Rondje Noord-Nederland met een randje Duitsland
De avond voor vertrek arriveren we bepakt en bezakt in Sloten, klaar voor een nieuwe ontdekkingstocht. Maar de volgende ochtend lijkt het weer andere plannen voor ons te hebben: we worden wakker met regenstralen in plaats van zonnestralen. Gelukkig trekken de buien in de loop van de middag weg en breekt het wolkendek open, waardoor we alsnog kunnen vertrekken voor ons rondje Noord-Nederland met een randje Duitsland voor wat extra avontuur.
In deze video zie je onze reis vanuit Ossenzijl naar Nieuw-Amsterdam.
Een vaartocht van 460 kilometer
Hoewel we daardoor minder kilometers afleggen dan gepland, voelt het geen moment als een tegenvaller, want het is vakantie! Uiteindelijk groeit onze reis uit tot een tocht van ongeveer 460 kilometer. Volgens de Waterkaarten-app zouden we die afstand, bij een gemiddelde snelheid van 9 kilometer per uur, in ongeveer 51 uur kunnen afleggen.
De werkelijkheid blijkt weerbarstiger. Wachttijden bij bruggen en sluizen tikken flink aan, waardoor onze totale reistijd uitkomt op ongeveer 86 uur. Ons gemiddelde tempo daalt daarmee naar iets meer dan 5 kilometer per uur – een stuk rustiger dan vooraf gedacht, maar dat past precies bij ons motto: een vaartocht is als een cadeautje dat je héél graag wilt hebben, maar waarvan je nooit precies weet wat er in zit.
De vaarroute voor een glaasje rosé
Voor de prijs van een glaasje rosé krijg je de vaarroute zo snel mogelijk in je mailbox. Klik hier en het wijst zich vanzelf. Vergeet niet de naam van de route en je mailadres te vermelden!
Negentien trajecten
Specs: De vaarroute is 460 kilometer lang. Qua vaartijd hebben we ‘m in vier weken gevaren. We komen onderweg 37 sluizen tegen, de laagste brug is H24. Dat is een brug over het Damsterdiep in Appingedam. Die is te omzeilen door vanuit de jachthaven bakboord uit te varen. De een-na-laagste brug is H24.8. De diepgang wisselt uiteraard op het getijdewater. Onderweg kom je veel zelfbedieningsbruggen tegen, waarvoor je een speciale sleutel nodig hebt. Die kun je tegen betaling van 35 euro ophalen bij deze afgiftepunten. De route is verdeeld in 19 trajecten, waarvan de langste 36 kilometer is.
Varen in Duitsland
Voor een vaartocht in Duitsland heb je voor ons soort motorboot (plm 9 meter lang/55 pk) een identificatiebewijs nodig (paspoort of ID-kaart), een vaarbewijs en een eigendomsbewijs van de boot. Maar met minder dan 15 pk of een groter schip dan vijftien meter gelden weer andere regels, net zoals voor een vaartocht op de Rijn. Die Rijn is ons nog een brug te ver, wij houden het dit jaar bij de Eems, dat vinden we al spannend genoeg…

Etappe 1: van Sloten naar Ossenzijl
- Vaaruren: 4
- Afstand: 29 km
- Sluizen: 1
- Laagste vaste brug: H110.5
Vanuit de jachthaven in Sloten varen we via het Brandemar, de Grutte Brekken en de Follegeasleat het Tjeukemeer over naar Echtenerbrug. Daar vullen we bij Jachtwerf De Merenpoort de dieseltank en twee jerrycans met diesel. Ook de watertank wordt afgevuld. Aan het einde van de Pier Christiaansloot gaan we bakboord uit en vrijwel direct daarna weer stuurboord de Helomavaart in. Waar het water overgaat in De Lende ligt de Linthorst Homansluis. Verval is er nauwelijks en als het niet druk is, ben je binnen de kortste tijd door de sluis. Even verder varend op De Lende, gaan we naar bakboord over de Ossenzijlersloot naar Ossenzijl. Daar gaan we de Kalenbergergracht op. Zo’n twee kilometer verder vinden we een prachtige aanlegplek voor de nacht. Zonder walstroom, maar met onze nieuwe dieselkachel hebben we geen electriciteit nodig!
Etappe 2: Ossenzijl – Meppel
Vaaruren: 5,5
Afstand: 34 km
Sluizen: 2
Laagste vaste brug: H35
Na een prachtige avond en een goede nachtrust langs de Kalenbergergracht trekken we er weer op uit richting Meppel. De Kalenbergergracht gaat over in de Wetering. Na het plaatsje met de bijzondere naam Muggenbeet komen we bij het Giethoornse Meer, die we recht oversteken om de Walengracht in te varen. Via Brug Ronduite bereiken we de Arembergergracht, die eindigt bij de Arembergersluis (H33.5/W46.2). De huidige sluis dateert uit 1828, maar het eerste verlaat op deze plek werd al begin 17e eeuw aangelegd.
Historisch plekje
Op het Zwarte Water gaan we bakboord uit en na een paar honderd meter opnieuw bakboord door de Meppelerdiepbrug, jawel, het Meppelerdiep op. We leggen even aan in Zwartsluis aan om inkopen te doen. De Groentemannen slaan we nooit over, echt een aanrader voor kwalitatief goed fruit, groente en salades. Na de inkopen varen we verder over het Meppelerdiep naar het centrum van Meppel. Daar kunnen we op deze dag, eind juni, na drie uur niet meer door de sluis. Aanleggen dus maar in de jachthaven aan het Westeinde, waar de aanmeerpalen zover uit elkaar staan dat het een hele heisa is om de Canicula zó aan te leggen dat we ook nog van boord kunnen. Gelukkig worden we geholpen door een buurman. De volgende ochtend kunnen we de sluis wel passeren en liggen we op een prachtig historisch plekje met zicht op een oud pakhuis waar in vroegere tijden sukade werd opgeslagen en verhandeld.
- Lees ook: Aanleggen in Meppel

Etappe 3: Van Meppel naar Noordscheschut
- Vaaruren: 6
- Afstand: 33 km
- Sluizen: 5
- Laagste vaste brug: H51.9
In de twintigste eeuw zijn de grachten dwars door het centrum van Meppel gedempt en ophaalbruggen vervangen door vaste bruggen. Sindsdien kun je niet meer door Meppel verder varen. Daarom gaan we vanuit het centrum van Meppel een stukje terug over het Meppelerdiep en varen na een kilometer of twee bakboord uit de Hoogeveense Vaart op. Het traject is gevarieerder dan we dachten. En opvallend: een hele vlotte bediening van bruggen en sluizen. We varen met een ruime bocht om Hoogeveen heen. Op de splitsing gaan we bakboord uit de Noordse Opgaande op. Het water wordt hier een stuk smaller en om de bocht belanden we in Noordscheschut. Na de sluis ligt de kade propvol, maar we vinden nog net een plekje voor een rustige overnachting.
In deze interessante serie van RTV Drenthe kun je de strijd voor het behoud van de grachten in Meppel en de demping van de kanalen in Hoogeveen bekijken.
Etappe 4: Van Noordscheschut naar Nieuw-Amsterdam
- Vaaruren: 4.25
- Afstand: 22 km
- Sluizen: 0
- Laagste vaste brug: 52
De Hoogeveense Vaart gaat over in de Verlengde Hoogeveensche Vaart. Die is minder breed en ook weer mooier dan we hadden gedacht. Onderweg zijn een paar aanlegplekken, maar wij varen in een konvooitje door naar Nieuw-Amsterdam. Omdat de voorste boot wel heel langzaam vaart, komen we net te laat bij Nieuw-Amsterdam aan om nog voor twaalf uur door de brug te kunnen. Na een uurtje wachten met een goede lunch, varen we alsnog naar binnen en vinden een plek met gras en bomen.
Noot: Wij vinden de (Verlengde) Hoogeveense Vaart mooier dan gedacht, maar we snappen onze watersportvrienden uit zuidoost-Drenthe heel goed dat zij het minder leuk vinden om elke vakantie over dit kanaal naar Overijssel en Friesland te moeten varen. Je bent toch al snel zo’n twee dagen onderweg…

Onder eenpersoons bomen
We hadden het van tevoren niet bedacht, maar we blijven drie nachten liggen in Nieuw-Amsterdam. De dag dat we aankomen is het al warm, de twee dagen worden nog veel warmer, met temperaturen flink boven de 30 graden. De Canicula ligt in de volle zon, maar op de wal staan kleine (eenpersoons)bomen en zo komen we de dagen redelijk door. En, nog een gelukje, we liggen precies tegenover de douche en de supermarkt. Ook een bezoekje aan het Van Gogh Huis is heel aangenaam. De expositie is zeer interessant, maar het is ook fijn dat er airco is in dit museum.
Het Van Gogh Huis was in de 19e eeuw een logement voor de passagiers van trekschuiten. Vincent van Gogh nam er voor twee maanden zijn intrek en maakte in die tijd zoveel schilderijen en schetsen dat zijn verblijf in Zuidoost-Drenthe wel zijn ‘geboorte’ als kunstenaar wordt genoemd.
Lees ook: Tropische dagen: geroosterd aan boord

Etappe 5: Van Nieuw-Amsterdam naar het Veenpark
- Vaaruren: 4.5
- Afstand: 17 km
- Sluizen: 4 (5) Veenparksluis staat altijd open
- Laagste vaste brug: H35
Na deze te hete dagen en nachten trekken we weer verder. Zitten onder een boom klinkt misschien aantrekkelijk, maar ons moto is ‘een dag niet gevaren is een dag niet geleefd’, dus wij gaan verder in oostelijke richting. De afslag naar Coevorden laten we deze keer voor wat het is. Een groot deel van het historische centrum ligt overhoop vanwege een grote opknapbeurt en wij filmen de stad graag als-ie weer op orde is. Verder dus over de Verlengde Hoogeveensche Vaart.
Rondje Drenthe
De eerste sluis van de dag treffen we aan bij Erica. Al gauw daarna komen we bij Klazienaveen. Daar gaan we bakboord het Bargermeerkanaal op, met direct de Oranjesluis en vlak erna aan stuurboord het Koning Willem Alexander Kanaal. Dit kanaal, dat dwars door de Hondsrug voert, is pas een paar jaar open en zorgt voor de verbinding met het Scholtenskanaal, het Veenparkkanaal en het Oosterdiep. Daardoor kunnen we nu een rondje Drenthe te varen. En voor ons geldt dat met dit nieuwe kanaal de weg openligt om door te varen naar Duitsland.
Bekijk hier onze vaartocht van Nieuw-Amsterdam naar Ter Apel.
Water besparen
In het Koning Willem-Alexanderkanaal liggen twee sluizen, de Spaarsluis en de Koppelsluis. De Spaarsluis is niet zomaar een sluis: zoals de naam al zegt is het kunstwerk ontworpen om water te besparen. Als je naar beneden schut worden speciale spaarbekkens gevuld met water uit de sluis en ga je omhoog, dan wordt het water uit de spaarbekkens in de sluis gepompt. Als we eenmaal omhoog zijn geschut zijn we op het hoogste vaarpunt in Drenthe, boven op de Hondsrug.

Minder waterverlies
Na een paar mooie kilometers komen we aan bij de Koppelsluis; een tweetal aan elkaar gekoppelde sluiskolken waarmee je weer vijf meter daalt. Ook dit sluizencomplex gaat spaarzaam met water om. Met het zakkende water vanuit de hoogste kolk, wordt het water in de lage kolk gevuld. Hierdoor is er de helft minder waterverlies dan bij een sluis die in één keer de hoogte van vijf meter zou overbruggen.
Lees ook: Bovenop het hoogtepunt van de Veenvaart
Aanleggen bij het Veenpark
Na de Koppelsluis volgt de Trambrug en gaan we bakboord uit het Scholtens Kanaal op. Dat gaat al snel over in het Veenparkkanaal, dat door het gebied van openluchtmuseum Het Veenpark voert. De sluis staat altijd open net, als de bijbehorende brug, behalve als nét het treintje van het Veenpark het water passeert, zoals we zien gebeuren als we onder de brug doorgevaren zijn. Wij varen nog een klein stukje door om aan te leggen bij het Veenpark. Daar zijn, behalve walstroom, geen voorzieningen. En als je pech hebt kun je met je kabel nét niet bij de stroompaal komen.

Het grootste openluchtmuseum van Nederland
Het Veenpark ontstond in 1966, toen ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van het naastgelegen Barger-Compascuum, een klein veendorpje werd nagebouwd. Na afloop van de festiviteiten werd ’t Aole Compas niet afgebroken, integendeel. Het buurtje werd het begin van wat qua oppervlakte het grootse openluchtmuseum van Nederland zou worden. Wil je het park bezoeken, dan moet je een klein stukje teruglopen en over de verharde weg naar de entree. Overigens werd het Veenpark vlak na ons bezoek failliet verklaard. Inmiddels heeft het museum een nieuwe eigenaar die het park in 2027 wil heropenen.
Lees ook: Het hoogtepunt van de Veenvaart
Etappe 6: Veenpark-Ter Apel
- Vaaruren: 4.15
- Afstand: 15 km
- Sluizen: 4
- Laagste vaste brug: H29
Vanuit onze ligplaats bij het Veenpark vertrekken we in noordelijke richting over het Oosterdiep. Bestemming is Ter Apel waar we boodschappen gaan doen en het voormalige Kruisherenklooster een bezoek willen brengen. Bij Emmer-Compascuum gaat het Oosterdiep over in het Stads-Compascuumkanaal en na sluis Barnflair in Ter Apelkanaal. Bij de sluis 8e Verlaat bij Barnflair moeten we even de lunchtijd afwachten voordat we ook daar geschut worden. Daarna is het nog een klein stukje varen met nog een laatste sluis, de 7e Verlaat, voordat we kunnen afmeren in de jachthaven van Ter Apel.
In de middeleeuwen telde de provincie Groningen 34 kloosters. Het klooster in Ter Apel is het laatste dat in Groningen werd gesticht, maar het enige dat nog als klooster herkenbaar bewaard is gebleven.

Etappe 7: Ter Apel – Haren Dld
- Vaaruren: 5.45
- Afstand: 17 km
- Sluizen: 6
- Laagste vaste brug: H29
Vanuit de jachthaven in Ter Apel varen we een klein stukje terug om in Barnfair bakboord uit het Haren-Rütenbrockkanaal op te gaan. Het kanaal is 14 kilometer lang, de eerste sluis die we tegenkomen staat open en daarna komen we er nog drie tegen. Na het passeren van de laatste sluis komen we op de Eems, waar we na een heel klein stukje zuidwaarts, aan stuurboord Yachthafen Emspark vinden.
Het is een ruim opgezette jachthaven met alle voorzieningen. Het Scheepvaart Museum op loopafstand is interessant om te bekijken, maar de plaats is – afgezien van de Emsland Dom – niet echt bezienswaardig. De geschiedenis van Haren is dat des te meer. Want na afloop van de Tweede Wereldoorlog moesten de inwoners hun huis uit, om plaats te maken voor uit de Emslandlager bevrijde Poolse gevangenen en militairen. Die konden na de Tweede Wereldoorlog niet terug naar hun vaderland, dat inmiddels onder communistische heerschappij stond. Meer hierover kun je lezen in onderstaande link.
Lees ook: Varen in Duitsland moet mét vaarbewijs, dus niet zonder zoals ik zei
Etappe 8: Van Haren naar Herbrum
- Vaaruren: 5
- Afstand: 34 km
- Sluizen: 3
- Laagste vaste brug: H45
Rustige rivier

Bevers rond de boot
Etappe 9: Herbrum – Papenburg
- Vaaruren: 5
- Afstand: 18 km
- Sluizen: 2
- Laagste vaste brug: H50
De volgende sluis die we passeren is de laatste op de Eems. Hierna staat het water onder invloed van het getij. Door eb en vloed, veel slib en scheepvaart wordt de bodem voortdurend opgeroerd, waardoor het water er na sluis Herbrum modderig uitziet. Het betekent ook dat we, om Papenburg binnen te komen, ook weer door een sluis moeten. De sluis wordt maar beperkt bediend en helaas arriveren we een paar minuten te laat, zodat we de volle twee uur moeten uitzitten voordat we verder kunnen varen langs de giga droogdokken van de Meyer Werft door het Papenburger Sielkanaal naar het centrum. Daar moeten we én een spoorbrug én een verkeersbrug trotseren voordat we stuurboord uitkunnen maar de Yacht Club Turmkanal. Bij het invaren zie je aan bakboord een inham. Probeer daar aan te leggen als je op je rust gesteld bent, want in de avonduren leeft zo niet de halve, maar dan toch wel een kwart van de bevolking van Papenburg zich uit op het naastgelegen parkeerterrein.
Arme regio
We varen door het Emsland, een streek die lange tijd een van de armste regio’s van Duitsland was. De oorzaak: het gebied grensde aan het Boertanger Moeras, één van de grootste veengebieden van West-Europa. Er was nauwelijks infrastructuur en van oudsher ook geen grotere plaatsen. Daarom werd veel geld gestoken in de ontwikkeling van het gebied. Bij Papenburg werd een autotestbaan aangelegd en tussen Dörpen en Lathen kwam het testtraject van de magneetzweeftrein Transrapi
Kasteel Papenborg
De stad dankt zijn naam aan kasteel Papenborg. De burcht ging een aantal keren over in andere handen, totdat hij verkocht werd aan en zekere Dietrich von Velen. Die had in Nederland gezien hoe van veen turf werd gemaakt en maakte van Papenburg een plaats die doet denken aan de Nederlandse veenkolonies. In de veenkanalen liggen historische schepen die op de tientallen werfjes in de stad werden gebouwd. Van al de werfjes is alleen de Meyer Werft nog over. Die werd in de jaren zeventig verplaatst naar een plek langs de Eems. Op de oude locatie ligt Yacht Club Turmkanal, te herkennen aan de imposante scheepskraan.

Etappe 10: Van Papenburg naar Weener
- Vaaruren: 4
- Afstand: 11 km
- Sluizen: 2
- Laagste vaste brug: –
Om terug op de Eems te komen moeten we weer de twee bruggen slechten en daarna de sluis passeren. De openingstijden zijn – zacht gezegd- niet geweldig op elkaar afgestemd, maar gelukkig hebben we vandaag geen haast, want we gaan niet ver. We komen voorbij de nieuwe Friesenbrucke, de grootste spoordraaibrug van Europa, die nog nét niet klaar is. De oude brug werd eind 2015 bij een aanvaring zo zwaar beschadigd dat hij helemaal vervangen moest worden. Na de imposante brug zien we van verre de papierfabriek van Weener al liggen. Ernaast ligt de sluis, waardoor we na de schutting Weener kunnen binnenvaren. Meteen aan bakboord ligt een grote jachthaven, maar wij varen rechtdoor naar de oude haven, waar we dankzij het rood-groen-systeem een vrije box vinden.
Lees meer: Havens Weener
Etappe 11: Weener – Ditzum
- Vaaruren: 3.30
- Afstand: 28 km
- Sluizen: 1
- Laagste vaste brug: H62.5
Het vervolg van de tocht is recht zo die gaat. Even voorbij Weener is aan stuurboord de vaarweg naar Leer. Die varen we voorbij, maar het lijkt ons leuk om daar ook een keertje aan te leggen. We passeren aan bakboord Jemgum met z’n getijdehaven, aan stuurboord Oldersum, ook met een buitendijkse haven en dan komen we een enorm bouwwerk tegen. Het is de Eemskering (Emssperwerk) van 476 meter lang, die vooral bedoeld is als stormvloedkering. Daarnaast maakt de constructie door opstuwing van het water scheepvaartverkeer met een grotere diepgang mogelijk, vooral belangrijk voor de enorme schepen die door de Meyer Werft in Papenburg gebouwd worden.
Schattig haventje
Voorbij de Eemskering zien we Ditzum al liggen. Even lijkt het erop dat we onze lange ‘Belgische’ lijnen moeten gebruiken om aan te leggen, maar voorbij de boxen ligt aan bakboord een prettige aanlegsteiger voor passanten. Behalve walstroom zijn er geen faciliteiten, maar het is een schattig haventje!
- Lees ook: De magie van mooie vaartochten

Schilderachtig Ditzum
Ditzum is een schilderachtig vissersdorp aan de monding van de Eems vlak bij de Dollard. De kleine maar levendige haven vormt het hart van het dorp en wordt omringd door kleurrijke vissersboten, garnalenkotters en een jachthaven voor pleziervaart. Langs de kade liggen restaurants en cafés waar bezoekers kunnen genieten van verse vis en typisch Oost-Friese specialiteiten. Vanuit de haven vertrekt ook een veerverbinding naar Pogum aan de overkant van de Ems, wat het dorp tot een handige stop maakt voor wie de regio per fiets wil verkennen.
Etappe 12: Van Ditzum naar Termunterzijl
- Vaaruren: 3.45
- Afstand: 23 km
- Sluizen: 1
- Laagste vaste brug: –
Het is alweer niet ingewikkeld vandaag. We vertrekken bij laag water en steken de Dollard over. We komen langs Emden, waarvan we niet veel meer zien dan een paar imposante schepen langs de kade. Voorbij de Punt van Reide zien we de stormvloedkeersluis ‘Munterzijl’ al liggen, met daarvoor de strekdammen aan weerskanten van de geul naar de haven. In de geul staat ook bij laag water een meter water, maar omdat er niet altijd even goed gebaggerd wordt vóór de strekdammen, raken wij daar aan de grond. Het duurt maar een half uurtje voordat we weer losraken en door de keersluis kunnen varen.
Termunterzijl heeft een leuke haven, maar wij gaan bakboord uit de hoek om en leggen aan voor de sluis naar het achterland. De bediening is afhankelijk van de waterstand. Wij zouden ’s avonds geschut kunnen worden, ware het niet dat de sluiswachter dan geen dienst meer heeft. Dus blijven we nog een nachtje dobberen op het ritme van het getij.
In deze video kun je onze tocht van Papenburg naar Termunterzijl bekijken.
Van wie is de Eems?
Waar loopt de grens in het Eems-Dollardgebied? Nederland stelt dat de staatsgrens in de rivier in het midden van de rivier loopt, terwijl Duitsland vindt dat de grens naast de Nederlandse kust moet worden getrokken. In de praktijk levert dat nauwelijks problemen op, omdat Nederland en Duitsland afspraken hebben gemaakt over gezamenlijk beheer van het gebied. Daardoor kunnen beide landen het estuarium samen beheren, terwijl de juridische grenskwestie formeel blijft bestaan.
Etappe 13: Termunterzijl – Appingedam
- Vaaruren: 3.30
- Afstand: 16 km
- Sluizen: 2
- Laagste vaste brug: –
Het water achter de sluis heet Termunterzijldiep, dat we maar een klein eindje bevaren, want voorbij de Wartumerklap, die we zelf moeten bedienen, gaan we stuurboord uit, het Verbindingskanaal op. Na sluis Lalleweer komen we op het Oosterhornkanaal, met aan weerskanten industrieterreinen. Aan het eind buigen we bakboord uit het nieuwe stuk Eemskanaal op. Aan stuurboord ligt zeesluis Farmsum, met daarachter de haven van Delfzijl én de toegang naar het Damsterdiep. Die is al een tijdje afgesloten, vandaar dat we eerst een stukje kanaal moeten nemen voordat we stuurboord uit via de Groevesluis Appingedam kunnen binnenvaren.
Lees ook: Aanleggen in Appingedam

Etappe 14: Van Appingedam naar Groningen
- Vaaruren: 6
- Afstand: 24 km
- Sluizen: 1
- Laagste vaste brug: H24
Vanuit de passantenhaven van Appingedam zou je natuurlijk meteen bakboord uit het Damsterdiep op kunnen gaan, maar wij vinden het superleuk om dwars door Appingedam te varen en daarom gaan we stuurboord uit voor een stukje Nieuwe Diep. Met een scherpe bocht draaien we het Damsterdiep op en varen voorbij de beroemde hangende keukens Appingedam weer uit. De Tjamsweersterbrug is de laatste die voor ons wordt bediend, de volgende bruggen moeten we zelf doen. De eerste brug die we tegenkomen is de Eekwerderdraai. Maar nog voordat we de knopjes goed kunnen bestuderen worden we al geholpen door een buurman van de brug, die ons enthousiast uitlegt hoe het allemaal werkt.
Ben je benieuwd naar het Damsterdiep? Hier kun je zien hoe het eruit ziet!
Een prachtig watertje
De volgende bruggen zijn allemaal net even anders, maar we redden ons prima en genieten van dit prachtige watertje, dat voorbij Garrelsweer, Winneweer, Ten Post en Ten Boer stroomt. Ter hoogte van Ruischerbrug is het water afgedamd en dat betekent dat we via de Jan B. Bronssluis weer het Eemskanaal op moeten, waar we stuurboord uit de stad Groningen binnenvaren, waar we aanleggen in de Oosterhaven.
Lees ook: Van Eems naar Stad
Etappe 15: Groningen – Lauwersmeer
- Vaaruren: 6
- Afstand: 36 km
- Sluizen: 1 + 2 die meestal openstaan
- Laagste vaste brug : –
Vanuit de Oosterhaven varen we door het Verbindingskanaal en gaan na het veelvormige Groninger Museum stuurboord uit de Drentse Aa in. Het is soms wel even wachten voordat de bruggen worden bediend, maar uiteindelijk komt het goed en kunnen we aan het eind van de Aa op de splitsing bakboord uit het Reitdiep op. Na de buitenwijken van Groningen passeren we het Van Starkenborgkanaal en varen rechtdoor onder de Platvoetbrug door verder het Reitdiep af. We komen voorbij Garnwerd en Zoutkamp, waar je leuk kunt aanleggen, maar wij gaan door de vrijwel altijd openstaande sluis via de Zoutkamperril het Lauwersmeer op. Daar houden we de boeien aan die naar stuurboord wijzen en leggen we aan bij een eilandje, genaamd Stropersgat-zuid.
- Lees ook: Aanleggen in Garnwerd
- Lees ook: Aanleggen in Zoutkamp
Hier kun je de vaartocht tussen Groningen en Dokkum bekijken
Etappe 16: Lauwersmeer – Raard (steiger onder Dokkum)
- Vaaruren: 6.30
- Afstand: 23 km
- Sluizen: 2
- Laagste vaste brug: H25
Na een fijne avond met het zicht op heel veel koeien, vertrekken we de volgende ochtend naar Oostmahorn. Daar gaan we bakboord uit de Nije Feart op. Eerste hobbel: sluis Krûmsterhaad. Die moet je zelf bedienen en als je, net zoals wij, pech hebt, moet je eerst omschutten en dat betekent 4 x de sluisdeuren open en dichtmaken met een draaiwiel. Anyway, goed voor de armspieren zoals je kunt zien in de video. Na Ezumazijl komen we op de échte Súd Ie, heel lang geleden de oorspronkelijke vaarweg naar Dokkum.
Die Súd Ie is een kilometer of twaalf, met onderweg aanlegplaatsen bij het Bastion, Jouswier (Reidswâl), Anjumer Kolken en Ezumazijl. Aan het eind van het water beland je via de buitenwijken van Dokkum bij het historische Oosterverlaat, die voor je wordt bediend. Ga bakboord uit, vaar onder de Halvemaanspoortbrug door en dan kun je met een brughoogte van H25 dwars door Dokkum. Wij doen daar even boodschappen en varen dan verder door twee beweegbare bruggen de Dokkumer Ee op en vinden een rustig plekje bij een aanlegsteiger ter hoogte van Raard.
- Lees ook: Over een nieuwe oude vaarweg
- Lees ook: Aanleggen in Dokkum

Etappe 17: Van Raard naar Aldtsjerk
- Vaaruren: 3.30
- Afstand: 17 km
- Sluizen: –
- Laagste vaste brug: H24.8
We vervolgen onze tocht over de Dokkumer Ee. Ooit waren het twee riviertjes die aan elkaar werden verbonden door een kanaal tussen Burdaard en Tergracht. Nog veel later nog werden er jaagpaden aangelegd om de schepen voort te kunnen trekken. Het gedeelte tussen Dokkum en Bartlehiem is/was een heen-en-weertje voor de schaatsers van de Elfstedentocht op de schaats. Ze kwamen dus ook twee keer voorbij het schattige plaatsje Birdaard, met als blikvanger de koren-, pel- en houtzaagmolen De Zwaluw, de hoogste molen van Friesland. Voorbij Tergracht komen we bij Bartlehiem, waar de schaatsers hun tocht vervolgden over de Aldtsjerkster Feart naar Leeuwarden. Wij doen dat ook.
Zelfbedieningsbrug Aldtsjerk
Aan het eind van de Aldtsjerkster Feart komen we op de Moark, waar we stuurboord uitgaan en prompt een zelfbedieningsbrug tegenkomen. Met een muntstuk van 2 euro kun je de brug bedienen. Het geld krijg je terug, tenminste, als je niet vergeet het uit het apparaat te halen. Even verder ligt de jachthaven met alle voorzieningen.
Etappe 18: Aldtsjerk – Langsturtepoel
- Vaaruren: 4
- Afstand: 33 km
- Sluizen: –
- Laagste vaste brug: H29.2
Vanuit Aldtsjerk is het niet ver meer naar Leeuwarden. De Moark of Murk is een schilderachtig riviertje met voorbij Aldtsjerk de Canterlandsebrug (Kanterlânsbrêge) met daarop 7000 tegels met de afbeelding van de deelnemers aan de Elfstedentocht. Ter hoogte van de buitenwijk van Leeuwarden kun je bakboord uit de Grote Wielen opvaren. Dat doen we een ander keertje, want wij gaan gewoon rechtdoor, onder de N355 door, voorbij Camminghaburen en het industrieterrein, de Hempenser Wielen, over de N31 (Aquaduct Langdeel) richting Wergea. Onze vakantiedagen verglijden in rap tempo, dus we varen deze keer niet door Wergea, maar nemen de snelle route om de oost naar Grou. Daar nemen we een stukje Prinses Margrietkanaal en varen in zuidwestelijke richting over het Sneekermeer, de Gudzekop en de Frijgerssleat de Langsturtepoel binnen, waar we een mooi plekje vinden voor de nacht.
Etappe 19: Van de Langsturtepoel naar Sloten
- Vaaruren: 2.30
- Afstand: 26 km
- Sluizen: –
- Laagste vaste brug: H26
Het is alweer de laatste dag van onze reis, en wij zouden wij niet zijn als we niet een omweg zouden pakken voordat we de vakantievaartocht afsluiten. Dus varen we een stukje terug en gaan over de Noarder Alde Wei naar de Langwarder Wielen om een stukje na de brug over de A7 bakboord uit de Scharster Rijn in te varen. In Scharsterbrug komen we een beweegbare brug tegen, even verder is de brug over de A6 hoog genoeg om te slechten. De Scharster Rijn komt uit in het Tjeukemeer, waar we parallel aan de A6 weer onder de snelweg doorvaren naar Follega. Daar heet het water de Follegasleat, dat uitkomt op de Grote Brekken, waar je het Prinses Margrietkanaal oversteekt de Riensloot in, die overgaat in de Hjerringsleat. Voorbij het Brandemar en de Wijnsleat gaan we stuurboord uit de Ie op, waar we vlak voor Sloten onze thuishaven weer binnenvaren. Het zit erop!
Lees ook: Aanleggen in Sloten
Vind je de video’s leuk? Je kunt je hier gratis abonneren op ons kanaal, dan zie je de nieuwste video’s het eerst!
Disclaimer en auteursrecht
We hebben deze vaarroute zorgvuldig samengesteld, maar je blijft natuurlijk zelf verantwoordelijk voor het checken van de vaarweg en het veilig varen onderweg. Op deze tekst berust auteursrecht. Natuurlijk mag je ‘m printen voor persoonlijk gebruik, maar het is niet toegestaan de tekst te verspreiden. Opmerkingen of aanvullingen kun je sturen via het formulier. Ga met de pijltjes naar het volgende vak, als je op ‘enter’ klikt wordt het bericht verzonden.
Marieke, maart 2026






