we helemaal niet geweest!’

De Groothoofdspoort in Dordrecht - De Canicula

De kapitein zegt, met de-blik-op-vooruit:

“Een hele goede reden om terug te komen”

Een uurtje later varen we de Biesbosch binnen. We kijken rond in het bezoekerscentrum. En dáár zie ik ze liggen. Stápels. 

Ik neem er alvast eentje mee. Voor de volgende keer.

Dit stukje is bijna klaar als we in Culemborg aankomen. Na betaling van het havengeld geeft de havenmeester van jachthaven De Helling me een tasje. Het zit vól met informatie over de historische stad. En een stadswandeling. Na het eten maar es even een ommetje doen! 

Blog: Met de boot naar Hollands Siberië

Heeft ook jouw overgrootvader de grond in Veenhuizen met de hand omgespit?  

De Canicula in Veenhuizen
Het Tweede Gesticht in Veenhuizen

Waar? Ja, je leest het goed. De grond bewerkt rond de dwangkolonie Veenhuizen. Terwijl jouw overgrootmoeder moest spinnen. Of wassen. Of honderden kilo’s aardappelen schillen. Zwaar werk. Ver weg in Drenthe. Veenhuizen werd daarom ook wel Hollands Siberië genoemd. 

De plaats waar vroeger bedelaars uit heel Nederland naar toe werden gestuurd.

Hoe ze daar kwamen? Met de boot vanuit Amsterdam, over de Zuiderzee naar Blokzijl. Van daar naar Assen voor registratie en verder over de Kolonievaart naar Veenhuizen. Een geschiedenis waarvan nog steeds veel te weinig mensen weten.

Dit is die Kolonievaart. Duizenden, misschien wel tienduizenden mensen zijn er met trekschuiten doorheen vervoerd. 

De Canicula op de Kolonievaart in Veenhuizen

De vaart ligt langs onze favoriete route naar de Canicula. Als we er langs rijden zie ik in gedachten die duizenden arme sloebers in trekschuiten voorbij komen.

Vaders, moeders en kinderen in hun grauwe kleren, voor de meeste mensen enkele reis. 

Met de trekschuit naar Veenhuizen. Bron: Drents Archief.

Nu is Veenhuizen een gevangenisdorp met échte gevangenissen. Ook Willem Holleeder alias De Neus zat er opgesloten. Er staan prachtige gebouwen. Eén van de mooiste is het Tweede Gesticht, bijna 200 jaar geleden gebouwd voor bedelaars en hun gezinnen. Het Nationaal Gevangenismuseum zit er nu.

De kolonie is in de race voor een plek op de Werelderfgoedlijst van Unesco. 

Door de lage vaste bruggen en de dammen kun je er met de boot al lang niet meer komen.

Maar wat zou het geweldig zijn als we, net als de paupers, weer van Assen naar Veenhuizen kunnen varen.

Om met eigen ogen het resultaat van de noeste arbeid van onze voorouders te zien. Naast een fantastische extra attractie voor de watersporter ook een toeristische kans om Veenhuizen nog beter op de kaart te zetten.

Met de boevenbus én de boevenboot.

En dan mogen wij gelukkig wel weer naar huis…. 

Zij (nog) niet…

Meer weten? Lees dan het boek Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen.

En wil je weten of jij ook afstamt van een Drentse pauper? Net zoals Willeke Alberti, Alexander Pechtold en één miljoen andere Nederlanders? Je kunt het vinden in het Drents Archief

Zo werkt de nieuwe database

Blog: Mysterie in Woudsend

De Canicula in de nieuwe passantenhaven van Woudsend

Het is vrijdagavond. We liggen in de nieuwe passantenhaven van Woudsend. Het eten is op, de koffie ook. We kijken een beetje om ons heen.

Een grijze bestelbus komt aanrijden. Een man stapt uit. Hij loopt naar de zijkant van een groot huis naast de haven.

Het huis met de theekoepel. Iedereen die wel eens langs Woudsend vaart herkent het meteen. De afgelopen paar jaar is de theekoepel mooi gerestaureerd. Naast de theekoepel staat een groot, karakteristiek huis. Een prachtig plekje, waar wij best een beetje jaloers op zijn.

Als je er voor langs vaart valt niet zo op dat de tuin nog steeds een chaos is. Aan de achterkant, de kant van de passantenhaven, wel. Er staan bouwhekken langs de afscheiding. Op het toegangshek zit een groot hangslot.

Een gezette vrouw komt uit de deur van het grote huis. Ze praat met de man van de grijze bestelbus en gaat weer naar binnen. De man loopt naar de garagedeuren aan de achterkant en spijkert een plakkaat aan de deur. Dan stapt hij in de bestelbus en rijdt weg. We kijken elkaar aan…

Wat staat er op dat papier?  

Voordat ik kan gaan kijken, komt de vrouw weer uit het huis. Ze maakt het hangslot open, verplaatst het hek, loopt naar de garagedeur en rukt het papier er af. Dan verdwijnt ze weer naar binnen. Ze doet het toegangshek zorgvuldig achter zich op slot.   

Nu zijn we al de hele week aan het verzinnen wat er op dat plakkaat stond.

  • Hier niet parkeren?
  • Onbewoonbaar verklaard? 

Of gewoon: 

  • Laat uw hond hier niet poepen?

Wie heeft het antwoord op dit mysterie?

Blog: Een kleine boot in een hele grote sluis

Langzaam gaan de sluisdeuren achter ons dicht.  We zitten opgesloten in de Friese sluis.

Vóór de boot zwemt een kikker heen-en-weer, wanhopig op zoek naar de uitgang.

P. en ik kijken elkaar aan. Laat degene die ons binnen heeft gelaten ons er ook weer uit?

Het is 2015. Het is de eerste dag dat we met de Corsiva op stap zijn. Een sloepje van 4 meter 75. We hebben de boot in Munnekezijl van de trailer laten glijden en zijn op avontuur in de Groningse wateren.  We moeten alles – echt alles – nog leren. Eén groot spannend avontuur. 

De koelbox zit vol met lekkere hapjes, rosé en bier. Veel bier.  

Gelukkig worden we niet in de steek gelaten in die Friese sluis. We komen nog veel meer sluizen en bruggen tegen. En hoe klein ons bootje ook is, ze gaan allemaal voor ons open en óók nog eens weer dicht.

Wát een organisatie, met al die camera’s, brugwachters en sluiswachters.  

“Zien we eindelijk wat van ons belastinggeld terug”, zeggen we tegen elkaar. 

Het is 2017. We lopen langs de Blokzijlersluis. In de sluis ligt een kano. Helemaal alleen.

Ik deel de foto op facebook. Een hoop commotie volgt…

1 miljoen kuub water schutten voor zo’n klein bootje is misdadig! Het is waterverspilling! Til die kano op en lóóp over die sluis!

Dan komt iemand bij z’n verstand: “Niet zeuren jongens, dat water wordt niet verspild, maar gewoon verplaatst!” 

En dan zegt weer iemand anders: “Het moet toch niet zo zijn dat grote boten meer recht hebben, er is al genoeg discriminatie op deze wereld”.

Bedankt! Dat is waar ik heen wil. Want:

hoe klein je bootje ook is, bruggen en sluizen gaan in Nederland voor iedereen open.

Ook voor die ene, wanhopige kikker in de Friese sluis. Die zwom, net als wij, de vrijheid tegemoet.

Ik hoop dat-ie geen ooievaar is tegen gekomen….

Blog: Een vieze kroket

Kroketten. 

Heel veel mensen houden er van. Ik niet. Toch moet ik er af en toe eentje opeten. Bijvoorbeeld als er niks anders voor handen is.

Bijvoorbeeld als de brug op dubbel rood staat en er in de buurt geen andere tent te vinden is dan de krokettenboer.

Tip 1:

Check de afstanden van de Turfroute en zorg dat je niet strandt voor de brug in Klein Groningen.

Deze dus…

Het is van Klein Groningen een heel eind lopen naar de snackbar in Wijnjewoude. Mocht je er wel belanden, neem friet. De kroketten zijn niet-te-eten. Zelfs niet met een héle pot mosterd. 

Tip 2:

Zorg dat je wél strandt halverwege de Kuinder of de Tsjonger in Schoterzijl. Op de grens van het oude en het nieuwe land staat eethuis ’t Sluisje.

Ojee, een snackbar, dacht ik….

Dat is ook zo. Ze bakken er friet. En kroketten. Ze hebben een hele eenvoudige kaart. 

Stamtafel in het midden. Je schuift aan bij de vaste gasten totdat het eten klaar is.

En wat voor eten. Eenvoudige speklappen, karbonades of kipspiezen. Of sucadelapjes. Met uienchutney. En standaard twee warme en twee koude groentegerechten. Met frites én gebakken aardappelen. 

En zo lekker, zo smaakvol, zo liefdevol bereid.

Alsof een engeltje op je tong piest… En kleine porties? Daar doen ze niet aan! 

De kroketten van ’t Sluisje heb ik nog steeds niet geproefd. Maar die zijn ongetwijfeld ook heerlijk!

Blog: Klopjacht op een kapitein

Ik heb me voorgenomen dat dit geen zeurblog wordt!

Ik ga het dan ook niet hebben over douches in jachthavens. Douches waarvan je zeker weet dat de eigenaar van de jachthaven er nog nóóóit onder heeft gestaan. Want anders zou hij er geen euro voor durven vragen. Maar in plaats daarvan geld toe betalen aan z’n gasten.

Gelukkig zijn er ook uitzonderingen! Lees snel verder!

Binnenkort word ik 51 jaar. En al klinkt dat oud (is dat zo?), het is eigenlijk te jong voor Bob Evers.

Bobwie?

In het holst van een stormachtige nacht zitten Arie, Bob en Jan op een motortjalkschip, piekerend over een goudschat…

Bob Evers uit Amerika en zijn Nederlandse vrienden Arie Roos en Jan Prins, de hoofdpersonen in de spannende-boeken-serie van Willy van der Heide. De serie verscheen halverwege de vorige eeuw. Ook in mijn jeugd al belegen dus. Toch las ik de boeken helemaal stuk. Zo spannend!

De schat is ingepikt door een bende onder aanvoering van een man die zich ‘de kapitein’ noemt… 

Terug naar de douche.

Jachthaven Lunegat in Dokkumer Nieuwe Zijlen heeft een super sanitairgebouw, waar je met plezier een euro (ja zelfs wel twee) uitgeeft voor de douche. In dat heerlijk verwarmde gebouw staat ook een boekenkast. Je zet er een boek in en haalt er een boek uit. Geweldig systeem. En ja, je raadt het al, ik pakte:

Er volgt een klopjacht op de kapitein om de schat terug te veroveren. Dat lukt! ‘Wa… wat is dat?’ ‘Goud’, zegt Bob ongeduldig. ‘Wat dacht jij dat het was, jou zeekoe? Plutonium? Drop?’

Ik lees een stukje voor aan P. Die kijkt verstrooid op van z’n Volkskrant-puzzel en zegt ‘Ik ben toch de kapitein? Hij heeft duidelijk niet mee gekregen waar het over gaat. Ik schiet in de lach.

Pas maar op dat Arie, Bob en Jan niet achter jou aan gaan zitten, hier in de haven van Zoutkamp! Al had ik dat wel eens willen zien! 

Blog: Bruggen en geschrokken koeien

Blog: Bruggen en geschrokken koeien

We hebben vakantie en natuurlijk gaan we met de Canicula op stap. De weersvoorspelling is niet best, maar we nemen lange onderbroeken, dikke truien en handschoenen mee. Bovendien hebben we een kacheltje aan boord.

We laten ons door niets en niemand tegen houden!

Vandaag varen we van Bolsward naar Franeker. Het waait stevig. Vlak na Bolsward doemt een bruggetje op. We moeten het met een druk op de knop bedienen. Het is een smal vaartje, de wind blaast ons alle kanten op, maar P. stuurt vakkundig op de paal met de knop af en vervolgens de brug door.

Een zelfbedieningsbrug bij een boerderij even buiten Bolsward

De brug blijkt een voorbode van een tocht langs piepkleine smalle bruggetjes over even smalle vaartjes. Door Schettens, Arum, Achlum, Hitsum. Plaatsen waarvan we nooit hadden gehoord, maar die we nu nooit meer zullen vergeten. 

In Schettens gaat het bijna mis.

De smalle brug ligt in een bocht en de wind blaast ons er hard door heen. Gelukkig wordt alleen een fender gekraakt en verdwijnt mijn hartverzakking even snel als ie gekomen is.

Dit lieflijke bruggetje veroorzaakt bij mij een hartverzakking…
Zo te zien heeft niet elke boot een even goede schipper als de Canicula…

Er volgen in deze Arumer Feart nog vele bruggetjes. P. stuurt er vakbekwaam doorheen. Mijn hart blijft rustig door kloppen. 

Een prachtige brug in Witmarsum.

Ter hoogte van Hitsum wacht ons een verrassing. Nee, geen brug…

We veroorzaken ongewild een hoop opschudding.

De koeien in een naast het water gelegen weiland doen alsof ze nog nooit een boot hebben gezien – misschien is dat ook wel zo – en ze rennen enthousiast met ons mee. Het is een geweldig gezicht. 

Nieuwsgierige koeien in Hitsum.

Ik denk aan de maatschappelijke discussie over koeien in de wei. Een hele hoop veehouders houden de dieren graag op stal, waar ze een exact toegemeten hoeveelheid voer krijgen. Ze kunnen dan bovendien niet besmet raken met ziektes van het land. Dat snap ik. Maar de blije nieuwsgierigheid van de koeien in dat weiland bij Hitsum sterkt me in mijn mening: schepen horen in het water en koeien in de wei. 

En met het weer valt het tot dusverre best mee!

Blog=Bravo Lima Oscar Golf

Vandaag gaat P. naar Zwolle. 

Niet met de boot. Wel vóór de boot.

Hij gaat naar de Vamex. Voor het marifoon-examen. Pas als je dat hebt gehaald mag je communiceren met sluiswachters enzo. Niet dat het nodig is. De Canicula is te klein voor een verplichte marifoon. Maar het kan wel handig zijn.

Als je moederziel alleen voor een sluis ligt en geen idee hebt of ie wel of niet bediend wordt.

P. bestudeert daarom al wekenlang het lesboek en oefent proefexamens. 

 

Ik blijf dus thuis. Maar ik ga véél liever mee. Want thuis wacht een heel vervelend klusje….

Het houtwerk van de dakgoten moet schoon! Bah!

Vooral als je zo’n mooie, maar bewerkelijke dakgoot hebt als wij… Met heel veel tegenzin beklim ik de ladder. Op-en-neer, op-en-neer. Het houtwerk is zo vies dat ik na elke twee meter schoon poetswater moet halen. Heen-en-weer. Heen-en-weer.

Mijn chagrijn groeit met elke centimeter. Toch dwing ik mezelf door te gaan. Halverwege de goot passeer ik de leipeer.

Drie dagen geleden één witte bloesempracht, nu is ie alweer groen.

Als ik bij de boom ben aangekomen valt mijn oog op de uitgebloeide bloemetjes. 

Hele kleine peertjes! Mijn humeur wordt op slag beter. Op dat moment rinkelt m’n mobiel in mijn broekzak. In m’n haast ‘m op te nemen kukel ik bijna van de trap.

P. is geslaagd! Hoera!

Victor Romeo Oscar Lima India Juliett Kilo Papa Alfa Sierra Echo November  

In gewone mensentaal: vrolijk Pasen!

Blog: Edit-les en soep

Facebook heeft de gewoonte een jaar na dato jouw herinneringen te vermelden. Ze komen ongevraagd voorbij in je tijdlijn. Deze week had ik een herinnering die best belangrijk bleek. Want precies een jaar geleden begon ik met de vaarfilmpjes. Het eerste filmpje gewoon met de mobiele telefoon. In Sloten. Als ik ‘m terugkijk kan ik kiezen uit twee dingen:

  1. Ik ga me schamen
  2. Wat heb ik afgelopen jaar veel geleerd.

Ik kies voor het laatste. En ik ga door. Want ik wil nog veel beter worden. En vandaag is een bijzondere dag. Want ik krijg edit-les.

Van John. Ik kwam hem en zijn vrouw tegen op een feestje. John heeft veel verstand van het bewerken van videomateriaal.

Dus. Edit-les. Van een vakman.

Het gaat over inzoomen, snijshots, springers, logo’s en ondertitels. Lenzen, filters en camera’s. Maar ook: hoe maak ik een succes van de website. Na een uurtje of anderhalf geven mijn hersenen het signaal “system overload”. Tijd om weg te gaan. Op de terugweg heb ik een heleboel om over na te denken.

Een ernstige blik. M’n hersenen maken overuren…

Gelukkig ben ik naast werknemer, website-eigenaar, schrijver, filmer en editor ook nog gewoon de vrouw in huis. En wat doet de vrouw in huis als ze na wil denken?

Die maakt soep

En dus maakte ik soep. Een hele pan vol. Geen creatieve soep. Gewoon groentesoep.

Jullie merken vanzelf wat en of de soep wat op gang heeft gebracht….

Blog: Een tikkeltje fris en doodstil

Als de havenmeester ons aan ziet komen scheurt hij met een rotgang met zijn botentrekker de loods in. “Ik zou m’n camera maar pakken”, zegt P, “anders ben je te laat”. Ik schud de rugzak van m’n schouders, trek de Osmo eruit en begin te filmen. Inderdaad, de havenmeester is snel. Voordat we tot tien kunnen tellen ligt de Canicula in het water.

ZE LIGT IN HET WATER!

Wat onwennig stappen we aan boord. Wat moet er ook alweer gebeuren voordat we op de startknop van de motor drukken?  De volgende boot komt er alweer aan. Gelukkig is het starten en lopen. We varen naar onze ligplaats, vijftig meter verderop. De kajuit ziet eruit alsof er iets is ontploft. De matrassen en kussens liggen overal en nergens.

De rest van de middag maken we de boot schoon (nou ja) en laden we de boodschappen over. Ik probeer een beetje orde te scheppen in de chaos die straks ons bed is. Dat is geen pretje. Vooral niet door het opgerolde opdekmatras dat alle ruimte in beslag neemt.

De houten randen om de matrassen steken pijnlijk in je rug. Of in je heup. Of in je been.

Daarom hebben we er een opdekmatras van Ikea bovenop gelegd. Maar dat ding is zwaar en lomp. Het is een behoorlijke toer om alles een beetje netjes te krijgen in die krappe ruimte. Ik stoot twee keer m’n hoofd. Dat doet extra zeer omdat m’n bril nog bovenop m’n hoofd staat.

Waarom vind ik dit ook alweer zo leuk?

Maar het komt goed. Als we klaar zijn pakken we een biertje en kijken om ons heen. Het is stil in de jachthaven. We zijn helemaal alleen. Dat hadden we niet verwacht. Kennelijk is het nog te vroeg om op de boot te bivakkeren.  Het is 31 maart, een tikkeltje fris, maar niet té fris. Eerlijk is eerlijk, met de sloep hadden we het niet gedaan, maar met de Canicula kan het best.

We eten een hapje bij brasserie de Mallemok in Sloten. Er zit een man of vijftien, dus we zijn toch niet helemaal alleen. Terug op de Canicula drinken we onze eerste oploskoffie van het vaarseizoen. De avond verstrijkt. Ik knutsel een filmpje in elkaar en P. leest de krant.  Af en toe laat een gans zich horen. Een klein beetje te laat gaan we naar bed.

“Dit is geluk”, zegt P. en hij nestelt zich tussen de lakens.

De volgende keer maak ik dat bed gewoon wéér zonder mopperen op.