De welkom- en vaarweltoren

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Tijdens onze eerste tocht door Overijssel vallen we van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland doorgevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van de welkom- en vaarweltoren: de toren van Spannenburg.

Lelijk ding

We zien ‘m altijd al van verre oprijzen in het vlakke Friese land, de toren van Spannenburg. Omdat we naar de boot in Sloten gaan geeft de mast ons een prettig gevoel, alsof-ie zegt: jullie zijn er bijna, welkom! En waar je ook vaart op de zuid-Friese meren, de toren is overal te zien. Welbeschouwd is het een lelijk ding. Waarom staat de mast er eigenlijk?

Zolang we in zuid-Friesland blijven verdwijnt hij nooit lang uit het zicht
Hoogste bouwwerk

De slanke, witgrijze toren met de vier groene banden bij Spannenburg hoort inmiddels net zo bij Friesland als de Waterpoort in Sneek en de schoorsteenpijp van het Woudagemaal in Lemmer. Met z’n 118 meter is de mast het hoogste bouwwerk van Friesland, met de Achmeatoren in Leeuwarden als goede tweede. Maar waar dient hij eigenlijk voor? En is hij nog wel nodig in deze digitale tijd? 

Irritante in-gesprek-toon

De toren moest zorgen voor een straalverbinding voor vaste telefonie, radio en televisie, net zoals soortgelijke masten bij onder meer Lopik, Smilde en Roermond. De Leeuwarder Courant meldde in juni 1971 dat de telefoniecapaciteit met het Westen tien keer zo groot zou worden. De irritante in-gesprek-toon bij alleen al het ‘draaien’ van een netnummer, bijvoorbeeld in Amsterdam, moest daarmee verleden tijd zijn.

De Leeuwarder Courant noemt de toren in 1971 een ‘PTT-kolos’
Overbodig – of niet?

Met de komst van de glasvezel en satellieten hebben de masten voor een groot deel hun functie verloren. Maar overbodig zijn ze beslist niet. Ze zijn inmiddels onmisbaar voor de draadloze netwerken voor de mobiele telefoons, er worden nog steeds radiozenders doorgegeven en ze zijn onderdeel van de noodinfrastructuur. Bovendien zitten er tegenwoordig datacenters in veel torens. Veilig hoog en droog en genoeg noodstroom aanwezig. Ze worden inmiddels mediatorens genoemd.

Lelijk en mooi

Zo’n beetje naast de toren staat de voormalige herberg het Wapen van Friesland. Is jullie dit fraaie gebouw wel eens opgevallen? Het gaat wat schuil achter de hoge toerit naar de brug over het Prinses Margrietkanaal. Met een hoog schilddak, vooruitstekende gevel, Toscaanse pilasters en het wapen van Friesland op een prominente plek. Een mooi contrast met de ‘lelijke’ mediatoren erachter.

Voormalige herberg het Wapen van Friesland. Foto: Wikipedia/Kasteelbeer
De ‘welkom en vaarwel-toren’

Soms wordt erom gesteggeld of het nu de toren van Spannenburg is of de toren van Tjerkgaast. Maakt ons niet uit. Voor ons is het het beeld van vreugde en weemoed: van wat gaat komen en wat alweer voorbij is. Van we gaan varen of we moeten alweer naar huis. Kortom, de welkom- en vaarweltoren. 

En als we er dit weekeind voor ons laatste boottochtje langs rijden maakt de mast ons een beetje weemoedig. Vaarwel vaarseizoen 2020. Maar we weten nu al dat we ‘m niet erg lang gaan missen. We nemen vást in februari alweer een kijkje bij de Canicula, ook al ligt ze dan in de loods.

Geen speld tussen te krijgen…
Hebben jullie nu ook van die welkom- en vaarwel landmarks? We zijn benieuwd! Zet het hieronder in de mail, misschien kunnen we daar ook een stukje over schrijven!

In deze video varen we langs de toren van Spannenburg op weg naar een mooi Fries meertje.

Pieter en Marieke, Assen, 15 november 2020

Het trieste lot van de sjuten van Spakenburg

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het trieste lot van de sjuten van Spakenburg.

Spakenburgse botter

Een sjuut is Spakenburgs voor een botter, het schip waarmee de vissermannen de Zuiderzee afzochten naar vis. In de hoogtijdagen, zo rond 1900, lagen er zo’n tweehonderd van die sjuten in de Utrechtse havenstad.

Gerestaureerde botters in de haven van Spakenburg in 2015
Afsluitdijk

Maar dat was vroeger, vóór de tijd van de Afsluitdijk en de IJsselmeerpolders. Inmiddels zijn er nog maar een paar vissers over. De meeste gingen noodgedwongen op zoek naar ander werk. En waar hun botters zijn gebleven? Daarvoor hoef je niet ver te zoeken…

Onder de blauwe bullets liggen de sjuten. Je kunt ze bekijken op Google Maps, dankzij Pieter de Vos
Sjutenkarkhof

Misschien waren we wat afgeleid door de naturisten aan de kant van Flevoland. Of werden we in beslag genomen door de groene waterplantenwaas op de Randmeren. Nooit hebben we iets gezien aan het water van het Eemmeer. Maar ze liggen er wel. Voor de Spakenburgse havenmond. Op het Sjutenkarkhof. Afgezonken door hun eigen vissers.

De BU 39 voor de kust van Spakenburg. Foto: Pieter de Vos, dedarp.nl
Drama en verdriet

Sjutenkarkhof. Kauw eens op dat woord. Je proeft oneindig drama. En verdriet. En opluchting misschien? Toen in 1932 de Afsluitdijk werd gedicht zagen de vissers van de Oostwal het nog niet zo somber in. Ook nog niet toen de Noordoostpolder (1942) en noordelijk Flevoland (1957) werden ingepolderd. Dat kwam pas elf jaar later. Toen viel ook Zuidelijk Flevoland droog, zoals je kunt zien in dit filmpje van Omroep Flevoland met beelden uit die tijd van Polygoon-Profilti.

Geen lust maar last

De visgronden waren verdwenen en daarmee ook de broodwinning van de vissers. Geen geld meer voor eten en dus ook geen geld meer voor het onderhoud van de botters. Daarmee werden de schepen geen lust meer, maar een last.

Bij deze delen wij U mede, dat in de havens geen botters gesloopt mogen worden. Sloping van botters mag alleen plaats vinden nabij de havenmond – ten Oosten -. Indien botters niet meer in de vaart zijn, dan dienen deze een ligplaats te worden gegeven nabij de scheepswerf van Gebroeders Zijl.

Getekend Burgemeester en Wethouders – dedarp.nl

Sommige botters hadden geluk, ze werden verkocht aan pleziervaarders. Van veel andere schepen werd het bruikbare hout in de kachel gegooid. Wat er dan nog van het schip over was, werd naar een ondiepte in het Eemmeer of Nijkerkernauw gevaren en daar afgezonken. Zo ontstond het botterkerkhof. Bij laag water kun je nog zo’n 25 wrakken zien.

Botterwrakken bij het Zuideinde. Foto: Zuiderzeemuseum/Siebe Jan Bouma
Markt of fabriek

Wat gebeurde er met de vissers? Wie net zoals wij graag naar de markt gaat, herkent de namen vast: veel vis- en broodkramen worden gerund door voormalige Spakenburgse vissersfamilies. Vroeg op en de hele dag in de buitenlucht: het bleek een goed alternatief voor het vissersbestaan. Andere vissers gingen naar het nieuw opgerichte Polynorm, een fabriek die prefabhuizen fabriceerde. Of ze gingen naar de sigaren- of de schoenenfabriek.

Voormalige vissers aan de slag in de schoenenfabriek. Afbeelding: Katholieke Illustratie
Bovenop een sjutenwrak

Pleziervaarders die Spakenburg aandoen, komen vaak in de Nieuwe Haven terecht. Dat was ooit de botterhaven die gebruikt werd door de plaatselijke visserijvereniging De Eendracht. Toen die in 1964 werd opgeheven, werden zowel naam als haven overgenomen door de watersportvereniging. De laatste keer dat we Spakenburg aandeden, mochten we overnachten aan de pier van WSV De Eendracht. En als we Google Maps mogen geloven, hebben we daar bovenop een sjutenwrak gelegen…

Botters en andere Zuiderzeeschepen tijdens een zeilwedstrijd op de Randmeren. Foto: Wikipedia/Darp
Botterbehoud

De wrakken blijven liggen waar ze liggen. Volgens deskundigen blijven ze onder water het beste bewaard. Van de botters die niet op het Sjutenkarkhof zijn beland, kwamen de meeste in handen van liefhebbers. Er is zelfs een Vereniging Botterbehoud, die al in 1968 werd opgericht om de voormalige Zuiderzeevloot in originele staat voor het nageslacht te bewaren. En in Spakenburg zijn ze aan het goede adres: daar staat de enige botterwerf van ons land.

Marieke Rosier, Assen juni 2020

Bronnen:

Het oude lighthouse op het nieuwe land

Sinds 2015 toeren we met de boot door Nederland. Onze eerste vaartocht voert door Overijssel. We vallen van de ene verbazing in de andere. Over de imposante bebouwing van Vollenhove, de massieve zeesluis van Blokzijl, het dijkdorp Kuinre. Geweldig! Inmiddels zijn we bijna heel Nederland door gevaren. Onderweg verzamelen we bijzondere verhalen. Dit is het verhaal van het oude lighthouse op het nieuwe land.

Intens blauw

Een tocht die grote indruk op ons maakt is die vanuit Zwartsluis over het Zwartewater het Zwarte Meer op. Het grote, open water is niet zwart maar intens blauw, hoe ver je ook kijkt. Met ons sloepje zijn we onderweg naar Vollenhove. Onder water, vlak naast ons, liggen de verdronken restanten van strekdammen die tot 1948 de vaargeul naar Zwolle beschermden. Maar dát weten we dan nog niet.

De strekdammen waartussen de schepen veilig naar het Zwartewater konden varen. Foto: Screenshot Topotijdreis.nl
Kraggenburg

Aan het eind van die kilometers lange strekdammen lagen de vluchthaven met daarnaast lighthouse Kraggenburg. Met de aanleg van de Noordoostpolder werden ze overbodig. Maar waar de strekdammen werden opgeslokt door land en zee, bleef het lighthouse staan waar het stond: op een terp, hoog uitstekend boven het vlakke polderland.

Kraggen zijn pakketten van dicht in elkaar gegroeide wortels van riet en waterplanten. Ze werden bij de bouw van de strekdammen gebruikt als onderlaag. Omdat dit een goedkope bouwmethode was, kreeg het havencomplex de spotnaam ‘Kraggenburgt’.

Parel van de Zuiderzee

Niet te zien als je er over het Kadoelermeer voorbij vaart, maar wel interessant voor ons watersporters. Want vanaf jachthaven Voorstersluis en WSV Kraggenburg is het maar een klein stukje fietsen naar deze overgebleven parel van de Zuiderzee, die sinds de bouw van het dorp Kraggenburg in de Noordoostpolder Oud-Kraggenburg heet.

Met basaltblokken omkleed liggen dam, lichtopstand en lighthouse in het vlakke polderland
Lichtopstand

Aan het begin van de strekdammen stond een zogenoemd lichtopstand, waarvan je de gerenoveerde versie op de foto hierboven ziet staan. Dat licht moest de schippers veilig tussen de strekdammen loodsen. Pas als die onder water stonden, werd het rode licht op het dak van het huis aangestoken. En als het dan ook nog eens heel mistig was, werd de mistbel geluid. Maar dat was niet de enige taak van de havenmeester.

Kraggenburg nog in volle glorie omgeven door de Zuiderzee. Foto: Collectie Wim Kuyper
Tolgeld

Hij moest namelijk ook het tolgeld innen voor het binnenvaren van de strekdammen. Tot woede van vooral de binnenschippers van Genemuiden, Zwartsluis en Hasselt. Ze hadden die strekdammen helemaal niet nodig en weigerden dan ook de tol te betalen. Deurwaarders die de niet betaalde belasting kwamen innen, werden zelfs mishandeld.

Kraggenburg in de net drooggevallen polder. Foto: Collectie Wim Kuyper
Derde zeehaven

Waarom eigenlijk die strekdammen aan weerszijden van een al bestaande vaargeul? Dat gebeurde op initiatief van Zwolle. De stad, in die tijd nog niet verbonden met de IJssel en dus afhankelijk van het Zwartewater, wilde de derde zeehaven van Nederland worden.

Stoomboten varen langs Kraggenburg. Foto: Collectie Wim Kuyper
Meer diepgang

Om de ambities van Zwolle waar te maken moesten het Zwartewater en de vaargeul het Zwolse Diep bevaarbaar worden voor schepen met meer diepgang.  De nieuwe strekdammen hadden als doel verzanding tegen te gaan en de vaargeul op diepte te houden.

Oud-Kraggenburg middenin de polder. Langs de rechtse gele lijn liepen de strekdammen. Foto: Screenshot Topotijdreis.nl
Parlementaire enquete

De rekening voor de aanleg van die strekdammen en het havencomplex werd via de tolheffing op de schippers afgeschoven. Maar die voelden er helemaal niets voor om te betalen voor aanpassingen die ze met hun ondiepe scheepjes dus helemaal niet nodig hadden. Het conflict mondde uit in de Zwolsche Diepkwestie, die leidde tot de eerste parlementaire enquete van Nederland.

De grote onvrede leidde in 1849 zelfs tot oprichting van de eerste vakbond van Nederland: het Schippersverbond. Deze bond zou later uitgroeien tot de landelijke schippersvereniging Schuttevaêr.

Monumentendagen

Het lighthouse is niet open voor publiek, alleen tijdens de Open Monumentendagen mag je binnen een kijkje nemen. Maar naast de ingang staat een bankje, waar je tijdens je fietstocht of wandeling even rustig kunt zitten om de bijzondere sfeer te proeven!

Tip: Je komt vlak langs oud-Kraggenburg tijdens de Canicula vaarroute Rondje Zwartsluis-Blokzijl-Vollenhove-Zwartsluis. Aanrader!

Varen met de Canicula - De populairste vaarroutes

Bronnen: Canon De Noordoostpolder, Canon van Zwartewaterland, Schokland door de eeuwen heen, Emmeloord.info.

Blog: Een kleine boot in een hele grote sluis

Langzaam gaan de sluisdeuren achter ons dicht.  We zitten opgesloten in de Friese sluis.

Vóór de boot zwemt een kikker heen-en-weer, wanhopig op zoek naar de uitgang.

P. en ik kijken elkaar aan. Laat degene die ons binnen heeft gelaten ons er ook weer uit?

Het is 2015. Het is de eerste dag dat we met de Corsiva op stap zijn. Een sloepje van 4 meter 75. We hebben de boot in Munnekezijl van de trailer laten glijden en zijn op avontuur in de Groningse wateren.  We moeten alles – echt alles – nog leren. Eén groot spannend avontuur. 

De koelbox zit vol met lekkere hapjes, rosé en bier. Veel bier.  

Gelukkig worden we niet in de steek gelaten in die Friese sluis. We komen nog veel meer sluizen en bruggen tegen. En hoe klein ons bootje ook is, ze gaan allemaal voor ons open en óók nog eens weer dicht.

Wát een organisatie, met al die camera’s, brugwachters en sluiswachters.  

“Zien we eindelijk wat van ons belastinggeld terug”, zeggen we tegen elkaar. 

Het is 2017. We lopen langs de Blokzijlersluis. In de sluis ligt een kano. Helemaal alleen.

Ik deel de foto op facebook. Een hoop commotie volgt…

1 miljoen kuub water schutten voor zo’n klein bootje is misdadig! Het is waterverspilling! Til die kano op en lóóp over die sluis!

Dan komt iemand bij z’n verstand: “Niet zeuren jongens, dat water wordt niet verspild, maar gewoon verplaatst!” 

En dan zegt weer iemand anders: “Het moet toch niet zo zijn dat grote boten meer recht hebben, er is al genoeg discriminatie op deze wereld”.

Bedankt! Dat is waar ik heen wil. Want:

hoe klein je bootje ook is, bruggen en sluizen gaan in Nederland voor iedereen open.

Ook voor die ene, wanhopige kikker in de Friese sluis. Die zwom, net als wij, de vrijheid tegemoet.

Ik hoop dat-ie geen ooievaar is tegen gekomen….

Blog=Bravo Lima Oscar Golf

Vandaag gaat P. naar Zwolle. 

Niet met de boot. Wel vóór de boot.

Hij gaat naar de Vamex. Voor het marifoon-examen. Pas als je dat hebt gehaald mag je communiceren met sluiswachters enzo. Niet dat het nodig is. De Canicula is te klein voor een verplichte marifoon. Maar het kan wel handig zijn.

Als je moederziel alleen voor een sluis ligt en geen idee hebt of ie wel of niet bediend wordt.

P. bestudeert daarom al wekenlang het lesboek en oefent proefexamens. 

 

Ik blijf dus thuis. Maar ik ga véél liever mee. Want thuis wacht een heel vervelend klusje….

Het houtwerk van de dakgoten moet schoon! Bah!

Vooral als je zo’n mooie, maar bewerkelijke dakgoot hebt als wij… Met heel veel tegenzin beklim ik de ladder. Op-en-neer, op-en-neer. Het houtwerk is zo vies dat ik na elke twee meter schoon poetswater moet halen. Heen-en-weer. Heen-en-weer.

Mijn chagrijn groeit met elke centimeter. Toch dwing ik mezelf door te gaan. Halverwege de goot passeer ik de leipeer.

Drie dagen geleden één witte bloesempracht, nu is ie alweer groen.

Als ik bij de boom ben aangekomen valt mijn oog op de uitgebloeide bloemetjes. 

Hele kleine peertjes! Mijn humeur wordt op slag beter. Op dat moment rinkelt m’n mobiel in mijn broekzak. In m’n haast ‘m op te nemen kukel ik bijna van de trap.

P. is geslaagd! Hoera!

Victor Romeo Oscar Lima India Juliett Kilo Papa Alfa Sierra Echo November  

In gewone mensentaal: vrolijk Pasen!

Blog: Edit-les en soep

Facebook heeft de gewoonte een jaar na dato jouw herinneringen te vermelden. Ze komen ongevraagd voorbij in je tijdlijn. Deze week had ik een herinnering die best belangrijk bleek. Want precies een jaar geleden begon ik met de vaarfilmpjes. Het eerste filmpje gewoon met de mobiele telefoon. In Sloten. Als ik ‘m terugkijk kan ik kiezen uit twee dingen:

  1. Ik ga me schamen
  2. Wat heb ik afgelopen jaar veel geleerd.

Ik kies voor het laatste. En ik ga door. Want ik wil nog veel beter worden. En vandaag is een bijzondere dag. Want ik krijg edit-les.

Van John. Ik kwam hem en zijn vrouw tegen op een feestje. John heeft veel verstand van het bewerken van videomateriaal.

Dus. Edit-les. Van een vakman.

Het gaat over inzoomen, snijshots, springers, logo’s en ondertitels. Lenzen, filters en camera’s. Maar ook: hoe maak ik een succes van de website. Na een uurtje of anderhalf geven mijn hersenen het signaal “system overload”. Tijd om weg te gaan. Op de terugweg heb ik een heleboel om over na te denken.

Een ernstige blik. M’n hersenen maken overuren…

Gelukkig ben ik naast werknemer, website-eigenaar, schrijver, filmer en editor ook nog gewoon de vrouw in huis. En wat doet de vrouw in huis als ze na wil denken?

Die maakt soep

En dus maakte ik soep. Een hele pan vol. Geen creatieve soep. Gewoon groentesoep.

Jullie merken vanzelf wat en of de soep wat op gang heeft gebracht….