Blog: Een tikkeltje fris en doodstil

Als de havenmeester ons aan ziet komen scheurt hij met een rotgang met zijn botentrekker de loods in. “Ik zou m’n camera maar pakken”, zegt P, “anders ben je te laat”. Ik schud de rugzak van m’n schouders, trek de Osmo eruit en begin te filmen. Inderdaad, de havenmeester is snel. Voordat we tot tien kunnen tellen ligt de Canicula in het water.

ZE LIGT IN HET WATER!

Wat onwennig stappen we aan boord. Wat moet er ook alweer gebeuren voordat we op de startknop van de motor drukken?  De volgende boot komt er alweer aan. Gelukkig is het starten en lopen. We varen naar onze ligplaats, vijftig meter verderop. De kajuit ziet eruit alsof er iets is ontploft. De matrassen en kussens liggen overal en nergens.

De rest van de middag maken we de boot schoon (nou ja) en laden we de boodschappen over. Ik probeer een beetje orde te scheppen in de chaos die straks ons bed is. Dat is geen pretje. Vooral niet door het opgerolde opdekmatras dat alle ruimte in beslag neemt.

De houten randen om de matrassen steken pijnlijk in je rug. Of in je heup. Of in je been.

Daarom hebben we er een opdekmatras van Ikea bovenop gelegd. Maar dat ding is zwaar en lomp. Het is een behoorlijke toer om alles een beetje netjes te krijgen in die krappe ruimte. Ik stoot twee keer m’n hoofd. Dat doet extra zeer omdat m’n bril nog bovenop m’n hoofd staat.

Waarom vind ik dit ook alweer zo leuk?

Maar het komt goed. Als we klaar zijn pakken we een biertje en kijken om ons heen. Het is stil in de jachthaven. We zijn helemaal alleen. Dat hadden we niet verwacht. Kennelijk is het nog te vroeg om op de boot te bivakkeren.  Het is 31 maart, een tikkeltje fris, maar niet té fris. Eerlijk is eerlijk, met de sloep hadden we het niet gedaan, maar met de Canicula kan het best.

We eten een hapje bij brasserie de Mallemok in Sloten. Er zit een man of vijftien, dus we zijn toch niet helemaal alleen. Terug op de Canicula drinken we onze eerste oploskoffie van het vaarseizoen. De avond verstrijkt. Ik knutsel een filmpje in elkaar en P. leest de krant.  Af en toe laat een gans zich horen. Een klein beetje te laat gaan we naar bed.

“Dit is geluk”, zegt P. en hij nestelt zich tussen de lakens.

De volgende keer maak ik dat bed gewoon wéér zonder mopperen op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *