Vijf redenen om over Noordhollands Kanaal te varen

Zuchtend bekijk ik de waterkaart van Noord-Holland. Vlakbij de kust ligt een jachthaven, met de duinen en het strand dichtbij, waar je heerlijk kunt wandelen. Maar dan moeten we kilometers lang over dat kaarsrechte Noordhollands Kanaal varen. Er is niks te beleven onderweg en vlak langs het water loopt een drukke weg. Jammer, want iets verder ligt Den Helder, daar wil ik ook wel graag naartoe. Maar dan moeten we nóg verder varen over dat lange en rechte en slaapverwekkende kanaal. Ik leg de waterkaart maar weer aan de kant en zet de duinen, het strand en Den Helder uit m’n hoofd.

Totdat John opduikt.

John werkt als sluiswachter op de Zeedoksluis in Den Helder. De sluis ligt tussen het zoute water van de Nieuwe Haven en de voormalige scheeps- en onderhoudswerf van de Koninklijke Marine. Die werf is de laatste jaren grondig opgeknapt. John is heel enthousiast over de make-over en heeft ons via Facebook en YouTube al een paar keer gevraagd koers te zetten naar Den Helder om de werf te filmen.

Omdat we dan én Den Helder én het strand kunnen combineren, laten we ons overhalen. Sindsdien weet ik dat het inderdaad de moeite waard is om die kant op te gaan. Natuurlijk wil ik dat ook graag laten zien. Daarom geef ik jullie in dit stukje vijf redenen om wél helemaal over het Noordhollands Kanaal te varen. Het gaat trouwens best lastig worden om jullie te overtuigen, gezien de reacties op ons YouTubekanaal:

  • Ik kom nooit voorbij Alkmaar omdat ik het zo saai varen vind
  • Knap hoor om van een wat saai vaargebied toch een leuke video te maken
  • Wij zijn bij Broek op Langedijk teruggegaan, niet veel gemist, maar toch leuk om nog even te zien

Ook Pieter gelooft er niet zo in.

“Ik ben benieuwd of je wel vijf redenen kunt bedenken”

zegt hij. Aan het eind van dit stukje weten we of ik vijf redenen heb kunnen verzinnen en hoor ik graag of ik jullie heb kunnen overtuigen!

Klapwiekende heli’s

Tsjak-tsjak-tsjak: even lijkt het erop dat we dekking moeten zoeken, als we vanaf het Balgzandkanaal het Noordhollands Kanaal opvaren. De helikopters vanaf vliegveld de Kooy vliegen klapwiekend vlak boven je hoofd. En inderdaad, het vaarwater is tot aan Den Helder niet erg inspirerend. Maar, eenmaal voorbij de Koopvaardersschutsluis, wordt het andere koek. We varen voorbij een paar marineschepen, een replica van een VOC-schip en zelfs het filmschip de Earl of Pembroke. Vlak voor de Boerenverdrietsluis ligt Museumhaven Willemsoord met daarin het opvallende felrode lichtschip Texel. Het zal jullie dan ook niet verrassen wat reden 1 is.

Koning Willem I

Maar laten we de zaak, of liever gezegd het kanaal, eerst nog even in perspectief zetten. Het is begin negentiende eeuw. Nederland heeft ongeveer twee miljoen inwoners, het land is nog leeg en kaal.  Den Helder ligt op het uiteinde van een smalle landtong, ongeveer twee kilometer breed en tien kilometer lang. Dit is het land waaruit Napoleon net is vertrokken. De Franse keizer heeft Nederland leeggeroofd en ons in diepe armoede achtergelaten. De straten zijn vol met bedelaars en de tuchthuizen puilen uit. Dan stapt koning Willem I in Scheveningen aan land. Hij heeft in zijn ballingsoord Engeland gezien hoe de aanleg van kanalen de handel daar heeft opgestuwd. Brandstoffen als turf en steenkool en allerlei handelswaren worden efficiënt over het water vervoerd. Dat wil Willem ook voor Nederland. Een van zijn grootste projecten wordt de aanleg van het Noordhollands Kanaal.

Hier zijn ze dan, de vijf redenen om toch over het Noordhollands Kanaal te varen

1: Den Helder

Na de Boerenverdrietsluis komen we in de voormalige scheeps- en onderhoudswerf van de Koninklijke Marine, met daarin jachthaven Willemsoord waar we gaan aanleggen. Achter de jachthaven liggen museumschepen als het ramschip de Schorpioen en de mijnenveger Abraham Crijnssen met z’n bijzondere historie. Als je nog wat beter kijkt zie je onderzeeboot de Tonijn hoog uittorenen naast het Marinemuseum. Kijk je de andere kant op, dan ontwaar je de masten van het houten oorlogsschip Zr. Ms. Bonaire. De hele haven is één brok historie. Wat het nog indrukwekkender maakt is dat je achter de Zeedoksluis de modernste schepen ziet liggen. Kortom, als je van havens houdt is Den Helder in z’n eentje al vijf redenen genoeg om over het Noordhollands Kanaal te varen!

Lees ook: Aanleggen in Den Helder

Het oorlogsschip Zr. Ms. Bonaire ligt in het oudste gemetselde droogdok van heel Europa
2: de vlotbruggen

Knarsend en piepend glijden ze over het water: de vlotten van de bijzondere bruggen die je tegenkomt op het Noordhollands Kanaal tussen Den Helder en Alkmaar. Ze worden dan ook vlotbruggen genoemd en liggen er al sinds de aanleg van het kanaal 200 jaar geleden, al zijn het natuurlijk niet meer de originele. De bruggen zijn nog het beste te omschrijven als een combinatie van een veerpont en een schipbrug, zo’n lange sliert schepen waarover je naar de overkant van het water kon lopen. Ze werden ontworpen omdat men in die tijd nog geen lange overspanningen kon bouwen. Van de oorsponkelijke negen zijn er nog vijf over (vier oude en één nieuwe) en er zijn zelfs twee plaatsen naar vernoemd, Burgervlotbrug en Sint Maartensvlotbrug. Bijzonder om doorheen te varen!

In deze video komen we de vlotbruggen tegen

3: met de boot naar duinen en strand

Als je ter hoogte van Zijpersluis afslaat in westelijke richting kom je in de Hondsbosschevaart, die halverwege het strand is geblokkeerd door een wel heel erg lage brug. Gelukkig kun je bakboord uit de Hargervaart in. Meteen vanaf het begin van die vaart kun je aanleggen, maar wil je gebruik maken van het sanitair, dan kun je beter wat verder doorvaren, want jachthaven Hargervaart is een kleine twee kilometer lang. Op loopafstand liggen de hoogste duinen van Nederland én het strand met een paar leuke strandtenten. Heerlijk wandelen dus. En heb je geen zin om te koken, dan zijn er in Groet genoeg leuke restaurants.

Lees ook: Aanleggen in de Hargervaart bij Groet

   
4: het Noordhollands Kanaal zélf

Ook al zie je er niets meer van, ooit was het Noordhollands Kanaal beroemd. Het stond bekend als het Groot Noordhollandsch Kanaal en was tijdens de opening in 1824 het breedste en diepste kanaal van de hele wereld. Er waren twee redenen om ‘m aan te leggen, een militaire en een economische. Want marinestad Den Helder was alleen bereikbaar over zee en de marineschepen zaten dus opgesloten bij een vijandelijke aanval. Daarnaast konden grotere schepen vanwege de ondiepe Zuiderzee steeds moeilijker in Amsterdam komen, het economische hart van Nederland.

Schepen zitten vastgevroren in het Noordhollands Kanaal, 1830. Ets Willem Hendrik Hoogkamer, Rijksmuseum
Moord

Het was een enorme klus om ‘m aan te leggen. Duizenden zogenoemde polderjongens uit binnen- en buitenland moesten met schoppen, kruiwagens en paarden de modder te lijf. Ze werden slecht betaald, kregen slecht te eten en waren slecht behuisd, vaak in zelfgemaakte krotten naast het kanaal. Het is dan ook goed voor te stellen dat ze ontevreden waren. In één geval zelfs zo ontevreden dat de dronken arbeiders hun aannemer baas Huijskens doodsloegen. Overigens pas nadat Huijskens eerst twee van zijn polderjongens had doodgeschoten. De regering schrok zo van de moord dat sindsdien militairen langs het kanaal werden gestationeerd.

Bekijk onze video’s ook op YouTube

5: een verdwenen rivier en een ingepolderd zeegat

Ook al is het kanaal boven Alkmaar lang en recht, dat is niet altijd zo geweest. Want om kosten te besparen werd voor de aanleg van het Noordhollands Kanaal zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaand water. Bijvoorbeeld van de ringvaarten rond de droogmakerijen de Beemster en de Schermer. Maar er werden ook oude waterlopen opgeofferd. Tussen Alkmaar tot aan Zijpersluis werd het riviertje De Rekere zo grondig verbouwd dat er niets meer van te herkennen is, en alleen de naam van de dijk langs het water herinnert aan De Rekere. De Rekere mondde uit in het zeegat de Zijpe. De Zijpe was één van de eerste droogmakerijen van Nederland. Zo’n beetje ter hoogte van Groet vaar je er dwars doorheen. Leuk om te weten toch?!

Lees ook: Vaarroute kris-kras door Noord-Holland

De contouren van droogmakerij De Zijpe in het Noord-Holland van nu. Dwars door de polder het Noordhollands Kanaal.
Kanalenkoning

Nog even terug naar onze Willem. Want het Noordhollands Kanaal is bij lange na niet het enige kanaal dat hij heeft aangelegd. De Zuid-Willemsvaart staat op zijn naam, het Voornse Kanaal, het Kanaal Gent-Terneuzen. In totaal werd onder zijn leiding zo’n 820 km aan vaarweg gegraven of ingrijpend verbeterd. Willem I staat nu, zo’n tweehonderd jaar later, dan ook nog steeds bekend als de Kanalenkoning. Beetje jammer voor hem dat zijn grootste infrastructurele project, het Groot Noordhollandsch Kanaal, nooit zijn naam heeft gekregen. Hij moet het doen met de Willem I-sluis aan het begin, of zo je wilt, aan het einde van de vaarweg.

Nou? Is het me gelukt om je te overtuigen? En zo niet, dan kun je natuurlijk altijd nog over de Waddenzee naar Den Helder varen…

Bronnen:

Blog: Rondje Dordt

Met de boot lig je vaak op de mooiste plek van de stad. Jachthaven Maartensgat in Dordrecht is zo’n plek. Schilderachtig gelegen, aan de voet van de Grote Kerk. De klok slaat vijf als we binnenvaren. Een mooie tijd om een stadswandeling te maken!

De oudste stad van Holland telt 1600 monumenten lees ik op internet.

We willen ze allemaal zien!

Ik tik op Google ‘stadswandeling Dordrecht’. Stadswandelingen genoeg! Eerst naar de VVV.  Die is gesloten. Natuurlijk. Het is zaterdagavond en op zondag is-ie ook dicht.

Maar op de website is vast wel een stadswandeling te vinden!

Na een muisklik of vijf krijg ik een kaartje met zeven historische plekken. Dat is alvast wat. Ik zoek verder op de website. De stadswandeling staat vast op de pagina Zien & Doen!

Huh? Duurzaamheidscentrum Weizicht? Een moestuin bij Villa Augustus? Een tapasbar? Ik wil gewoon een stadswandeling! Ik zoek verder. En dan vind ik het:

Stadswandelingen op te halen bij de balie van de VVV…

Maar de balie is dicht! En morgen varen we verder! Een andere website dan?

Zucht…
112 euro… met een groép! We zijn maar met z’n tweetjes!?

Dan gaan we zélf wel op zoek naar de highlights van Dordrecht. We stappen van boord. Yes! Een wegwijzer. Mét:

Helaas. Halverwege de Nieuwe Haven houden de Rondje-Dordt-bordjes op. We lopen nog een stukje verder en stappen zomaar een straatje in. We komen langs het stadhuis. En het pand van de Gulden Os aan de Groenmarkt. En dan zijn we ineens weer bij de jachthaven.

Moeten we nog niet even terug? Ik twijfel. Maar m’n voeten doen zeer en een koud biertje lonkt.

De volgende dag varen we wat teleurgesteld verder. Richting Biesbosch, langs de kade van Dordrecht. ‘Stop!’ roep ik. ‘Dáár zijn we helemaal niet geweest!’

De Groothoofdspoort in Dordrecht - De Canicula

De kapitein zegt, met de-blik-op-vooruit:

“Een hele goede reden om terug te komen”

Een uurtje later varen we de Biesbosch binnen. We kijken rond in het bezoekerscentrum. En dáár zie ik ze liggen. Stápels.

Ik neem er alvast eentje mee. Voor de volgende keer.

Dit stukje is bijna klaar als we in Culemborg aankomen. Na betaling van het havengeld geeft de havenmeester van jachthaven De Helling me een tasje. Het zit vól met informatie over de historische stad. En een stadswandeling. Na het eten maar es even een ommetje doen! 

Lees ook: Aanleggen in Dordrecht

UPDATE

Inmiddels zijn we vaker in Dordrecht geweest en hebben we van de havenmeester van jachthaven Maartensgat tássen met informatie gekregen. En: Dordrecht is een prachtige stad om te bekijken!

Blog: Klopjacht op een kapitein

Ik heb me voorgenomen dat dit geen zeurblog wordt!

Ik ga het dan ook niet hebben over douches in jachthavens. Douches waarvan je zeker weet dat de eigenaar van de jachthaven er nog nóóóit onder heeft gestaan. Want anders zou hij er geen euro voor durven vragen. Maar in plaats daarvan geld toe betalen aan z’n gasten.

Gelukkig zijn er ook uitzonderingen! Lees snel verder!

Binnenkort word ik 51 jaar. En al klinkt dat oud (is dat zo?), het is eigenlijk te jong voor Bob Evers.

Bobwie?

In het holst van een stormachtige nacht zitten Arie, Bob en Jan op een motortjalkschip, piekerend over een goudschat…

Bob Evers uit Amerika en zijn Nederlandse vrienden Arie Roos en Jan Prins, de hoofdpersonen in de spannende-boeken-serie van Willy van der Heide. De serie verscheen halverwege de vorige eeuw. Ook in mijn jeugd al belegen dus. Toch las ik de boeken helemaal stuk. Zo spannend!

De schat is ingepikt door een bende onder aanvoering van een man die zich ‘de kapitein’ noemt… 

Terug naar de douche.

Jachthaven Lunegat in Dokkumer Nieuwe Zijlen heeft een super sanitairgebouw, waar je met plezier een euro (ja zelfs wel twee) uitgeeft voor de douche. In dat heerlijk verwarmde gebouw staat ook een boekenkast. Je zet er een boek in en haalt er een boek uit. Geweldig systeem. En ja, je raadt het al, ik pakte:

Er volgt een klopjacht op de kapitein om de schat terug te veroveren. Dat lukt! ‘Wa… wat is dat?’ ‘Goud’, zegt Bob ongeduldig. ‘Wat dacht jij dat het was, jou zeekoe? Plutonium? Drop?’

Ik lees een stukje voor aan P. Die kijkt verstrooid op van z’n Volkskrant-puzzel en zegt ‘Ik ben toch de kapitein? Hij heeft duidelijk niet mee gekregen waar het over gaat. Ik schiet in de lach.

Pas maar op dat Arie, Bob en Jan niet achter jou aan gaan zitten, hier in de haven van Zoutkamp! Al had ik dat wel eens willen zien! 

Blog=Bravo Lima Oscar Golf

Vandaag gaat P. naar Zwolle. 

Niet met de boot. Wel vóór de boot.

Hij gaat naar de Vamex. Voor het marifoon-examen. Pas als je dat hebt gehaald mag je communiceren met sluiswachters enzo. Niet dat het nodig is. De Canicula is te klein voor een verplichte marifoon. Maar het kan wel handig zijn.

Als je moederziel alleen voor een sluis ligt en geen idee hebt of ie wel of niet bediend wordt.

P. bestudeert daarom al wekenlang het lesboek en oefent proefexamens. 

 

Ik blijf dus thuis. Maar ik ga véél liever mee. Want thuis wacht een heel vervelend klusje….

Het houtwerk van de dakgoten moet schoon! Bah!

Vooral als je zo’n mooie, maar bewerkelijke dakgoot hebt als wij… Met heel veel tegenzin beklim ik de ladder. Op-en-neer, op-en-neer. Het houtwerk is zo vies dat ik na elke twee meter schoon poetswater moet halen. Heen-en-weer. Heen-en-weer.

Mijn chagrijn groeit met elke centimeter. Toch dwing ik mezelf door te gaan. Halverwege de goot passeer ik de leipeer.

Drie dagen geleden één witte bloesempracht, nu is ie alweer groen.

Als ik bij de boom ben aangekomen valt mijn oog op de uitgebloeide bloemetjes. 

Hele kleine peertjes! Mijn humeur wordt op slag beter. Op dat moment rinkelt m’n mobiel in mijn broekzak. In m’n haast ‘m op te nemen kukel ik bijna van de trap.

P. is geslaagd! Hoera!

Victor Romeo Oscar Lima India Juliett Kilo Papa Alfa Sierra Echo November  

In gewone mensentaal: vrolijk Pasen!

Blog: De Marker Wadden, waterplanten en een hel van een tocht

Honderden mensen hebben afgelopen week hun stem uitgebracht op de Marker Wadden. Een leuke stunt van Natuurmonumenten, die iedereen op deze manier alvast de gelegenheid gaf een kijkje te nemen bij het nieuwe eilandenrijk op een paar kilometer afstand van de Houtribdijk, de weg tussen Lelystad en Enkhuizen. Wat mij betreft de mooiste weg van Nederland, maar dat even terzijde.

De Marker Wadden op een ontwerptekening van ©Vista. Op de achtergrond de Houtribdijk.

Maar waarom worden die eilanden eigenlijk aangelegd? Hier het verhaal van onze tijdelijke buurvrouw in de jachthaven van Muiden, afgelopen zomer. Ze was even voor ons met man en zoon aangekomen. We lagen nog maar net vast toen ze begon te vertellen. Want ze hadden die dag een hel van een tocht gehad.

Als redelijk onervaren bootjesmensen hebben wij vanuit Friesland nog nauwelijks het IJsselmeer bevaren. Even snel van Workum naar Hindeloopen, of iets verder, van Stavoren naar Makkum. Met mooi weer, niet te veel wind en veilig langs de kust. Natuurlijk lonkt de overkant. Doen we volgend jaar, beloofden we onszelf afgelopen zomer. Gaan we lekker van Lemmer naar Enkhuizen, via de sluis het Markermeer op. Dan op familiebezoek in Hoorn en daarna nog een visje eten in Volendam. Heerlijk toch?

Totdat we die dag in Muiden het verhaal van onze tijdelijke buren hoorden. Nuchtere Friezen uit Makkum. Ze hadden een nachtmerrie beleefd tijdens hun vaartocht van Volendam naar Muiden. Hun boot was steeds langzamer gaan varen, totdat ze nauwelijks meer vooruit te krijgen was. Een paar keer achteruit slaan hielp maar voor heel even.

Naast, voor en achter hen werden onbestuurbaar geworden boten weggesleept door reddingboten.

Die lagen alvast klaar om watersporters te hulp te schieten. Zelf slaagden ze er nog maar net in met een slakkengang en klotsende oksels Muiden te bereiken. De oorzaak: grote trossen waterplanten in schroef en roer.

Wat is er aan de hand? Met de aanleg van de Afsluitdijk en de Houtribdijk is de natuurlijke balans van het Markermeer verstoord. Daardoor zijn er bijna geen vissen en schelpdieren meer. Dat is niet goed voor de trekvogels, maar ook niet voor de waterkwaliteit van het Markermeer. Het water is namelijk zo schoon dat de zon er gemakkelijk doorheen schijnt en de waterplanten tegen de klippen op groeien.

[stextbox id=”info” defcaption=”true” shadow=”false”]Wat feiten op een rij:

  • De aanleg van de Marker Wadden kost 75 miljoen euro
  • Het gaat om vijf eilanden van samen 750 hectare
  • Het eerste eiland, dat bestemd is voor bezoekers, kost 50 miljoen euro
  • Daar komen een jachthaven, een wandelpad en een strand
  • De overige vier eilanden zijn voor de natuur
  • Mogelijk komen er in de toekomst nog drie eilandengroepen bij
[/stextbox]

Gelukkig zijn inmiddels maatregelen genomen om het water weer wat viezer en minder aantrekkelijk voor waterplanten te maken. Er zijn gaten in de dijk gemaakt om zouter water uit het IJsselmeer binnen te krijgen en de Marker Wadden worden aangelegd voor meer vogels en vooral ook meer vogelpoep. Die poep moet het water troebel maken, zodat de zon er minder gemakkelijk door heen schijnt.

Pleisterplaats Marker Wadden voor meer vogels en vooral meer vogelpoep. Foto: Straystone Fotografie.

Maar deze zomer wordt het nog niet beter. We spraken tijdens Boot Holland 2017 in Leeuwarden met een vertegenwoordiger van Toeristisch Enkhuizen. “Het Markermeer op? Niet doen!”, was zijn boodschap. Jammer. Het had ons juist zo leuk geleken om dit jaar met de Canicula op familiebezoek te gaan in Hoorn. Voor ons, en voor vele watersporters met ons, zou het mooi zijn als het Markermeer in 2018 weer veilig is om te bevaren en we de opening van de haven van de Marker Wadden per schip mee kunnen maken. Want wat ziet het er schitterend uit!

Foto: Holland Luchtfotografie.
De toekomstige haven van de Marker Wadden. Foto: Holland Luchtfotografie.
Marker Wadden geprojecteerd over Amsterdam. Tekening: ©Vista/Natuurmonumenten. Het eilandenrijk wordt 800 hectare groot.
Een historisch moment: een eerste stuk van de Marker Wadden komt boven water door opgespoten slib vanuit baggerschip Edax van Boskalis. Foto Marten van Dijl/Natuurmonumenten.
Een detail van bovenstaande foto, het opspuiten van het eerste stukje Marker Wadden. Foto: Marten van Dijl/Natuurmonumenten.

Blog: Het kleinste vissersdorp van Europa

Varen is leuk. Alleen al omdat op het water al je dagelijkse beslommeringen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar varen is vooral ook leuk omdat je op plaatsen komt waarvan je nog nooit hebt gehoord. Laaksum bij Stavoren is zo’n plek waar we afgelopen zomer zomaar ineens terecht kwamen. Het wordt in de volksmond het kleinste vissersdorp van Europa genoemd. Dat geloof ik meteen.

Volgens Wikipedia is Laaksum is bekend om de vangst van Laaxumer bot. Dat is een soort platvis. Er staan er elf huizen en een boerderij. En er staat een schuurtje om te vallen. Maar de belangrijkste trekpleister van Laaksum is toch wel de haven. Er ligt een (1) vissersboot en een halve boot ligt naast de haven als een soort monument. De geschiedenis vouwt zich om je heen.

Het (halve) houten schip op de voorgrond doet het niet meer. Achteraan ligt het laatste vissersschip van Laaksum, de HL6.

Om in de sfeer te komen bekijk ik een docu van Omrop Fryslan. De reportage is gemaakt voor het honderd-jarig bestaan van de haven in 2012. Bestaat die haven nog maar honderd jaar, denk ik dan, en voordat ik het weet ben ik via het internet verzeild in het jaar 1632 toen de Laaksumer vissers een natuurlijke inham bij Mirns als haven gebruikten. Ik zal jullie daar verder niet mee lastig vallen.

Wat ik wel ga vertellen is dat blijkt dat ik afgelopen zomer, in mijn haast om een mooie foto van de haven te maken, het omvallende schuurtje helemaal over het hoofd heb gezien. En laat dat nu het meest besproken gebouwtje van heel Laaksum zijn!

Het is de Hang, een voormalige zoutloods, die in 1925 werd gebouwd om aal te zouten en te roken. Ook werd er vis verhandeld. De loods is bijzonder, want gebouwd van kalksteen en mag daarom niet worden gesloopt. Jarenlang is gesteggeld over de bestemming van het monument.

De historici in de omgeving hadden er graag een vissersmuseum in gezien, maar de politici hebben anders beslist: er komt een viswinkel.

Wat ik nu hartgrondig hoop is dat wanneer we de volgende keer in Laaksum zijn, de Hang helemaal is opgeknapt en dat de beroemde Laaxumer bot in de schappen ligt. Blank en niet grondig van smaak zoals andere soorten bot, want gevangen op de harde – niet modderige – bodem van het Vrouwenzand voor de kust van Stavoren.

By the way: min of meer toevallig kwamen we dit weekeind vlak langs Laaksum. Daarom toch nog een foto van de Hang.

Dit gebouwtje achter het monumentje lijkt rijp voor de sloop, maar wordt verbouwd tot viswinkel.
En omdat we er toch waren ook nog een extra foto van de HL6, het laatste vissersschip van Laaksum.